De eeuwige secretaris-generaal

Zijn curriculum vitae heeft hij al sinds 1987 niet meer hoeven bijwerken. Sinds dat jaar is Tjibbe Joustra secretaris-generaal op het ministerie van Landbouw. Hij overleefde zware kritiek uit de Tweede Kamer alsmede vijf ministers van uiteenlopende politieke signatuur. ,,Ik ben de generaal.''

Het is de vroege ochtend van de vijfde februari 1997. Eén dag na de constatering van de varkenspest, een desastreuse veeziekte die uiteindelijk aan 11 miljoen varkens het leven zou kosten. Op het ministerie van Landbouw is alarmfase één afgekondigd. Sigarenrook vult zowel de ministerskamer, toentertijd van VVD-er Jozias van Aartsen, als die van de secretaris generaal, Tjibbe Joustra – ook van de VVD trouwens.

Op het eerste crisisoverleg die dag vraagt Van Aartsen aan zijn ambtelijke staf ,,wie er eigenlijk generaal is in deze crisis''. De Rijksdienst voor de Keuring voor Vee en Vlees (RVV) wil de varkenspest het liefst buiten de Tweede Kamer om oplossen, want het is ,,slechts een veterinaire kwestie''. Van Aartsen: ,,Ik legde de vraag voor aan mijn team van ambtenaren en Tjibbe liet er geen twijfel over bestaan.'' Hij stond op en zei: ,,Ik ben de generaal.''

Tjibbe Herman Jan Joustra (1951) deelt zichzelf in bij de mensen die van afstand onvriendelijk lijken, maar van dichtbij meevallen. Hij is veertien jaar secretaris-generaal op het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en daarmee de langst zittende topambtenaar van het land. Ex-ministers prijzen zijn loyaliteit, zijn intelligentie, zijn ,,paniekbestendigheid''. Hoge ambtenaren en mensen uit het agri-bedrijfsleven noemen hem aimabel en open bij nadere kennismaking. Maar hij kan ook zo scherp zijn dat hij ondergeschikten angst inboezemt – ,,met name de zwakkeren'', zegt Harry van Zon, die vier jaar als directeur-generaal Landbouw aan zijn zijde werkte. ,,Ik probeer tegenwoordig wel milder te zijn,'' zegt Joustra zelf, maar hij erkent dat dat vooral buiten zijn werkkamer geldt. ,,Tjibbe kan bikkelhard zijn'', zegt een oud-minister. Een goede manier om te testen wat hij aan ze heeft, vindt Joustra zelf.

De jurist heeft tegen wil en dank een reputatie op te houden. Sfinx, brein achter vijf achtereenvolgende ministers van Landbouw, buitengewoon intelligent en een ongekende overlever, zowel van crises, politieke wisselingen als de tand des tijds. De mond-en klauwzeercrisis is zijn vijfde majeure crisis, maar in zijn omgeving zijn weinig mensen die tekenen zien van slijtage bij de vijftigjarige, die bij zijn aantreden als 35-jarige de jongste sg ooit was.

Herman de Boon, directeur van de coöperatie Cebeco, zat bij Joustra op de kamer toen op woensdagmorgen 21 maart de bevestiging van het eerste mkz-geval, in Olst, per telefoon binnenkwam. Joustra reageerde natuurlijk `uitermate bezorgd', vertelt De Boon, maar vooral zakelijk, efficiënt: ,,Het was pats, pats, pats: dat moet er gebeuren, en dat ook.'' De Boon zag Joustra ,,in zijn beste rol'', denkt hij: ,,In zo'n buitengewoon complexe situatie waarin van alles tegelijk gebeurt, zorgt hij dat alle touwtjes samenkomen in handen van de minister.'' Het gaat te ver om te zeggen dat hij van crises houdt – hij is teveel verbonden met landbouw om zulke woorden in de mond te nemen - maar het zet hem wel op scherp. ,,Hij laaft zich eraan'', zegt een oud-bewindsman. ,,De hectiek en de complexiteit van zo'n crisis zijn een uitdaging,'' zegt Joustra.

Het beeld van Joustra als de man van de regie achter de minister komt in veel beschrijvingen terug. Maar is hij daardoor ook de man die alle macht op de Bezuidenhoutseweg 73 in handen heeft? Sommigen denken van wel. Het beeld dateert uit begin jaren negentig, toen een commissie onder leiding van oud-minister Neelie Kroes het departement onderzocht na de visfraude-affaire, die minister Braks de kop kostte. De conclusies waren vernietigend. Kroes had scherpe kritiek op de `autoritaire' ambtelijke leiding op het departement, die een klimaat zou scheppen ,,waarin intimidatie gedijt.'' Joustra concentreerde teveel macht bij zichzelf.

,,Het was zijn moeilijkste periode'', zegt een intimus. Terecht vindt de Joustra het beeld van de almachtige sfinx dat toen is ontstaan, nog altijd niet, maar: ,,Ik heb het zelf laten gebeuren.'' Hij heeft er ook wel een verklaring voor: hij is te jong tot het hoogste post voor een ambtenaar geroepen. ,,Ik zou het niet aanbevelen. Je kan beter eerst directeur-generaal worden.'' Joustra wist als sg aanvankelijk niet anders te doen dan zich storten op de inhoudelijke kant van het beleid. ,,De SG verwerd tot een abstractie. Ik heb het belang van communicatie onderschat.'' Jarenlang heerste er op het departement ,,een overwinning- en nederlaagsfeertje'' tussen ambtenaren met tegengestelde belangen - de vertegenwoordigers van de traditionele landbouw en de natuurbeheerders. ,,Joustra was altijd de boosdoener'', zegt een ambtenaar.

Joustra slaagde er in 1992 in de roep om aftreden uit de Tweede Kamer te weerstaan en bewees voor het eerst wat meerdere insiders als zijn voornaamste eigenschap noemen: zijn vermogen zichzelf aan te passen en daardoor te overleven. ,,Hij heeft niet alleen een psychologische kijk op zijn ambtenaren, ook voor zichzelf weet hij steeds de juiste diagnose te stellen'', weet ex-collega-sg en latere politieke baas Jozias van Aartsen.

Tjibbe Joustra werd op 6 februari 1951 geboren in Hengelo, als telg uit een doopsgezinde familie. Hij zou enig kind blijven. Van Hengelo ging hij naar de Universiteit in Groningen, waar hij Europees recht studeerde. Een van zijn professoren daar was Laurens-Jan Brinkhorst, hoogleraar Europees recht en nu als minister van Landbouw Joustra's baas.

In Groningen studeerde hij af met een scriptie over de Amerikaanse anti-trustwetgeving. Maar zijn echte belangstelling lag bij de overheid, de publiekrechtelijke sector, liefst internationaal, Europees. Dan moet je bij Landbouw of Jusitie gaan werken, meende zijn scriptiebegeleider, hoogleraar Europees recht M.R. Mok. Joustra kreeg na een scriptie een eenvoudig briefje van hem: ,,Werkstuk in orde, dat bespreken we nog wel. Heb van Dinther (de toenmalige sg op Landbouw, red.) gesproken. Lijkt me geregeld.'' Mok (nu plaatsvervangend procureur-generaal in Den Haag en Joustra's buurman in Wassenaar): ,,Hij was organisatorisch ontzettend sterk, daarom viel hij me op. Hij heeft het vermogen snel en goed contacten te leggen met anderen.''

Naar verluidt koketteerde Joustra in de eerste jaren bij zijn studiegenoten, onder wie de huidige minister van Sociale Zaken Willem Vermeend, met zijn op het oog wat prozaïsche opdrachten, zoals het opstellen van de zaaizaad en plantgoedwet. Maar Joustra was op zijn plaats bij Landbouw. Zijn curriculum vitae is er nog het bewijs van: een getyped velletje met vier punten, dat sinds 1987 niet meer is bijgewerkt (de zeven uit het jaartal is er zelfs met de hand bijgekrast - een typefout vermeldde aanvankelijk 1983). Gerrit Braks, de minister die hem toen voordroeg voor de hoogste post, zag in hem ,,een hele goede wettenmaker.'' Maar, zegt Braks, ,,hij is ook een uiterst sociale man, die anderen goed kan inschatten.''

Cebeco-voorman De Boon ziet in die eigenschap de sleutel op zijn overleving bij Landbouw. ,,Joustra is een van de weinige mensen niet alleen een uitzonderlijk hoog IQ heeft, maar ook een grote EQ, emotionele intelligentie. Hij kan zich heel goed in anderen verplaatsen.'' Ambtenaren en ministers vertellen over zijn gewaardeerde belangstelling voor hen, ook na hun vertrek maar geen van hen weet iets over zíjn persoonlijke leven. ,,Hij is getrouwd. Dat is alles wat ik weet'', zegt een van hen. ,,We bellen regelmatig, maar wat Tjibbe in z'n privétijd doet, geen idee'', zegt een ex-politieke baas van de sg. Joustra is uiterst spaarzaam over zijn privéleven. Hij heeft geen broers of zussen, geen kinderen (,,u heeft een primeur''), een huis slechts enkele kilometers verwijderd van het ministerie, hij houdt van tuinieren en leest graag een detective voor het slapen gaan, zegt hij zelf. Anderen voegen daar aan toe: hij houdt van het goede leven en is een verfijnd wijnkenner. En Tjibbe houdt van paarden. Soms rijdt hij er zelf op, vaak gaat hij naar concours hippiques - Joustra is sinds jaren een trouwe bezoeker van Indoor Brabant. Hij komt daar ook `zijn wereld' tegen, zijn uitgebreide netwerk. Leuk, vindt hij, maar niet als de paarden opkomen: ,,Ik sta niet graag met mijn rug naar de wedstrijd.''

Joustra is een man van het duidelijke onderscheid - niet alleen tussen privé en werk, maar ook tussen politiek en ambtelijk. Zijn loyaliteit en politieke aanpassingsvermogen aan vijf ministers van achtereenvolgens CDA, VVD en D66 is een van de geheimen van zijn lange ambtelijke levensadem. Joustra, die ,,al jaren'' lid is van de VVD, draagt wel een eigen visie uit, maar is niet uit op politieke macht, zeggen collega's. Brabers: ,,Tjibbe is zeldzaam loyaal aan de politieke top.'' Wel moet een minister een zeker gewicht hebben om het met Joustra te kunnen vinden. Ex-dg Van Zon: ,,Joustra is een rechtstatelijke man, maar het beleid moet wel vooruit. Als de minister geen beslissingen neemt, vloeien zij naar hem.'' Een oud-minister: ,,Tjibbe verwacht dat er een gezonde spanning is tussen de politieke en de ambtelijke top. Dan is hij op zijn sterkst.'' Volgens Brabers kan Joustra ,,met Brinkhorst goed uit de voeten. Onder diens voorganger Apotheker was hij echt ongelukkig.''

De sg kreeg rond het tussentijdse aftreden van D66-er Apotheker medio 1999 veel kritiek. Er zijn geruchten dat hij de voormalige burgemeester van Leeuwarden er persoonlijk uit gewerkt hebben uit ergernis over zijn zwakke optreden. Apotheker, inmiddels burgemeester in Steenwijk, weigert dat te geloven. ,,Ik heb Joustra altijd als een zeer loyale ambtenaar ervaren. Hij heeft mij nooit gedwarsboomd in de plannen die ik aan het uitwerken was.'' Apotheker was blij verrast toen zijn voormalige ondergeschikte enkele weken terug opeens aan de telefoon hing. Apotheker: ,,Tjibbe wilde mij persoonlijk melden dat de Volkskrant hem verkeerd geciteerd had. Hij zou gezegd hebben dat de mkz-crisis onder mijn leiding tot een chaos verworden zou zijn, maar dat bleek niet waar. Vriendelijk dat hij me dat persoonlijk vertelde.''

Volgens critici overspeelt Joustra door zijn immense kennis van het terrein en het departement de nieuwe ministers, die immers doorgaans `van buiten' komen - Braks was de laatste ex-Landbouwambtenaar die de politieke leiding kreeg. De ministers zelf lijken daar minder last van te hebben, bevestigt ex-landbouwambtenaar Brabers. ,,Eerst bekijken nieuwe ministers Joustra wantrouwend, ze kennen slechts de verhalen over hem, zijn negatieve imago'', zegt Brabers. ,,Maar na een tijdje raken ze zo verslingerd aan hem dat ze niet meer zonder hem kunnen. Ik heb dat meerdere oud-ministers horen zeggen.'' Apotheker: ,,Ik moest een wet uitvoeren waar ik zelf niet bij betrokken was. Ik was wel blij dat er iemand zat die wel van de hoed en de rand wist.'' Van Aartsen: ,,Ik kende Tjibbe al, ik was zelf sg toen hij aantrad als collega op landbouw. We hebben het aan het eind van mijn periode wel gehad over zijn vertrek. Hij zat er al te lang. Ik heb nog aan hem gedacht toen ik op Buitenlandse Zaken een nieuwe sg nodig had, maar ik wist dat hij het niet zou doen. Hij vindt Landbouw te interessant om elders meer van hetzelfde te doen.''

Met Brinkhorst heeft Joustra talloze gesprekken over Europa. De sg ziet dat de Europeaan Brinkhorst langzaam richting het nationale opschuift - ,,wie ben ik dat ik Brinkhorst zo af en toe richtig Europa mag duwen'', zegt hij, en dat terwijl hij zelf... Joustra valt even stil. ,,Nou ja, op ambtelijk niveau is de Europese Commissie natuurlijk vaak als een obstakel gezien.''

Joustra heeft plannen binnenkort eens een nieuwe versie van zijn cv te maken, met nu ook de nevenfuncties erop. ,,Alleen de relevante'', waarschuwt hij. Maar waar kan voor dienen? Komt Joustra ooit nog weg bij Landbouw? Hij lijkt er zelf niet zo'n aandrang toe te hebben. ,,Ik ga in elk geval niet naar een ander departement,'' zegt hij gedecideerd. Lonkt Europa? ,,Ja'', zegt hij verrassend direct. ,,Dat zou wel kunnen. Maar er zijn niet zoveel vacatures bij de Europese Commissie - want daar hebben we het dan over – en steeds minder Nederlanders. Ach, als het maar gecompliceerd is, en hectisch, dan vind ik mijn weg wel.''