Op zoek naar speld voor zeepbel

Crisispreventie wordt een speerpunt van het IMF-beleid. Daarmee onderstreept het Fonds de toegenomen invloed van de financiële economie op de reële economie.

Komt het allemaal goed met de wereldeconomie? Zowel de bijeenkomst van de zeven grootste industrielanden op zaterdag in Washington, als de vergadering van het International Monetary and Financial Committee van het IMF gisteren ademde de sfeer van voorzichtig optimisme.

De twee procent groei die de Amerikaanse economie over het eerste kwartaal van dit jaar vertoonde, zette de toon voor een ontspannen weekeinde. Toch zijn de moeilijkheden waarin de wereldeconomie dit jaar verzeild is geraakt niet weg.

Turkije moest worden geholpen met een noodkrediet van 10 miljard dollar om te voorkomen dat het afglijdt in een financieel ravijn. En Argentinië moet, gezien het plan van minister van Economische Zaken Cavallo om door middel van extra economische groei uit de financiële problemen te komen, nog maar zien of dat gaat lukken.

Bovendien, zo onderstreept president Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB), is een al te snel Amerikaans economisch herstel niet onverdeeld gunstig. ,,Als je me nu zou vragen of de Amerikaanse groei weer terug moet naar de 5 procent van vorig jaar, dan zou ik zeggen: laat maar even. Laat de ballon maar even leeglopen.'' Het belang voor de wereldeconomie is volgens Wellink dat de Amerikaanse economie vertraagt op een ordelijke wijze.

Vraag is wel waarom de groeivertraging in de VS zo snel en abrupt heeft plaatsgevonden. Wellink grijpt daarvoor terug op `oude' en `nieuwe' verklaringen. ,,De stijgende olieprijs van vorig jaar, en het opschroeven van de rente in VS destijds, zijn belangrijker geweest dan aanvankelijk ingeschat.'' Maar ook het door de informatierevolutie sterk gerationaliseerde voorraadbeheer heeft veroorzaakt dat de omslag razendsnel is gegaan. ,,Het tempo van de voorraadcyclus kan daar mee samenhangen. De voorraad is geen buffer meer.''

Daar bovenop speelt de groeiende invloed van fluctuaties op de financiële markten, onroerend goedmarkten en kapitaalstromen op de reële economie. Het IMF heeft onder de vorig jaar aangetreden directeur Horst Köhler meer aandacht gekregen voor de invloed van de kapitaalmarkt. Gisteren verwelkomden de leden van het Fonds de vestiging van een International Capital Markets Department, een onderzoeksafdeling die de rol van de financiële markten in de wereldeconomie gaat bestuderen.

Naarmate het bezit van aandelen wijder verspreid wordt, krijgt een variatie in dat vermogen grotere gevolgen voor de bestedingen van particulieren. Op voorstel van De Nederlandsche Bank werd gisteren, binnen het verband van de belangrijkste tien financiële landen, besloten een onderzoek te starten naar zogeheten asset bubbles, zeepbellen in de prijzen van effecten en onroerend goed.

DNB-directielid Henk Brouwer, die dat onderzoek gaat leiden, stelt dat ervaringen in Japan en bijvoorbeeld ook in Zweden begin jaren negentig, onderstrepen hoe diep het ontstaan en uiteenspatten van zeepbellen ingrijpen in de economie. Het idee vindt zijn inspiratie overigens in de zorgen van de bank over de Nederlandse onroerendgoedmarkt. ,,We gaan nu eens structureel kijken naar prijzen van activa, en of je in de preventieve sfeer iets kan doen.''

Die laatste opmerking is revolutionair. Een oordeel over de hoogte van onroerendgoedprijzen of aandelenkoersen impliceert namelijk dat centrale bankiers uitspraken moeten gaan doen over het niveau van beurzen en huizenprijzen. En dat is iets waar zij zich altijd verre van hebben willen houden. Is het Damrak op dit moment te duur of niet? Die vraag is uitermate lastig te beantwoorden. Maar, zo stelt Wellink, ,,stel dat we in 1988 of 1989 hadden geweten dat Japan tien jaar lang in het slop zou raken nadat de zeepbel daar barstte?''

Het antwoord dat de correcte niveaus van de effectenmarkten niet kunnen worden gekend, heeft tot nu toe een beleid ten opzichte van zeepbellen verhinderd. ,,Maar zo makkelijk kom je er misschien wel niet meer mee weg.''

Dat geldt ook voor de diagnose van wat er vorig jaar en deze lente met de technologie-aandelen is gebeurd. Of en wanneer een opgeblazen ballon een keer zal worden doorgeprikt, is al lastig genoeg te doorgronden. Maar de hamvraag is: wat is de speld?

    • Maarten Schinkel