Feest

Dat Koninginnedag in Amsterdam uit de hand kan lopen, is minder vreemd dan het lijkt. Er wordt op die dag nu eenmaal erg veel gedronken. Zolang het zonnetje op de menigte staat, gaat het goed, maar als het koud en donker wordt, komt de kater in de mens tot leven.

Omstreeks vier uur zag ik op de hoek van het Leidseplein naast de schouwburg een tafereel dat kenmerkend was voor het drankgebruik. Er stonden twee lange rijen mannen en vrouwen voor de noodtoiletten, daarnaast een metersbrede en -hoge berg afval van bierblikjes en plastic glazen en daar weer naast vijf pissende mannen. Het was de lelijke rug van Koninginnedag.

Het mooiste van de dag leek er toen al op te zitten. De vroeg begonnen drinkers raakten vermoeid, ze waren de euforie van de roes voorbij. Er moest nog steviger gedronken worden om de stemming erin te houden. De verveling wenkte, de irritatie groeide.

Eerst zag ik hoe een groepje jongens in de Jordaan min of meer per ongeluk het tafeltje van een verkopende dame omverstootten. De jongens liepen door, maar de buurman van de vrouw toonde de ware burgermoed: hij rende hen achterna en eiste dat een van hen terugging om excuses te maken. En de aangesprokene deed het ook nog, al was het met weinig resultaat. De dame snibde: ,,Wat schiet ik daarmee op?''

Het liep nog goed af, maar we hielden even onze adem in.

Iedereen gaat met een zekere verwachting naar zo'n feest. Je hoopt op de ontmoeting of de verkoop van je leven, en tegen het einde van de middag besef je dat het wel weer eens pittig kan tegenvallen.

Met die jongen en dat meisje die in de Marnixstraat ruzie stonden te maken, zat het mogelijk nog iets ingewikkelder. Vermoedelijk kenden ze elkaar nog niet zo lang. Koninginnedag was dat niet dé dag voor het uitdiepen van een liefde? En leende Amsterdam zich daar niet beter voor dan Roelofarendsveen?

Het meisje had zich misschien al wat langer lopen ergeren. Waarom deed hij zo macho? Dat hoefde bij haar toch niet? Nu werd het haar opeens te veel.

,,Zoals jij over homo's praat, dat is een schande'', riep ze.

Hij keek haar verbouwereerd aan. Wat had hij nou helemaal miszegd?

,,Nee'', beet ze hem toe, ,,het lijkt nergens op.''

Hij haalde zijn schouders op. Zijn onverschilligheid maakte haar nog furieuzer. Hij probeerde haar mee te trekken, zij duwde hem weg. Hij greep haar nog heftiger vast, zij sloeg hem van zich af en liep woest weg.

Hij stak een sigaret op en ging in zijn oranje bloes op een stoeprand zitten. Wrokkig keek hij haar na, maar ze was al in de menigte opgelost. Wat nu? De middag lag aan scherven, en misschien nog wel veel meer dan dat. Hij keek moedeloos naar zijn voeten. Hij kon kiezen. Naar links dat was de stad in. Naar rechts dat was de richting waarin zij verdwenen was.

Hij koos voor rechts. Daar lag ook het station.