Nieuwe choreografie stelt teleur

Exact aan de vooravond van Koninginnedag sloot Springdance haar 21ste festival-editie af. Na twee weken bont dansspektakel was het welletjes. Zelfs de grootste fan zat er bij Martin Butlers tweedelige Puppet Master – A Morality Play wat wezenloos bij. Maar dat kan aan de voorstelling hebben gelegen. Want zijn eigentijdse moraliteit over de verfoeilijke hedonistische Califonische levensstijl was amper prikkelend, om niet te zeggen stomvervelend.

Bij binnenkomst zijn de dansers lekker aan het swingen, vol overgave zoals indertijd de Baghwan-aanhangers. Later trekt een danser hen de broek tot de enkels, zodat ze geen kant meer op kunnen. De dans wordt begeleid door een Engelse tekst die auteur Ingeborg Houwen in een doorzichtig pakje uitspreekt. Haar tekst staat bol van zwoele erotiek. Zelfs de `stilte' noemt ze nog `kinky', wat eigenaardig contrasteert met de expressieloze danseressen die je eerder associeert met jutteperen dan met erotiek. Nee, dan de mannen. In het tweede deel, dat volgt op een gênant playback optreden en travestie, demonstreren zij in zwart latex dat ze wel gewend zijn aan een vette show. Met een bronstige blik in de ogen voeren ze nummertjes op die op zijn best het disco uitgaanspubliek in vervoering kunnen brengen. Na een kwartier gaf de tekstprojectie het al aan: `this play has no more scenario'. Dat zal als provocatie bedoeld zijn. Toch heb ik het zouteloze gedoe na twee uur voor gezien gehouden, hoewel de fraai gestileerde (video)beelden van Eric Frymark oogstrelend waren, als enige.

Nu mag Puppet Master van de in Amsterdam werkende Brit Butler een misser zijn, veel reden tot optimisme over de nieuwe garde choreografen bood Springdance niet. `Bullshit, geneuzel' waren enkele reacties. Met daar tegenover de klakkeloze bewondering van een aanhang die in dit performance circuit wel thuis is. Performance inderdaad, want veel van het getoonde werk is van makers die `ballet' uitspreken alsof het een besmettelijke ziekte is. Ook vinden zij moderne dans een achterhaalde kunstvorm en benaderen zij het lichaam het liefst zoveel mogelijk vanuit andere kunstdisciplines, waartoe ze kortstondig een samenwerking aangaan met multimedia-kunstenaars. Niet alleen in die verbinding maar ook qua thematiek vinden ze aansluiting bij de nieuwste lichting van (beeldend) kunstenaars. Zo past Plischkes (Re)Sort, met zijn zintuigelijke interactie tussen publiek en spelers en met zijn verwijzingen naar Godard, Bruce Nauman en Peter Handke perfect bij de sleutelwoorden waarmee de Berlijnse Biënnale van eigentijdse kunst zich afficheert: Samenwerking, Betrokkenheid, Verbondenheid. Ook Le Roy's antitheatrale ego-documenten horen daar thuis. De Oostenrijker Willy Dorner zette met Back to return zelfs al de stap naar een installatie met video-art, dans en performance, en met waarneming als onderwerp.

Nu is ideeënkunst binnen de dans geen nieuw fenomeen, zeker in Nederland niet waar de invloed van de Amerikaanse postmoderne dans vrij groot is geweest. In Duitsland, Frankrijk, Engeland, waar veel van de uitgenodigde makers vandaan komen, ligt dat anders. Voor hen is dit kennelijk een inhaalslag, waarbij ze beduidend radicaler te werk gaan dan hun grote voorbeelden uit de sixties.

Interessant was Springdance wel voor zover je kennis kon nemen van wat er leeft in een deel van de Europese dans, met Bels speelse The show must go on als enige echte verrassing uit het buitenland. Boeiend was ook om te zien hoe de dans in ons land (met Linning, Hans Hof Ensemble en Greco/PC vertegenwoordigd) zich daartoe verhoudt. Je hoeft maar een minuut te kijken naar een prachtige adagiobeweging op Ter Veldhuis om vast te kunnen stellen dat dans als autonome kunstvorm nog lang niet uitgeput is, zoals artistiek directeur Simon Dove ons wil doen geloven.

Voorstelling: Martin Butler: Puppet Master – A Morality Play. Tournee t/m 19/5. Inl.: (020) 638 93 98; Emio Greco/PC: Double Points 1 & 2 + Nero. Gezien in Utrecht.

    • Isabella Lanz