Eenheid noordelijke provincies ruw verstoord

De noordelijke samenwerking heeft een flinke deuk opgelopen. Friesland en Leeuwarden zijn boos dat Groningen en Drenthe de stad niet willen laten aanhaken bij de noordelijke netwerkstad Groningen-Assen.

Andere provincies keken indertijd met bewonderende, maar ook jaloerse blikken naar het noorden. De provinciebesturen van Groningen, Friesland en Drenthe wisten door eendrachtige samenwerking miljarden guldens los te weken uit Den Haag. In 1998 werd met het kabinet het zogenoemde Langman-akkoord gesloten. De drie noordelijke provincies konden tot 2010 in totaal tien miljard gulden tegemoet zien voor stimulering van de economie en verbetering van de infrastructuur. De tijd dat de toenmalige Friese commissaris van de koningin Wiegel in de jaren tachtig naar Noord-Holland lonkte als samenwerkingspartner en elke noordelijke provincie vooral het eigenbelang diende, leek voorgoed verleden tijd. Maar de noordelijke samenwerking heeft nu een fikse deuk opgelopen. De provincies Groningen en Drenthe zijn pertinent tegen het aanhaken van Leeuwarden bij de netwerkstatus Groningen-Assen.

Minister Pronk (VROM) wil in zijn Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening zes nationale netwerksteden aanwijzen, die de komende tien jaar een miljard gulden extra rijkssubsidie voor openbaar vervoer en infrastructuur tegemoet kunnen zien. Een half jaar geleden suggereerde de Fryske Nasjonale Partij om uit protest uit het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) te stappen, nu Drenthe en Groningen Leeuwarden buitenspel zetten. Zover wilde het provinciebestuur van Friesland niet gaan. Maar de Friese gedeputeerde Sicko Heldoorn (PvdA) vindt de uitblijvende steun voor een netwerkstatus mét de Friese hoofdstad een kwalijke zaak. Hij sprak van ,,een drama'' en van een verbreking van de noordelijke eenheid. Hij bespeurt bij zijn Drentse en Groningse collega's ,,een krampachtigheid'' die hij niet kan plaatsen. ,,Het is bijna stereotiep'', oordeelt hij, hoe de Groningers naar Leeuwarden kijken. ,,Ze onderschatten de positie en het belang van de stad Leeuwarden in noordelijk verband. En misschien zijn ze bang dat de spoeling dunner wordt als Leeuwarden aanhaakt.''

De Groningse wethouder Willem Smink (PvdA) wil best samenwerken met Leeuwarden. Graag zelfs. En dat gebeurt ook al. Maar de Friese hoofdstad hoort niet thuis bij het reeds bestaande samenwerkingsverband Groningen-Assen. De provincies Groningen en Drenthe en twaalf gemeenten in Drenthe en Groningen, inclusief Assen en Groningen, sloten zich drie jaar geleden aaneen in de Regiovisie Groningen-Assen 2030. Daarin werden gezamenlijke afspraken gemaakt over onder meer het aantal te bouwen woningen, bedrijfsterreinen en openbaar-vervoersverbindingen. ,,Een dergelijke ruimtelijk-economische samenhang is er met Leeuwarden niet'', concludeert Smink. Hij voelt niks voor een ,,gekunstelde constructie'' waarbij Leeuwarden bij Groningen-Assen aansluit. Smink vindt dat Leeuwarden in zijn eigen kracht moet geloven en met Heerenveen of Harlingen moet aansturen op een regionale netwerkstatus. De Groninger wethouder is bang dat Groningen-Assen door het onderlinge gekrakeel in het noorden de netwerkstatus aan zijn neus voorbij zal zien gaan en daardoor miljoenen guldens aan extra rijksgelden zal mislopen. Opmerkelijk genoeg is Heldoorn het op dit punt met zijn partijgenoot eens.

Heldoorn: ,,Ik waarschuw al vier maanden dat je het risico loopt dat het noorden helemaal niets krijgt. Dan zijn we allemaal verliezers. Je kunt Leeuwarden dus beter gewoon opnemen.'' Hij bestrijdt dat Groningen en Leeuwarden te weinig hebben om samen een netwerkstad te vormen. ,,Wij stemmen alles in het noorden op elkaar af. We kunnen hier geen fietspad aanleggen of er moet met Drenthe en Groningen overlegd worden.'' En net of de vijf Brabantse steden, die samen een netwerkstatus indienden, zoveel overeenkomsten hebben. ,,Wat heeft Helmond nou met Breda? Helemaal niks'', oordeelt de Leeuwarder burgemeester Loeki van Maaren-van Balen. Een netwerkstatus is belangrijk, onderstreept ze, omdat die ,,status, dus geld'' betekent. Elf jaar geleden kreeg Leeuwarden de toenmalige felbegeerde knooppuntstatus (voor de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening) na intensief gelobby in Den Haag. En nu zou Leeuwarden die status weer moeten prijsgeven? Dat mag niet gebeuren, vindt ze. ,,Leeuwarden en Groningen zijn beide pijlers van de noordelijke economie en vullen elkaar juist perfect aan. Groningen heeft een kenniscentrum en biotechnologie, Leeuwarden heeft de voedingsmiddelenindustrie, het hoger beroepsonderwijs en de dienstverlening. De positie van Leeuwarden (88.000 inwoners) wordt schromelijk onderschat, vindt Van Maaren. ,,We hebben hier 54.000 arbeidsplaatsen en zijn de economische motor van het westelijk deel van het noorden.'' Het enige argument dat ze kan bedenken voor de Groningse weigering om Leeuwarden de netwerkstatus te gunnen is dat ,,ze niet willen''.

Dat spreekt de Groningse gedeputeerde Marc Calon (PvdA) krachtig tegen. Uit onderzoek in opdracht van het SNN bleek dat Groningen en Leeuwarden geen relaties hebben, stelt hij. Hij vindt het ook vreemd dat het Friese dagelijks bestuur instemde met Groningen-Assen, maar vorige week plotseling besloot toch een eigen reactie naar Pronk op diens Vijfde Nota te sturen. Hij heeft de indruk dat ze het op het Leeuwarder provinciehuis onderling niet eens zijn.

Staatssecretaris Ybema (Economische Zaken) en zelf Leeuwarder, pleitte de afgelopen maanden meermalen bij zijn collega Pronk om de Friese hoofdstad in het noordelijk netwerk op te nemen. ,,Pronk was niet principieel tegen, maar kreeg een verdeeld advies van het noorden.'' De minister laat nu een onafhankelijk bureau de relaties uitzoeken tussen Groningen en Leeuwarden. Volgens Heldoorn is Frieslands enige hoop dat de Drentse en Groningse Staten, doordrongen van het gevaar van het mislopen van overheidsgelden, alsnog pleiten voor Leeuwarden. Zo niet dan dreigt er een tweedeling in het noorden.

    • Karin de Mik