Ives' satirische feestmuziek is nog altijd zijn beste stuk

Julian Southall Myrick (1880-1969) zou allang vergeten zijn als hij niet die ene vraag had gesteld aan zijn compagnon Charles Edward Ives (1874-1954), de `Vader' van de Amerikaanse moderne muziek. Bij een verhuizing tijdens het opruimen van een safe vroeg hij achteloos: ,,Zal ik dit pakket ook maar weggooien?'' Waarop Ives repliceerde: ,,Why Mike! God, The Fourth of July, that's the best thing I've ever written!''

Niets te veel gezegd, zo bleek tijdens een afwisselende Matinee op de Vrije Zaterdag, waar het Radio Filharmonisch Orkest zich geen feestelijker finale had kunnen wensen dan met het formidabele vuurwerk van The Fourth of July, in wezen een patriottistische satire. De componist somde allerlei groteske gebeurtenissen op rond prijsvechters en dronkaards, revolverschoten, een gevonden vinger, een op hol geslagen paard, kerkklokken en torpedo's. Pas een halve eeuw later werden Ives' vindingen gemeengoed, zoals ruimtelijke opstellingen en cluster-clashes. Dat was het gevolg van een puur abstract klankonderzoek.

Ives echter schreef vrijwel uitsluitend programmatische muziek. Een bindend element in The Fourth of July geeft het lied Columbia, the Gem of the Ocean als een frame, vergelijk een koraalmelodie in een cantate van Bach, want Ives rommelde niet zomaar wat aan. Van de vierdelige New England Holidays, opgezet als de Amerikaanse Vier Seizoenen, werd ook nog Washington's Birthday uitgevoerd die staat voor de winter. De Barn Dance daaruit, allereerst op de plaat gezet, bracht Ives tenminste nog enige bekendheid. Hier imponeren vooral de vervreemdende vergezichten, bezien als door een beslagen ruit, mistig en wazig. De clash van een niet bij elkaar passende melodiecluster blijft toch het meest bijzonder, geheel en al ontsproten aan Ives' eigen verbeelding. Hij kende geen moderne muziek, luisterde niet naar de radio of de grammofoon, las geen kranten en werkte liever in de tuin dan met vakantie te gaan. Wat zou je een componist nog meer willen toewensen teneinde zijn eigengereid karakter te behouden?

Mark Elder en de zijnen gingen er volop tegenaan zonder beperkingen, met name in het scheurende koper, het abrupt baldadige benadrukkend. Je wilde na afloop in een luid ,,Hurrah!'' uitbarsten. Alleen leken mij Elders mondelinge toelichtingen, althans bij een publiek dat verwend is met eigentijdse premières, enigszins overbodig.

Dat `Hurrah!' was nog niet aan de orde na Samuel Barbers muziek voor het ballet Medea. Berlioz' Méditation uit de er op volgende cantate La Mort de Cléopâtre, één en een kwart eeuw eerder gecomponeerd, is gedurfder. Benauwende afgronden openen zich in de uiterst sombere en lage blazers, begeleid door doffe, niet aflatende pizzicati als een marteling van waterdruppels. Aan de Zweedse mezzosopraan Katarina Karnéus was het zeer besteed. Haar stem is sterk, sonoor in de laagte, wat schel in de hoogte.

Dat ook nog Debussy op het programma prijkte, had Ives weten te waarderen, Beethoven en Debussy bij voorkeur citerend. En dat Elder twee mondharpjes liet meespelen in Washington's Birthday paste eveneens in Ives baldadige stijl, die echter tegelijkertijd veel meer is geweest dan een vorm van weggooikunst, — immers gespeeld chaotisch, gecontroleerde chaos.

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Mark Elder. Gehoord 28/4 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 2/5 20.02 uur.