Latijns Amerika verdient geen hoon

In Nederland wordt doorgaans in gunstige termen over de VS geschreven en gesproken en worden negatieve vooroordelen op Latijns Amerika geprojecteerd. Ten onrechte zien velen dit gebied als een broedplaats van economische, sociale en politieke problemen, meent Hans Vogel.

Het rapport-Baud is in Nederland met enthousiasme ontvangen. Het stuk levert felle (en terechte) kritiek op het regime van Videla, maar is mild ten aanzien van ons eigen verleden. Graciela Iglesias, de Londense correspondent van de Argentijnse kwaliteitskrant La Nación, heeft de waarde van het rapport in twijfel getrokken (NRC Handelsblad, 5 april), en verwoordt daarmee de gevoelens van veel Argentijnen.

Het verschillend perspectief van Nederlanders en Argentijnen is in wezen terug te voeren tot het moment dat een half millennium geleden de eerste stap werd gezet naar wat nu `globalisering' heet. De ontdekking van een Nieuwe Wereld is van beslissende betekenis geweest voor de Europese geschiedenis. Het vertrouwde Europese wereldbeeld, waarin alles zijn vaste plaats had, is mede door de ontdekking van `Amerika' definitief verbrijzeld.

De groeiende kennis van de Nieuwe Wereld plaatste het Europese denken voor grote problemen. Vooreerst bleken ze onoplosbaar omdat de nieuwe kennis niet te rijmen was met de traditionele manier waarop Europeanen tegen de wereld en hun eigen plaats daarin aankeken. Van welke stam van Israël waren de `Indianen' nazaten? Hoe lang geleden hadden de wateren van de zondvloed zich uit Amerika teruggetrokken? Welke plaats hadden mens en dier in Amerika in de hiërarchie van het leven op aarde? Wie geloofde dat de Indianen afstamden van een van de verloren stammen van Israël, veronderstelde automatisch dat de Indianen oorspronkelijk in God hadden geloofd en dat ze met geringe moeite konden worden bekeerd tot het ware geloof. Anderen dachten dat de Indianen afstamden van Cham, de verstoten zoon van Noach, en dat ze kannibalen waren. Dat gaf hen het recht om de Indianen vijandig te behandelen en ze te onderwerpen aan alle mogelijke kwellingen.

Slechts een enkeling verkondigde een afwijkende mening. De belangrijkste onder hen was de 16de-eeuwse humanist Montaigne, die het literaire beeld creëerde van de `goede wilde'. In de 18de eeuw, toen de Europese beschaving een ongekende bloei doormaakte, werden de aanvallen op Amerika steeds feller. De verklaring die de Italiaanse geleerde Antonello Gerbi (auteur van het onvolprezen Disputa del Nuovo Mondo) daarvoor gaf is simpel en logisch: in die tijd leek de opmars van Amerika onstuitbaar. De economische groei was onstuimiger dan in het overgrote deel van Europa, de bevolking groeide snel en het leek nog maar een kwestie van tijd eer de Nieuwe Wereld de Oude zou hebben overvleugeld.

De grote Franse geleerde Buffon was van mening dat het water van de zondvloed pas heel recent uit Amerika was verdwenen. Dat stond voor hem onomstotelijk vast op grond van het aantal en de omvang van de reptielen in Amerika en gezien de indrukwekkende insectenwereld, met exemplaren die groter waren dan alles wat in de Oude Wereld werd gevonden. Tegelijkertijd waren de zoogdieren in het algemeen kleiner in Amerika, en dat werd als bewijs gezien van hun late oorsprong, later dan in de Oude Wereld. Voor Buffon was Amerika op grond van deze constateringen wezenlijk inferieur aan Europa. Van de dierenwereld was het maar een kleine stap naar die van de mensen: ook zij waren volgens Buffon en zijn tijdgenoten (zoals De Pauw en Robertson) inferieur aan hun Europese tegenhangers. Zelfs Europeanen die in Amerika werden geboren, verwerden, zoals de Spaanse reizigers Jorge Juan en Antonio de Ulloa vaststelden, tot inferieure schepsels: lui, corrupt en dom.

Van meet af aan was het duidelijk dat de meeste Europeanen alleen in extremen en karikaturen over Amerika en zijn bewoners konden denken. Drie eeuwen lang hadden de positieve en negatieve waarderingen – ook geografisch – door elkaar gelopen. Hegel bracht daar in het begin van de 19de eeuw verandering in met de publicatie van zijn geschiedfilosofie. Ondubbelzinnig velde hij daarin een oordeel over de Nieuwe Wereld, die hij nadrukkelijk verdeelde in twee antagonistische gebieden: een dynamisch noordelijk en een decadent zuidelijk deel. Als toegewijd overheidsdienaar van een zelfbewust, protestants Pruisen kon Hegel wel waardering opbrengen voor de juist onafhankelijk geworden, protestantse Verenigde Staten, waarvoor wie hij een mooie toekomst zag weggelegd. Op het rooms-katholieke Spaans- en Portugees Amerika projecteerde hij al zijn negatieve gevoelens en vooroordelen.

Grosso modo hebben de meeste Europeanen na Hegel ook op die manier naar de Nieuwe Wereld gekeken: positieve waarderingen voor de VS, negatieve voor Latijns Amerika. De nieuwe beschouwingswijze was natuurlijk niet alleen te danken aan Hegel, maar ook de verdienste van de VS, waar een oude droom van een beter, verjongd en moreel superieur Europa werkelijkheid leek te worden. Het kon niet anders of in die context moesten de negatieve opinies over de Nieuwe Wereld zich wel concentreren op het ooit zo mythisch rijke, en nu stagnerende Spaans- en Portugees Amerika.

Tot op heden is dat nauwelijks veranderd. Doorgaans wordt in Nederland in zeer gunstige termen over de VS geschreven en gesproken. Zelfs de treurige klucht van de laatste presidentsverkiezingen heeft hier te lande nauwelijks grotere en bredere vragen kunnen oproepen, althans er is geen discussie op gang gekomen waar dit thema in al zijn gevolgen en met al zijn implicaties (ook voor de democratie in Nederland) aan de orde komt. Of het nu de Academy Awards zijn of de wonderen van de surfplank, de teksten van Eminem of de War on Drugs, het meeste wat ons vanuit de VS bereikt, wordt door een grote meerderheid gretig en zonder lastige vragen ontvangen en gewaardeerd. Zelfs de meeste cultuuruitingen uit Spaans-Amerika bereiken ons tegenwoordig via het filter van de VS.In de jaren 1960 en 1970 hoorde men hier nog wel eens kritische geluiden over de situatie van de zwarte Amerikanen of over de spierballenpolitiek van Washington, maar dergelijke uitingen zijn eigenlijk geheel verdwenen.

De negatieve vooroordelen worden doorgaans geprojecteerd op Latijns Amerika. Voor velen is het een broedplaats van economische, sociale en politieke problemen. Welig tiert er de dictatuur, groot is er het onrecht dat de Indianen en de armen wordt aangedaan, diep is er de kloof tussen arm en rijk. Met gulle hand wordt sinds jaar en dag ontwikkelingshulp gegeven aan Latijns Amerika, in de vaste overtuiging dat men daarginds zit te wachten op kennis en wijsheid uit Europa. Hordes Nederlandse studenten doen scriptieonderzoek naar de straatkinderen van Rio de Janeiro, de mishandeling van vrouwen in Nicaragua of de Indiaanse marktvrouwtjes in Guatemala. Het is namelijk deels ook de fascinatie met de onderkant van een ogenschijnlijk pittoreske en avontuurlijk-romantische samenleving, die sociaal bewogen jonge Nederlandse onderzoekers al decennialang naar Latijns Amerika trekt, op zoek naar de `goede wilde' in een land van kannibalen.

Zulke moderne missie-ijver en de jeugdige zin voor avontuur voeden zich met negatieve vooroordelen en dragen op hun beurt weer bij aan de bestendiging van een in wezen ongunstig beeld van Latijns Amerika. Zonder het te beseffen, onderschrijven velen op die manier het Hegeliaanse beeld van Latijns Amerika, namelijk als een gebied waar de geschiedenis met de onafhankelijkheid ophield te bestaan, en waar sindsdien alleen nog maar `geografie' (tegenwoordig in de vorm van sociologie, antropologie, politieke wetenschap, etc.) te vinden is.

In het Europese onderbewustzijn is Latijns Amerika een ahistorisch werelddeel geworden, waar verleden en heden niet van elkaar te onderscheiden zijn. Ook in Latijns Amerika zelf heeft deze gedachte wortel geschoten, zoals blijkt uit het zogenoemde magisch realisme (Gabriel García Márquez, Isabel Allende), waarin de grenzen tussen fictie en werkelijkheid, heden en verleden dikwijls geheel wegvallen. Lange tijd is ook de geschiedschrijving in Latijns Amerika door deze gedachte beïnvloed. Vandaar de neiging om de eigen geschiedenis te zien als een aaneenschakeling van biografieën, waardoor periodisering aan de hand van belangrijke politieke, sociale en economische gebeurtenissen en processen minder noodzakelijk wordt. Het nationale verleden kon daardoor soms een transcendentale waarde krijgen die de kalenderlengte alleen misschien niet zou kunnen rechtvaardigen.

Een gedetailleerde kennis van de geschiedenis van Latijns Amerika kan daarentegen aansporen tot reflectie en vergelijking met onze eigen geschiedenis in Nederland en West-Europa. Zo wordt er maar al te vaak van uitgegaan, dat de democratie in Zuid-Amerika niet goed zou gedijen. Weinigen in Nederland weten echter dat de Argentijnse provincie Buenos Aires al in 1821 het algemeen kiesrecht voor mannen heeft ingevoerd, en dat moderne democratische beginselen er al in 1806 werden toegepast. In Nederland is het algemeen kiesrecht voor mannen pas een eeuw later ingevoerd. Weinigen beseffen dat Colombia al zo'n 150 jaar democratisch wordt bestuurd, of dat de Venezolaanse democratie al sinds 1958 behoorlijk functioneert.

In veel Latijns-Amerikaanse landen is de bevolking in politiek opzicht door de wol geverfd. Men heeft er zeker geen rooskleurig collectief zelfbeeld, en misschien zelfs een algemeen verbreid politiek cynisme, soms ook met behoud van een zeker toekomstvertrouwen. Zelfkritiek ten aanzien van de eigen politiek en het eigen verleden is een eigenschap die men in Latijns-Amerika opvallend vaak tegenkomt. Het publieke debat is er dan ook een stuk opener en harder dan hier te lande.

In Latijns Amerika zijn de contouren van een culturele identiteitscrisis al zichtbaar sinds 1898, toen de VS zich definitief aandienden als de onbetwiste hegemoniale mogendheid van de Nieuwe Wereld. Gedurende de 20ste eeuw heeft Latijns Amerika zich allengs neergelegd bij de situatie. Landen als Argentinië en Brazilië hebben zich ermee moeten verzoenen, hoogstens de tweede viool te kunnen spelen. Inmiddels, na de val van het communisme in Oost-Europa, voltrekt zich de `Amerikanisering' van Latijns Amerika in duizelingwekkend tempo.

Het is frappant om te zien, hoe zich in Europa een soortgelijk proces afspeelt, waarbij tradities en masse verloren gaan of worden afgeschaft, en vervangen door nieuwe gebruiken, normen en waarden, voor een groot deel afkomstig uit de VS. Juist omdat Europa aan het begin staat van een proces dat in Latijns Amerika al veel langer aan de gang is en veel verder is gevorderd, is er misschien veel waardevols te leren uit de ervaringen daarginds. Niettemin is de wetenschappelijke en culturele belangstelling voor Latijns Amerika hier tegenwoordig veel geringer dan pakweg twee decennia geleden. De aandacht lijkt zich veeleer op Azië en Afrika te richten dan op Latijns Amerika. Het moment lijkt echter gekomen om de geschiedenis en cultuur van Latijns Amerika serieus te bestuderen. Niet vanuit een onuitgesproken en misplaatst gevoel van superioriteit, maar omdat het een in wezen westerse cultuur betreft, die in hoog tempo, net als wijzelf, wordt `geglobaliseerd' en ingebed in de `Pax Americana'.

H. Ph. Vogel is verbonden aan de vakgroep Talen en Culturen van Latijns Amerika van de Universiteit Leiden.

    • Hans Vogel