Minister ziet rol Britse boer als `manager van platteland'

De Britse landbouw maakt zich na de mond- en klauwzeercrisis op voor schaalverkleining. Minister Nick Brown (Landbouw) wil boeren eerder betalen voor ,,het managen van het platteland dan voor het produceren van voedsel''. Brown, wiens ministerie na de komende verkiezingen waarschijnlijk wordt hervormd tot een ministerie voor Plattelandszaken, zei dat dit weekeinde in een vraaggesprek met de BBC en met The Daily Telegraph.

Brown wil dat boeren minder subsidie krijgen voor het aantal schapen in hun kudde of de hoeveelheid graan die ze per hectare produceren. Wel zouden ze vergoedingen moeten krijgen voor ,,het naleven van milieunormen'', zoals het onderhouden van heggen, die nu vaak wijken voor grote akkers, voor het aanleggen van waterkeringen of het laten onderlopen van land tijdens overstromingen en ook voor het bevorderen van toerisme. ,,De dagen dat we verwachtten dat boeren voor het milieu zorgen zonder ervoor betaald te krijgen zijn voorbij'', aldus Brown.

De huidige industriële landbouw is erop gericht om zo snel en zo veel mogelijk te produceren tegen zo gering mogelijke kosten en met steun van subsidies uit Londen en Brussel. Die intensieve land- en akkerbouw zou echter ook recente veecrises als BSE en de MKZ-epidemie in de hand hebben gewerkt.

De Britten vragen al langer om een hervorming van de Europese landbouwsubsidies. Het streven naar een groenere landbouw lijkt Duitsland tot een medestander te hebben gemaakt. Frankrijk, met de grootste agrarische sector van Europa, is de voornaamste dwarsligger. Hervorming van het landbouwbeleid is voor de Britten niet zonder risico, omdat ze dan de door premier Thatcher bedongen compensatieregeling (rebatement) kunnen kwijtraken.