Erik Dekker rebelleert en wint

De zegereeks van Erik Dekker (30) duurt voort. Zaterdag versloeg hij zijn Amerikaanse medevluchter Lance Armstrong in de finale van de Amstel Goldrace. Dekker is de nieuwe leider in het wereldbekerklassement.

De grote wielerkampioenen rijden niet aan de hand van hun ploegleider. Ze luisteren beleefd naar adviezen, maar bepalen zelf het koersverloop. Zoals de vedette van een voetbalelftal de hulp van zijn trainer in de wind slaat. De leermeesters zijn overbodig langs de zijlijn. Ze mogen de drinkbussen aanreiken of de wissels toepassen.

Erik Dekker is (nog) geen grote wielerkampioen, maar hij vertoont de kenmerken van een geboren winnaar. Hij is een renner van het eigenwijze soort. Zaterdag plaatste hij op eigen gezag een demarrage die hem aan de voet van de Keutenberg bij de Amerikaan Lance Armstrong en de Italiaan Eddy Mazzoleni bracht. De solo van Dekker getuigde van kracht en volharding.

Nadat Mazzoleni op de Keutenberg terrein moest prijsgeven, negeerde Dekker de stalorders van zijn ploegleider. Theo de Rooy sommeerde hem voor het oog van de televisiecamera's in de remmen te knijpen. De defensieve tactiek was tegen de natuur van Dekker. Hij ging voorop in de strijd en dankte zijn overwinning in de Amstel Goldrace aan lef en eigenzinnigheid.

De woordenwisseling (,,geen ruzie maar een discussie'', volgens de betrokkenen) was een schoolvoorbeeld van twee neuroten die hun zenuwen niet of nauwelijks de baas bleven. Ze scholden elkaar de huid vol. Ze hadden tegenstrijdige belangen. De renner had de juiste vorm te pakken en zag zijn kans schoon. De ploegleider had blijkbaar weinig vertrouwen in een sprint à deux met Armstrong. De Rooy rekende zich rijk met twee anders renners van Rabobank in het achtervolgende pelotonnetje. Michael Boogerd en Marcus Zberg zaten gevangen in een labyrint van tegenstrijdige belangen.

De tactiek van De Rooy was `pappen en nathouden'. Hij kon niet kiezen en verergerde de zenuwenoorlog door zijn renners telkens andere informatie te geven. Boogerd werd naar eigen zeggen tureluurs van het opgewonden stemgeluid van zijn ploegleider. Dekker was laconieker. ,,Theo had meer reden om nerveus te zijn. Wij moesten trappen, hij zat in de auto.''

De Rooy had een eigen lezing van zijn onnavolgbare instructies. ,,Ik probeerde Dekker een alibi te geven om in het wiel van Armstrong te kunnen zitten. Het was een truc om ze samen aan de finish te krijgen. Alleen wilde Armstrong niet meewerken en daarom mocht Erik toch kopwerk doen.'' Dekker hield zijn ploegbaas de hand boven het hoofd. ,,In het slechtste geval kon ik tweede worden en Armstrong is geen pannenkoek.''

Dekker voelde zich niet kansloos tegen zijn Amerikaanse medevluchter. Omgekeerd merkte de Nederlander dat Armstrong ontzag voor hem toonde. Dekker had eerder deze maand indruk gemaakt met zijn rappe spurt in de Ronde van Vlaanderen. Armstrong, die minder wedstrijden in de benen had, demarreerde op de steile hellingen. Dekker bleef schijnbaar eenvoudig in zijn spoor. De schijn bedroog. ,,Op de Keutenberg ben ik duizend doden gestorven. Ik kon geen trap harder'', erkende Dekker.

Op de slotklim van de Geulhemmerberg deed Armstrong niet eens moeite om te versnellen. Hij verzoende zich met een eindsprint die hij niet kon winnen. Op de Maasboulevard in Maastricht ging Dekker van kop af. Hij schakelde naar een zwaardere versnelling en een paar meter voor de eindstreep stak hij de armen in de lucht. Met de handen voor de mond en huilend van blijdschap nam hij de gelukwensen in ontvangst. De zeventiende Nederlandse winnaar in de 36ste Goldrace werd ook gehuldigd als nieuwe leider van het wereldbekerklassement.

Dekker gaf extra kleur aan zijn zegetocht door in het zicht van de finale te zwaaien naar zijn ploeggenoten die hij aan de andere kant van de weg tegemoet reed. Deze kolderieke actie was kenmerkend voor zijn onconventionele gedrag. De twijfelaar van weleer maakt een ongecompliceerde indruk. Sinds zijn ritzeges in de Tour van 2000 is hij bevrijd van kopzorgen. Zijn zelfvertrouwen wordt met de week groter.

,,Ik ben de laatste die niet wil toegeven dat ik een andere renner ben geworden'', sprak de voormalige waterdrager na afloop. Na zijn trilogie in de Tour won hij vorig najaar de wereldbekerwedstrijd Clásica San Sebastian. Dit voorjaar won hij de rittenkoers Ruta del Sol en werd hij tweede in de Ronde van Vlaanderen. ,,Lichamelijk is er niks met me gebeurd, dus moet het wel in m'n hoofd zitten. Ik ben anders gaan denken in de koers'', verwoordde Dekker zijn metamorfose als wielrenner.

Zijn fysieke toestand is in zoverre veranderd dat zijn hematocrietwaarde niet meer boven de vijftig wordt gemeten, zoals tijdens de WK in 1999. De hoge waarde kan duiden op het gebruik van EPO. Hij werd echter nooit van doping beschuldigd. Een onderzoeksteam van zijn sponsor constateerde geen verboden praktijken. Dekker kreeg het voordeel van de twijfel en ging vrijuit.

De Rooy was na afloop een stuk rustiger dan tijdens de koers. Hij sprak in wijze bewoordingen over ,,één grote ontdekkingsreis van Dekker''. Volgens de ploegleider is de renner na zijn profdebuut in 1992 door fysiek ongemak in geestelijke nood geraakt. ,,Erik is door diepe dalen gegaan. Alles gebroken wat je kan breken. In een tijd dat het wielrennen op zijn gat lag. Hij durfde alleen nog maar in de Ronde van Zweden van start te gaan. Hij voelde zich nooit te beroerd om bidons te vullen. Hij cijferde zich liever weg voor anderen'', wist De Rooy.

De altruïstische houding van Dekker kon altijd op sympathie rekenen. Hij werd bestempeld als een renner van een uitstervend ras. De waardering is omgeslagen in bewondering. Hij slaat met z'n vuist op tafel en durft aanwijzingen van de ploegleider in de wind te slaan. De naam van Erik Dekker wordt ook in het buitenland met ontzag uitgesproken.

    • Jaap Bloembergen