Hoofddoekje 1

Het uitstekende artikel van F.A.Muller in NRC Handelsblad van 26 april `Alle hoofddoekjes de wereld uit', heeft mijn volle instemming. Maar, ik meen dat de strijd rondom het hoofddoekje met name in de rechtszaal, wel eens het (her)begin kan gaan vormen van een strijd om de seculiere en neutrale staat.

Die strijd werd enkele tientallen jaren definitief beslist, toen de portvrijdom voor de kerken werd afgeschaft en de staat een niet geringe afkoopsom moest betalen voor dit lang in stand gehouden idiote voorrecht. Het was als het ware de eindfase van de strijd om de scheiding van kerk en staat.

En nu proberen islamitische vrouwen langs een omweg weer met elementen van een godsdienstige overtuiging de staat als het ware binnen te dringen. Het gaat naar mijn gevoelen om heel veel meer dan alleen het dragen van zo'n hoofddoekje. Het zal wel niet de bedoeling van deze vrouwen zijn, maar het effect is hetzelfde: de godsdienst krijgt opnieuw een plaats in het leven van de seculiere en neutrale staat.

Maar, er komt iets bij. De islamitische vrouwen beklagen zich bij een afwijzing van hun hoofddoekje over discriminatie en het hebben van weinig respect voor hun godsdienstige overtuiging. Is dat geen misverstand?

Ik respecteer ten zeerste hun godsdienstige overtuiging, maar ik meen dat van hen gevraagd mag worden respect te tonen voor het wezen van de seculiere en neutrale staat, voor de wetten van dit land, die voorgaan op godsdienstige wetten.

Een voorbeeld is o.a. het burgerlijke huwelijk, dat altijd vooraf moet gaan aan een kerkelijk huwelijk of een kerkelijke huwelijksinzegening. En zo dienen ook islamitische vrouwen, als zij in dienst willen treden van de seculiere en neutrale staat de wetten en de gewoonten, zoals ook kledingvoorschriften voor ambtenaren, die daarbij horen te respecteren.

Wil men dat niet, dan is het beter van een openbare functie af te zien.

Wil men die strijd wel aangaan, dan wordt het tijd, dat voorstanders van de seculiere staat waakzaam zijn, opdat de seculiere staat verdedigd wordt, en wetten en voorschriften ter zake aan te scherpen.