DAF CF

Simpele genoegens, daar gaat het om. Zoals tegen zonsopgang, na weer eens een nacht niet slapen, een gloeiend hete kop koffie drinken in een chauffeurscafé. Buiten zijn er grondmist en grazende koeien, binnen een inrichting van bruin gefineerd beton waar stofzuigende vrouwen met een sigaret in de mondhoek je vriendelijk maar dwingend verzoeken om je poten op te tillen. Terwijl jij je krant leest en de eerste kop koffie naar binnen slurpt. Het ruikt er naar gehaktballen in motorolie, uitsmijters gedrenkt in mayo en ketchup, naar scheercrème en doucheschuim. Want na het slapen in de wagen op het parkeerterrein moet er eerst toilet gemaakt worden en een stevige bodem gelegd voordat er weer een dag van sturen aanbreekt. Niet verwonderlijk dat de meeste chauffeurs een behoorlijke portie overgewicht met zich meezeulen, want 's avonds volgt hetzelfde eetritueel, ergens verderop in Europa. Pieter Bruegel de Oude, bijgenaamd `d'n Vieze Bruegel', zou menig doek aan deze volkse taferelen besteed hebben.

Acht jaar geleden stond ik hier ook al voor de poort, maar toen mocht ik er niet in, de fabriek was bezet. Massaontslagen volgden, de zoveelste wereldwijde dip in de vrachtwagenverkopen kwam ditmaal hard aan bij d'n DAF, zoals het bedrijf hier genoemd wordt.

Nu staan de terreinen vol met versgelakte onderstellen en cabines, grijsgespoten motoren en versnellingsbakken. Er wordt een groepsfoto gemaakt van een dozijn zojuist afgeleverde helgroene vrachtwagens. In de productiehallen is er een continue stroom van onderdelen naar de plek waar de geboorte moet plaatsvinden van alweer een op bestelling geproduceerde vrachtwagen. Gespoten in een van de 1500 leverbare kleuren, vaak gekozen door de vrouw van de baas. Zo'n 33 nationaliteiten schroeven, boren, zagen, vijlen en verven eendrachtig dagelijks zo'n 140 exemplaren van de nieuwe DAF CF in elkaar. Wat maar weer eens bewijst dat een goed belegde boterham en interessant werk de beste bestrijder is van de ziekte die racisme heet.

Omdat ik niet in het bezit ben van een vrachtwagenrijbewijs, en er toch dolgraag eens in eentje wil sturen, moet daarvoor worden uitgeweken naar de fabriekstestbaan in Sint Oedenrode. De rit ernaar toe in de zeer luxe en bijna Italiaans vormgegeven cabine van de CF geeft een prima uitzicht op het landschap van Brabant anno 2001. Eindeloos treurige villaparkjes die afgegrendeld worden met gietijzeren hekken, rottende rijen maïsstengels van verleden herfst, borden met: `Verboden vee te vervoeren wegens MKZ!' Moeder Maria in een met grondverf beschilderde grot van glasvezel. We passeren veel dameskappers annex schoonheidssalons, sinds de komst van pil, diepvries en wasmachine heeft blijkbaar ook hier de gewoon geworden verveling toegeslagen.

De gebruinde testrijder van de DAF net terug uit Spanje waar de CF aan de internationale pers werd getoond rijdt het zestien en een halve meter lange en 40 ton zware gevaarte met speels gemak door zijn hevig geasfalteerde provincie. Geeft ondertussen tips en adviezen over hoe straks te rijden, waar ik vooral op moet letten en ik ben blij dat ik ditmaal ga rondrijden op een afgesloten parcours, zo de kans op schade of letsel aan een ander of andermans eigendommen tot een minimum beperkend.

Rondrijden in de letterlijke betekenis want de baan is uitgevoerd als een kombaan. Waarin verschillende soorten wegdek zijn aangebracht: de oude weg Gorkum-Lexmond met slecht en golvend asfalt, Eindhoven-Tilburg met van die tikkende betonplaten en een Afrikaans wasbord waarop men een voorbijstuiterende DAF al headbangend probeert te slopen. Verder zijn er kunstmatige hellingen met stijgingspercentages van 6 tot 50 procent, de laatste is zonder een speciaal soort maanschoeisel niet te bestijgen. Een betonnen cirkel waarop men geluidsmetingen doet en een rudimentaire botsinstallatie waarop vroeger de DAF personenauto's werden stukgereden. Het schijnt dat men na zo'n knal wel eens onderdelen van het wagentje in het centrum van St Oedenrode heeft moeten rapen.

De 12,6 liter zescilinder diesel van eigen fabrikaat met een vermogen van 381 pk en een olifantenkoppel murmelt ergens onder me, mijn zitvlak bevindt zich meer dan anderhalve meter boven het asfalt. Zestien versnellingen in groepen en tussenstappen van vier die elke keer worden voorafgegaan door hitsig sissen van de drukgroepen, links onder is er een voetknop voor gecontroleerde afdalingen, er zijn vijf spiegels om in de gaten gehouden te worden. In het begin had ik het gevoel van iemand die met gekruiste armen probeert te fietsen. Na een tijdje gaat het beter en ik barst bijna in een vreugdevol zingen uit: met de vlam in de pijp rij ik door de Brennerpas.

Of ik een noodstop wil proberen en ik ben opgelucht en verbaasd over de korte en kaarsrechte remweg van het gevaarte dankzij de elektronische rem en stabilisatieinstalaties. Honger na afloop en ik trakteer mezelf in mijn chauffeurscafé op een broekriemscheurende truckersuitsmijter met spek. Geplamuurd met mayonaise en ketchup, reuze sorbet met een extra portie slagroom na.