Tegen de zon en voor het ego

Ze absorberen licht en houden ultraviolet tegen: zonnebrillen. Polaroid lijkt een blijvertje, fotochrome is uit. Nieuw zijn de brillen die blauw licht dempen.

Voorzichtig kwam vanmorgen het oranjezonnetje achter de wolken vandaan. De komende maanden zullen we de zon meer zien en wie de zon hier niet ziet krijgt hem ongetwijfeld te zien in Mexico, Thailand, Burundi of een ander buitenland waar het eten goedkoop is en de mensen vriendelijk. In die landen moet een zonnebril op. De vraag is: wat voor zonnebril.

Zoals dat horloges en telefoontoestellen overkwam zijn ook zonnebrillen mode-artikelen geworden. Een zonnebril gaat maar een of twee seizoenen mee en daarna kàn hij niet meer. Het zonnebrillenaanbod is daardoor aan voortdurende verandering onderhevig. Monturen worden groot, klein en later weer groot, glazen worden lichter, donkerder en opnieuw lichter. Enzovoort, zonder richting of doel, anders dan verhoging van de omzet.

En dan is er nog de dwingende Europese regelgeving die zijn invloed heeft gehad. Sinds een jaar of tien geldt de Europese richtlijn 89/686 die allerlei veiligheidseisen stelt aan persoonlijke beschermingsmiddelen (PPE: `personal protective equipment') en zonnebrillen vallen daaronder. Dankzij de richtlijn zijn de malste malligheden verdwenen. Zo'n vijftien jaar geleden werden opeens veel frameloze, plastic zonnebrillen aangeboden waarachter men streeploos bruin werd doordat de brilleglazen ultraviolette straling doorlieten. Dat is nu verboden. Geen enkele zonnebril die binnen de Europese Unie wordt verkocht mag nog een meetbare hoeveelheid ultraviolet doorlaten en in de warenhuizen was er afgelopen week dan ook geen een meer te vinden die dat deed.

Dat is de meest in het oog springende moderne eigenschap van zonnebrillen: het tegenhouden van UV. `Maximal UV-400 protection' heet dat in de bijsluiter. Het getal 400 slaat op 400 nanometer, de golflengte die – ruwweg – de grens vormt tussen onzichtbaar ultraviolet en wel zichtbaar gewoon en onschadelijk violet. Het absorberen van UV is bedoeld om schade aan het hoornvlies te voorkomen. Het hoornvlies (de buitenste ooglaag) is niet veel gevoeliger voor UV dan de huid zodat een normaal, redelijk handelend mens in Nederland niet gauw hoornvliesschade zou oplopen, maar in het hooggebergte en onder het Australische ozongat zijn de risico's niet geheel verwaarloosbaar. En die rare UV-doorlatende brillen van destijds waren gevaarlijk omdat ze de drager verleidden langer in de zon te kijken dan hij zonder bril gedaan zou hebben. Vandaar het nieuwe voorschrift. Het `blokkeren' van het UV is overigens geen bijzondere eigenschap, de meeste klassieke zonnebrillen deden het eigenlijk al. Ook gewoon vensterglas houdt heel veel ultraviolette straling tegen: het is daarom dat men niet bruin wordt achter glas.

Er staan meer mededelingen in de zonnebrilbijsluiter die niet iedereen direct begrijpt. Zo slaat het woordje `polycarbonaat', niet zelden op zijn Italiaans geschreven of anderszins verhaspeld, op de plasticsoort waarvan de glazen zijn gemaakt. Polycarbonaat geldt als een onbreekbare kunststof, een polycarbonaten zonnebril kan zonder kans op versplintering een pistoolkogel opvangen. De aanduiding nikkelvrij (nickel free) slaat weer eerder op de pootjes van de bril, mogelijk ook de fitting van de glazen. Men geeft er mee aan dat in het montuur geen nikkel is verwerkt, wat van belang is voor personen die een nikkelallergie hebben.

Van meer praktische betekenis is de lichtabsorbtie (of het `complement' daarvan: de transmissie of lichtdoorlatendheid) van de zonnebril. Vaak werd die in procenten aangegeven (en dan geldt, zegt Zeiss in Weesp: 70 procent absorbtie is prettig bij bewolkt weer, 80 procent in de auto en 90 procent bij volle zon op het water), tegenwoordig maakt men in de omgang met de `domme' consument ook veel gebruik van een klasse-indeling lopend van 0,1,2,3 tot 4. In plaats van het woord klasse 3 wordt ook wel de aanduiding `Categorie 3' of `Protect 3' gebruikt. Met pictogrammetjes wordt aangegeven voor welke lichtsituaties de klassen bedoeld zijn. Klasse 0 houdt heel weinig licht tegen en kan binnenshuis worden gebruikt. Klasse 4, kennelijk 90 of meer procent absorbtie, heeft uiterst donkere glazen en is voor het hooggebergte en besneeuwde vlakten in volle zon. Het heeft zijn nut, die klasse-indeling, want vroeger kocht de consument makkelijk een bril die niet donker genoeg was omdat hij hem in de schemerige brillenwinkel probeerde.

De klassen met minimale lichtabsorbtie danken hun bestaan aan de tegenwoordige belangstelling voor brillen die zijn voorzien van allerlei `fun'-kleurtjes: geel, blauw, roze. Hun absorbtie is vaak nog geen 50 procent: ze helpen niet de ogen maar het ego.

Opvallend is dat de brillen met de klassieke polaroid-glazen nog steeds goed worden verkocht. De glazen van Polaroid absorberen vooral licht dat van horizontale oppervlakken weerkaatst (en daarbij `gepolariseerd' werd) en onderdrukken dus vooral de schittering van de zee, de weg, de motorkap of de omslag van het glossy tijdschrift. Het is nog steeds een erg mooi principe, zeggen technici.

De `fotochrome' of `fototrope' zonnebrillen, die door aanwezigheid van zilververbindingen in de glazen spontaan donkerder kleurden (`meekleurden') als de lichthoeveelheid toenam, zijn weer grotendeels verdwenen. Ze werkten te traag: wie van het zonovergoten terras pardoes het café binnenliep zag geen hand voor ogen. En in de auto werkten ze al helemaal niet omdat ze vooral reageerden op variaties in UV-aanbod. En achter glas is geen UV. De automobilist die last heeft van het contrast tussen het lichte wegdek en het donkere dashboard kan zijn comfort beter verhogen met een `dégradé'-zonnebril. Dégradé-brillen hebben glazen die in hun bovenste deel meer licht absorberen dan in het onderste. Het voordeel slaat makkelijk om in een nadeel als de gradiënt links en rechts niet identiek is en dat schijnt nogal eens voor te komen.

Het belangrijkste zonnebrillennieuws van de laatste jaren komt van de brillen die het kleurcontrast vergroten. Zeiss (www.zeiss.nl) noemt ze Skylet road-glazen, bij Pearle heten ze `roadview'. De brillen danken hun werking aan de onderdrukking van de blauwe fractie in het daglicht, vandaar de aanduiding `blauwlichtdemping' of `blue blocking'. Geraadpleegde wetenschappers betwijfelden of de geclaimde contrastverbetering wel objectief aantoonbaar is, maar gaven toe dat een gunstig oordeel van de consument in feite voldoende is.

    • Karel Knip