De vlucht naar voren van Zalm

Waar haalde het kabinet ineens zo snel 8 miljard voor extra investeringen vandaan? Hoe minister van Financiën Zalm goochelde met de tijd.

Eerst, in het vroege voorjaar, had minister Zalm (Financiën) krap een half miljard voor nieuwe investeringen. Toen opeens, in de nacht van vrijdag op zaterdag, was er bijna 8 miljard. Hoe kan dat? Het is goochelen voor gevorderden geweest, zeggen ingewijden.

De grote truc betreft, zoals vaker in begrotingsbesprekingen, gegoochel met de tijd. Aanvankelijk rekende Zalm louter met de cijfers voor 2002. Hij is vervolgens gaan rekenen met de verwachtingen voor 2004. Daarin heeft hij uiteindelijk de oplossing gevonden.

In de week voor het kabinetsberaad van afgelopen vrijdag bood Zalm nog hooguit 6 miljard extra voor 2002. Het was onvoldoende om de ministers Borst (Volksgezondheid) en Hermans (Onderwijs) tevreden te stellen, om maar te zwijgen van de coalitiefracties PvdA en D66, die al in een vroeg stadium hadden laten weten dat 7 miljard wel de ondergrens was.

De oorspronkelijke 6 miljard was op betrekkelijk conservatieve wijze totstandgekomen. Binnen de begrotingsregels, die een strikte scheiding tussen inkomsten en uitgaven voorschrijven, valt altijd nog veel te schuiven en daarmee te winnen, zo leert zeven jaar paars begrotingsbeleid. Extra aardgasbaten, een nieuwe bestemming zoeken voor niet uitgegeven bedragen (`sigaren uit eigen doos'), wat rentemeevallers en meevallende economische groei leveren al snel miljarden guldens extra op. Met name Borst zelf en Vermeend (Sociale Zaken) hebben fiks bijgedragen aan het bijeenschrapen van `nieuwe uitgaven', onder meer door niet uitgegeven gelden voor de bouw van ziekenhuizen (Borst) en niet uitgekeerde bedragen voor stimulering van de werkgelegenheid (Vermeend) af te staan aan Zalm.

Maar meer dan 6 miljard zat er op deze manier dus niet in. De grenzen van de Zalmnorm waren bereikt. De roep om overschrijding van de begrotingsregels klonk steeds luider.

Zalm heeft deze aanval gepareerd door zelf een `vlucht naar voren', naar 2004, in te zetten. Het sleutelwoord hierbij is: de staatsschuld. Zalm lost vanaf volgend jaar 22 miljard gulden per jaar af op de collectieve schuld die nu nog een kleine 500 miljard bedraagt. Omdat deze aflossing jaarlijks terugkeert, levert dit ieder jaar een rentebesparing op van circa een miljard gulden, die dan weer kan worden ingezet voor nieuw beleid. [Vervolg BEGROTING: pagina 3]

BEGROTING

'Tijdelijk geld'-truc

[Vervolg van pagina 1]Op basis van de stand in 2002 kon Zalm maximaal 2 miljard gulden aan rentebesparingen omzetten in nieuwe uitgaven. Dat bleek te weinig om zijn collega's tevreden te stellen. Maar twee jaar extra aflossing van de staatsschuld levert ook weer 2 miljard gulden op, zo redeneerde Zalm. Probleem is dat dit geld nu nog niet mag worden gebruikt.

De truc van Zalm is erin gelegen dat hij de komende twee jaar `tijdelijk geld' heeft gevonden om vervolgens vanaf 2004 de extra uitgaven structureel te dekken uit rentevoordelen op de aflossing van de staatsschuld. Zalm heeft zijn collega's opgeroepen om eenmalig geld beschikbaar te stellen dat op de plank was blijven liggen. Er bleek ongeveer een miljard beschikbaar. Vooruitlopend op hogere aardgasbaten speelde Zalm nog eens een half miljard vrij. En door het verschuiven van een begrotingspost uit 2001 naar 2002 kwam nog eens 0,5 miljard beschikbaar. De benodigde 2 miljard gulden om het gat tussen 2002 en 2004 te dichten was aldus gevonden.

Exemplarisch voor de grote politieke druk die op Zalm stond om bij elkaar acht miljard vrij te maken voor nieuwe uitgaven, is dat Zalm tevens ,,het speeltje van de Kamer'' heeft afgenomen. In het regeerakkoord is voor de hele regeerperiode een reservepotje van 1 miljard opgenomen. Traditioneel laat het kabinet dit potje, jaarlijks 250 miljoen, ongebruikt, zodat de Kamer bij de bespreking van de begroting nog wat wensen kan financieren. Dit jaar is het potje al leeg voordat het debat moet beginnen. ,,De koek is nu dan ook echt helemaal op'', zegt een ingewijde.

HOOFDARTIKEL: pagina 7

    • Egbert Kalse
    • Gijsbert van Es