Onbereikbaar

Hij heeft met haar te doen. Het behoorde tot haar uitrusting, net als haar huissleutels, pinpasje, fietsenstallingabonnement. Overal ging het mee naar toe. Lag boven op haar werk, gleed als vanzelf in haar jaszak bij het uitlaten van de hond. Nu is ze het kwijt. En hij begrijpt het gevoel dat zij, onbereikbaar voor anderen, niet meer bestaat.

Handenwringend ijsbeert ze door de kamer. Haar blauwe ogen stromen vol. Uit haar met blauwe slotjesbeugel gevulde mond spettert het verhaal: ,,Krijg 'm pas over twéé maanden terug!'' Het scheelt haar een hoop geld, denkt hij. Hém verlost het van vervelende pieptoontjes die attenderen op doorgeseinde, mysterieuze berichten. Verder hoeft hij evenmin nog tegen iemand aan te kijken die met opgetrokken schouder, het hoofd scheef, lispelend in de verte staart.

Wat hem natuurlijk mateloos intrigeert, maar waar hij haar niet naar vraagt: wie haar zo dringend onder schooltijd wilde spreken.