Manila wil top oppositie arresteren

De Filippijnse regering heeft vandaag na hevige rellen de `staat van rebellie' uitgeroepen voor de hoofdstad Manila en heeft op grond daarvan de arrestatie bevolen van enkele oppositieleiders.

Afgelopen nacht werd het presidentiële paleis bestormd door naar schatting 8.000 aanhangers van ex-president Joseph Estrada. Deze werd op 20 januari afgezet en eind vorige maand vastgezet op verdenking van plundering. De betogers werden met waterkanonnen teruggedreven. Aan de kant van de politie vielen twee doden. Ook zouden twee demonstranten zijn omgekomen. Daarmee beleven de Filippijnen de ergste rellen sinds 1986, toen dictator Ferdinand Marcos werd afgezet.

De arrestatiebevelen zijn onder anderen uitgegaan naar de prominente senatoren Juan Ponce Enrile en Miriam Defensor Santiagio, beiden bondgenoten van Estrada. Ook tegen diens boezemvriend en voormalig politiechef Panfilo Lacson loopt een arrestatiebevel. Allen worden beschuldigd van opruiing. Ze zouden een mensenmassa die voor de vrijlating van Estrada demonstreerde, gisteren hebben aangezet naar het presidentiële paleis te gaan om de huidige regering omver te werpen.

Om hun arrestaties mogelijk te maken, diende de huidige president Gloria Arroyo eerst de `staat van rebellie' uit te roepen. Volgens een woordvoerder van Arroyo gaat dit minder ver dan het uitroepen van de noodtoestand, maar geeft het meer mogelijkheden om een protest neer te slaan. Volgens Enrile, die net als Santiago ontkent de Estrada-aanhangers te hebben opgehitst, ,,bestaat zoiets als `de staat van rebellie' niet in de Filippijnse grondwet''.

Een van de zonen van Estrada, Joseph Victor, mag het land niet verlaten. Ook hij wordt verdacht van ophitsing, maar zegt de menigte gisteren juist in toom te hebben willen houden.