Als de ratten de keuken binnen zwemmen

Begin dit jaar begonnen tuinen drassig te worden, begin februari liepen de kelders onder, in maart trad de Somme buiten haar oevers. Wat aanvankelijk tijdelijke wateroverlast leek, werd een nu al een maand durende watersnood.

Verder dan Amiens gaat de trein niet. Het gebied ten westen van de hoofdstad van de Picardie is wegens de overstroming van de rivier de Somme slechts per bus bereikbaar. Maar in Abbeville, met 25.000 inwoners de grootste stad tussen Amiens en de kust, lijkt er niets aan de hand. Tot de bus stopt, honderd meter voor het station. Een roodwit lint bepaalt de grens van het water dat, achter het station, het niveau van de perrons heeft bereikt. Een man staat te vissen op de plek waar de spoorlijn lopen moet. Aan de andere kant strekt zich het zuidwestelijke gedeelte van Abbeville uit, een kwart van de stad. Op sommige plekken staan de straten tot anderhalve meter onder water.

Vlak boven het kabbelende oppervlak, her en der blauwglanzend van de stookolie, is een kilometerslange, vijftig centimeter brede loopplank langs de huizen aangebracht. Het onderste gedeelte van de voordeuren is dichtgemetseld op een moment dat er nog enige hoop was. In de verte duwen brandweerlieden een sloepje voort, met leeftocht, thermoskannen koffie en brandhout voor de achtergebleven bewoners. Ze willen niet weg, hoewel epidemieën dreigen: ratten zwemmen de keukens binnen, de riolen lopen over. Op het gedempte geronk van waterpompen na, heerst er een griezelige stilte.

Mevrouw Sallé staat in haar half-gebarricadeerde deuropening. Ze neemt glimlachend – ,,we moeten de moed erin houden'' – zakken doorweekt hout in ontvangst van de brandweer. Een gasaansluiting heeft haar huis niet, en het stookolie-vat heeft het begeven. Ze draagt een waadbroek, zoals iedereen. De waterdichte kledij veroorzaakt schimmelinfecties en huidaandoeningen, zo beginnen artsen te contstateren.

De hele dag loopt mevrouw Sallé op en neer van de haard naar de waterpompen, achterin het huis. Daar heerst, net als bij de buren, een staat van beleg. De achtergevel is geheel dichtgemetseld, erbuiten staat het water anderhalve meter hoog. Ja, ze weet dat pompen gevaarlijk is. Door de druk van het water buiten hebben de doorweekte muren van sommige huizen het al begeven, maar scheuren heeft ze nog niet ontdekt. Wat moet ze ook anders, verzucht ze, terwijl ze naar de buurman zwaait, die op weg is naar een vergadering ter oprichting van rampenfonds. Ter hoogte van een raamkozijn zwemt er een eend voorbij.

Meer dan honderdvijftien gemeenten langs de Somme zijn geheel of gedeeltelijk ondergelopen, bijna drieduizend huizen staan blank, meer dan elfhonderd bewoners zijn geëvacueerd. Begin dit jaar begonnen tuinen drassig te worden, begin februari liepen de kelders onder, in maart trad de Somme buiten haar oevers. Wat aanvankelijk tijdelijke wateroverlast leek, werd, eerst langzaam, toen heel snel, een nu al een maand voortdurende watersnood. Het water gulpte van buiten naar binnen. Maar in de huizen kwam het ook uit de vloer, het begon onder de plinten vandaan te stromen, tegels in de badkamer en de keuken sprongen spontaan los. Kippen verdronken, katten werden inderhaast naar familie gebracht. Verbijsterd zagen de bewoners het water stijgen en stijgen. Nu houden ze het peil fanatiek bij, gisteren een centimeter lager, vandaag het regent pijpestelen – zes centimeter erbij. Daling van het waterpeil was eerst voor april, toen voor mei, toen voor juni voorspeld. Nu houdt men rekening met augustus.

De oorzaak is officieel onbekend, al is iedereen het erover eens dat de uitzonderlijke weersomstandigheden een cruciale rol spelen. Van oktober tot maart is er 780 mm regen gevallen, een hoeveelheid die anders in één jaar valt. Het gebied, voormalig moeras, telt veel onderaardse waterbekkens, die als eerste verzadigd raakten. Verwaarlozing van de waterhuishouding is ook een oorzaak, de Somme is jarenlang niet uitgebaggerd. En dan is er het beruchte ,,gerucht van de Somme'', dat door alle deskundigen is tegengesproken, maar waaraan van Amiens tot het kustplaatsje Le Hourdel halsstarrig geloof wordt gehecht.

Parijs zou de sluizen van het Canal du Nord hebben opengezet en zo het eigen wateroverschot op het gebied van de Somme hebben geloosd. De ondergelopen Seine-kades waren een maand geleden van de ene dag op de andere droog, om een goede indruk te maken op het comité dat de kandidatuur van de hoofdstad als lokatie voor de Olympische Spelen moest beoordelen. Vlak daarna gebeurde als bij toverslag hetzelfde toen de Marathon van Parijs gehouden werd. Het is duidelijk, zeggen de bewoners van de provincie, wier toch al ingebakken afkeer van het centrum van de macht groter is dan ooit.

Op 9 april bezocht premier Lionel Jospin Abbeville en stelde een schamele 200.000 gulden aan hulp in het vooruitzicht. Hij werd door mevrouw Charlet met hoon onthaald. ,,U gaat weer terug naar Parijs, naar uw appartement, waar u hoog en droog zit!'' Zoiets ze weet het zelf niet meer precies – heeft ze geroepen. Ze wil er niet meer over praten en zegt alleen dat ze ,,ten einde raad'' was. Maar haar buurvrouw vertelt fluisterend dat een lijfwacht van Jospin van schrik van de loopplank was gevallen en de man van de buurvrouw acht het ,,niet verstandig'' wat mevrouw Charlet heeft gedaan. Juist op zulke momenten moet je het hoofd koel houden.

Maar dat deed Jospin ook niet: hij brak zijn bezoek ogenblikkelijk af en zette daardoor nog meer kwaad bloed. Pas op 19 april zegde hij nog eens 3 miljoen gulden toe, en een week later eenzelfde bedrag. Vorige week verklaarde de regering de Somme eindelijk tot rampgebied, wat de vergoeding door de verzekering zal vergemakkelijken. Maar het gebrek aan hartelijkheid van de socialist Jospin wordt gelaakt, tot vreugde van president Jacques Chirac, die afgelopen vrijdag een delegatie burgemeesters op het Élysée ontving. Als bij toeval alleen van rechts, maar wél heel hartelijk. In de stromende regen en tot aan zijn knieën in het water staand gaf burgemeester Joël Hart van Abbeville na zijn terugkeer uit Parijs een persconferentie en verhaalde van ,,het mededogen met het volk'' dat hij in de ogen van de president gelezen had.

,Wanhopig'' en ,,woedend'' zijn de bewoners van het Somme-dal volgens alle media, maar hoezeer het ook voor de hand ligt dat ze dat zijn, ze laten het niet merken. Ze zetten koffie voor het bezoek in hun keukens waar het vuil uit de riolen ronddobbert, spreken berustende woorden, maken grapjes, en geven hooguit toe moe te zijn. Omdat ze de pompen dag en nacht in de gaten houden, slapen ze nauwelijks. Typisch gedrag van rampslachtoffers oordelen de psychologen die ook mevrouw Desrennes en haar vier kinderen twee keer per week bezoeken. Ze zit met haar gezin in een bootje, op weg ,,naar de stad, om er even uit te zijn'', en glimlacht flauwtjes. ,,In het begin was het nog grappig, vooral voor de kinderen, maar de gijzeling duurt te lang. We zijn gevangenen in ons eigen huis, uitgerekend de plek waar je je terugtrekt als het niet goed gaat met je''. Ze zwijgt, trekt haar jongste zoon tegen zich aan. Dan fluistert ze, hees van vermoeidheid: ,,Ik ben uitgeput.''

    • Pieter Kottman