McGuinness: ik was 2e man IRA

Martin McGuinness, minister van Onderwijs in het Noord-Ierse zelfbestuur, was `tweede man' van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) in Londonderry tijdens de schietpartij op `Bloody Sunday' in 1972. Het Britse leger schoot toen veertien burgers dood tijdens een protestmars.

McGuinness zal zijn rol erkennen tijdens de officiële hoorzittingen over de schietpartij, heeft hij laten weten. McGuinness heeft zijn paramilitaire verleden nooit toegegeven, hoewel hij wel is veroordeeld wegens het IRA-lidmaatschap. Hij zal tegenspreken dat hij het eerste schot heeft gelost, dat volgens een Britse inlichtingenfunctionaris de aanleiding zou zijn geweest voor de paratroepers het vuur te openen op de demonstranten.

Volgens McGuinness, destijds 21, waren op 30 januari 1972 acht gewapende IRA-leden aanwezig in Derry, zoals de katholieken Londonderry noemen, maar die zouden instructie gehad hebben uit de buurt te blijven van de protestmars. McGuinness' verklaring wijkt af van de geheimhoudingsplicht van ex-IRA-leden en zou zijn goedgekeurd door de IRA-leiding om te onderstrepen dat het haar ernst is met het vredesproces. Maar republikeinse haviken, die gekant zijn tegen het Goede Vrijdag-akkoord uit 1998, de blauwdruk voor een permanente vrede, kunnen het als een aanwijzing zien dat McGuinness en medepoliticus Gerry Adams de republikeinse zaak verraden door mee te werken met de `Britse bezetter'. McGuinness is in 1997 namens Mid-Ulster gekozen voor het Britse parlement. Hij was de republikeinse hoofdonderhandelaar voor het Goede Vrijdag-akkoord. Hij was toen opgeklommen tot chef-staf van de IRA, zo wordt aangenomen. Sommigen geloven dat hij nog steeds in het IRA-bestuur zit.