SJU-Festival gevarieerd en steeds op hoog niveau

Als festivals wijnen waren. was de zeventiende editie van het SJU Jazz Festival een Grand Cru van een bijzonder goed jaar. De programmering bood oude helden naast jong talent, maar was over de gehele linie op een hoog niveau. De stilistische variatie zorgde voor een interessant, uitgebalanceerd bouquet van de ingetogen kamerjazzmuziek van Vandoorn Strings Only tot de sonische draaikolk van Jim Black's Alasnoaxis.

Het festival opende klassiek met een `tribute'. Het World Saxophone Quartet, dat dit jaar een kwart eeuw bestaat, eerde de in 1993 overleden oprichter Julius Hemphill. Requiem for Julius bleek echter geen tranentrekkende treurmars, maar meer een geheugenopfrisser voor hen die vergeten waren hoe veelzijdig een saxofoonkwartet kan klinken. Als een op de rand van religieuze extase balancerend gospelkoor vierden de saxofoonveteranen de rauwe levenskracht van hun voormalige collega. Altist Bruce Williams leek zelfs zozeer door de geest gegrepen dat zijn gillende, schurende en naar links en rechts stuiterende solo nooit meer leek op te houden.

Geen groter contrast dan met het optreden van ijskonijn Chris Potter, die vlekkeloos spelend zijn brave frasen afdraait met een onbewogenheid die grenst aan blinde routine. Hij heeft te weinig blues in zijn bloed om werkelijk opwindend te zijn, al kreeg hij voor het vrijwel noot voor noot naspelen van zijn nieuwe cd Gratitude een minutenlange staande ovatie.

Een zelfde reactie, maar dan meer op zijn plaats, was er voor festivalafsluiter Joey Baron. Met zijn uit twee gitaren, bas en drums opgebouwde kwartet wist hij schitterende miniatuurtjes met voortdurend verschuivende ritmepatronen tevoorschijn te toveren. Dat Baron met zijn subtiele act het publiek voor zich wist te winnen, is des te opmerkelijker, aangezien hij aantrad na de zonder twijfel de luidruchtigste en uitbundigste band van het festival: Sex Mob.

Als een genadeloos voortdenderende geluidslawine sleurde dit New-Yorkse viertal alles mee dat het op zijn weg tegenkwam: Abba's Fernandes, de groove van James Brown, flarden Duke Ellington, opgewekt huppelende Hollywood showtunes en loodzware martelmetal. Voor Sex Mob is optreden boven alles een show. Niet dat de stijlenpastiche daarmee tot een maniertje is gedegradeerd of het spelniveau ook maar een fractie lager dan virtuoos ligt, maar het is de energie die altijd voorop staat. Sex Mob is een in noten gevatte explosie anarchistisch spelplezier. En het kostte de New Yorkers dan ook weinig moeite de zaal finaal plat te spelen met hun `high energy dirty jazz'.

Van eigen bodem, minder overdonderend maar minstens even eigenzinnig, was het Anton Goudsmit Projekt. Gitarist Goudsmit – door de festivalorganisatie bestempeld als `aanstormend talent' maar inmiddels al vele jaren actief als sideman in een paar van Nederlands beste formaties – had dit jaar de compositie-opdracht van de VPRO gekregen. Het resultaat was een grensoverschrijdend amalgaam van zulke uiteenlopende stijlen als country, funk, latin en blues. De stukke,n met kleurrijke titels als Effe dimmen cowboy en De Keet, boden een schitterende schakering van sferen. Maar de meerwaarde kwam van de uitgelezen instrumentatie. Yuri Honings droge sax, het exotische tintje van Jos de Haas' percussie, Goudsmits onnavolgbare gitaargefreak en dat alles bij elkaar gehouden door Arnold Dooyeweerds robuuste bas die als een stevige kabel om het totaalgeluid heen ligt. Het Anton Goudsmit Projekt maakte duidelijk waar het dit hele SJU Festival om draaide: de bundeling van de juiste muzikale persoonlijkheden.

SJU Jazz Festival. Gehoord: 27 t/m 29/4 Vredenburg, Utrecht. Radio: juni VPRO, ma, woe 23u.

    • Edo Dijksterhuis