`Bommenpad' straks omstreden snelweg

Bevrijdingsdag vandaag in Vietnam: 26 jaar geleden eindigde de oorlog tussen Noord- en Zuid-Vietnam. Het hevig gebombardeerde Ho Chi Minh-pad speelde een sleutelrol bij de `bevrijding'. Nu wordt het pad een vierbaanssnelweg.

Le Duc Phong was tien toen het gebeurde. Granaatscherven troffen de jonge Vietnamees in buik en rug. Hij was begin jaren zeventig op een plek waar kinderen beter niet konden komen: in de buurt van het Ho Chi Minh-pad, de zwaarst gebombardeerde weg aller tijden. Twintig jaar later laat hij zijn indrukwekkende littekens zien. Dan slaat hij met zijn hand op tafel en roept kwaad: ,,American'' - het was immers een Amerikaanse bom.

Twintig jaar na de ontploffing ervan is Phong voorman in de wegenbouw. In de groene, steile heuvels van centraal Vietnam, werkt hij niet ver van de plaats van zijn ongeluk aan het grootste infrastructurele project van Vietnam: het ombouwen van het Ho Chi Minh-pad tot een snelweg, de Ho Chi Minh snelweg. In de jaren zestig en zeventig was dit pad, genoemd naar Vietnam's revolutionaire aartsvader, bezaaid met bomkraters. Waar nu een vierbaanssnelweg moet komen, was toen meestal een smal gangetje door de jungle. Het pad van `oom Ho' langs de Vietnamese westgrens vormde de bevoorradingsroute voor de communistische troepen in het zuiden en de marsroute voor de `bevrijding' van Zuid-Vietnam door het Noord-Vietnamese leger. Op 30 april 1975 viel Saigon en met de inname van thans Ho Chi Minh Stad was de oorlog voorbij.

,,Belachelijk en overbodig'', zeggen vele buitenlandse critici en zelfs een enkele anonieme Vietnamese politicus over de nieuw te bouwen weg. Er is immers al een noord-zuid weg, Snelweg 1. Het woord snelweg moet men niet te letterlijk nemen: meestal is de snelheid een kilometer of vijfendertig en zijn de weggebruikers zo fanatiek om de gaten in de weg aan het zigzaggen dat het nooit duidelijk wordt of men nu links of rechts rijdt. Alles mag Snelweg 1 op: van handkarren en fietsers met zeventig bij de poten samengebonden levende kippen tot op de Amerikanen buitgemaakte, zwart rokende vrachtwagens. Snelweg 1 is de levensader van het land en de honderden stoffige dorpen en steden waar de weg doorheen gaat.

Hoe slecht de noord-zuidweg ook is, 1,7 miljard gulden uitgeven voor een nieuwe van 1.690 kilometer is voor het straatarme Vietnam wellicht wat te veel gevraagd. Instanties als de Wereldbank, nooit te krenterig om leningen voor Vietnamese infrastructurele projecten te verstrekken, hebben laten weten er niet over te piekeren geld voor de Ho Chi Minh-snelweg beschikbaar te stellen. Niet bij naam genoemde politici opperen uiterst voorzichtig of het geld niet beter kan worden gestoken in verbetering van het onderwijs en het klaarmaken van Vietnam voor het internet-tijdperk. De Vietnamese bevolking is klaar voor de digitale economie: meer dan de helft is van na 1975 en ziet Amerika als het paradijs op aarde. Maar de stokoude communistische machthebbers hebben hun sporen verdiend in de oorlog tegen de Amerikanen en stellen dat Vietnam zijn overwinning in die oorlog te danken heeft aan het Ho Chi Minh-pad. Met het in ere herstellen ervan willen ze het glorieuze verleden laten herleven en Vietnam weer trots maken.

Dat glorieuze verleden kan de moeder van Phong die aan de Ho Chi Minh-route woont, gestolen worden - zeker nu de oorlog nog steeds slachtoffers maakt. ,,Ik ben zo bang dat hem weer iets overkomt'', zegt ze en ze kijkt naar haar zoon. Duizenden boven het Ho Chi Minh-pad afgeworpen bommen ontploften toen niet. Nu doen ze dat wel. De inhoud en de stalen huls zijn goud waard voor arme Vietnamezen die de bommen open zagen en dat regelmatig met de dood moeten bekopen.

Ook wegenbouwers als Phong lopen gevaar, zeker hier in de buurt van Khe Sanh waar een van de grootste veldslagen is uitgevochten in wat Vietnam de `Amerikaanse oorlog' noemt. Een van de spitse heuvels in de omgeving is Dong Ap Bia, oftewel `Hamburger Hill' naar de gelijknamige film. Duizenden Amerikaanse en Vietnamese soldaten werden daar door de gehaktmolen gehaald. De Amerikanen veroverden de heuvel op 21 mei 1969 en kwamen er een maand later achter dat deze geen strategische waarde had. Pal naast de heuvel werken nu Phong en zijn mannen en vonden op een stuk van één kilometer driehonderd nog `levende' bommen. Zodra de weg klaar is, organiseert het Ministerie van toerisme ook hier een `slagveld-excursie' getiteld `Zingen is luider dan bombarderen'.

Ook Nguyen Dy Huan werkt (50) aan de weg. Dertig jaar geleden was hij soldaat van het Noord-Vietnamese leger en dichtte de gaten die Amerikaanse bommen maakten. Inmiddels heeft hij het legergroen ingeruild voor een helblauwe overall en verdient hij 700.000 dong (125 gulden). ,,Evenveel als een ambtenaar'', lacht hij. Dat mensen als Huan betaald worden, is een streep door de rekening van de regering. Die wilde de één miljoen mensen die aan de route wonen, dwingen tien dagen aan de revitalisatie van het pad te laten werken, zonder betaling. De Verenigde Naties wezen Vietnam erop dat dergelijke dwangarbeid in strijd is met internationale wetten en het plan stierf een stille dood.

Zo niet het plan voor de Ho Chi Minh-snelweg. Die komt er, ondanks alle kritiek. Zeker nu `Highway One' een paar weken onbegaanbaar is geweest door de grote overstromingen vorig jaar. In het verbeteren van de bestaande noord-zuidweg ziet het regime niets. Ook niet nu natuurbeschermers de Ho Chi Minh-weg een ,,ecologische ramp'' noemen, nu blijkt dat deze dwars door beschermde natuurgebieden gaat.

Ook op dit stuk Ho Chi Minh-pad, rond de voormalige slagvelden bij Khe Sanh, is de natuur overweldigend. En over dit ruige gebied hebben de natuurbeschermers het niet eens. De bestaande, nog te verbreden weg kruipt hier omhoog en omlaag. Elke bocht verleidt tot uitstappen om plaatjes te schieten van het rivierdal en de daarin gelegen bamboe-dorpjes. Er zijn vlinders, zwaaiende mensen in klederdracht en: er rijdt geen enkele auto op dit stukje Ho Chi Minh-snelweg.