Rode Kruis begint met meldpunt voor vermisten

Het Nederlandse Rode Kruis heeft dinsdag een meldpunt voor vermiste personen ingesteld. De organisatie richt ook een landelijke databank in, waar verdwenen mensen kunnen worden geregistreerd. Doel van het nieuwe meldpunt is om zowel praktische ondersteuning te verlenen bij opsporing van vermisten als om de emotionele opvang van achterblijvers te coördineren.

Jaarlijks worden in Nederland ongeveer 16.000 vermissingen bij de politie gemeld. Het overgrote deel van deze groep mensen — bijna 80 procent — is na enkele dagen weer terecht, maar enkele tientallen mensen zijn na een jaar nog altijd niet teruggevonden. Bij de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) staan gemiddeld zo'n 120 mensen als langdurig vermist geregistreerd.

Het Rode Kruis wil met het meldpunt een aantal bestaande initiatieven bundelen. Tot nu toe kunnen mensen onder meer terecht bij de politie, Slachtofferhulp Nederland en bij de Vereniging Achterblijvers na Vermissing, een organisatie die zoekenden met elkaar in contact brengt, onder meer door het organiseren van contactavonden.

Het afgelopen halfjaar heeft het Rode Kruis al proefgedraaid met het meldpunt. Sinds november zijn bijna vijftig vermissingen in zowel binnen- als buitenland opgegeven. Vijf personen zijn teruggevonden, van wie sommigen na inschakeling van de afdeling sociale opsporing van het Nederlandse Rode Kruis.

Het Rode Kruis beschouwt het wereldwijd al jaren als een van haar taken om vermiste personen op te sporen en het contact te herstellen tussen mensen die elkaar door gewapende conflicten of natuurrampen uit het oog zijn verloren. De hulporganisatie maakt daarbij gebruik van speciale `tracingteams'.