Zorgplan 1

De Kam heeft de klok horen luiden en kan goed met de botte bijl overweg. Maar de plank slaat hij behoorlijk mis in zijn column over de bodemloze put van Borst van 12 april. Hij toont met cijfers uit de Zorgnota 2001 dat met twintig miljard gulden meer voor de zorg en een legioen nieuwe zorgverleners de wachtlijsten niet korter worden in vier jaar, en dat verdere extra uitgaven dus niet gerechtvaardigd zijn. Wachtlijsten zullen er altijd zijn en hoe meer specialisten, hoe meer vraag naar zorg, zo stelt hij. De laatste stelling bevreemdt omdat in de omringende landen 60 procent meer specialisten zijn dan in ons land, en daar geen wachtlijstprobleem bestaat. Alleen Nederland (naast het Verenigd Koninkrijk) kent wachtlijsten in de zorg.

In dezelfde Zorgnota 2001 zijn betere verklaringen te vinden voor de wachtlijsten. In de ziekenhuizen staan meer dan eenderde van de bedden leeg. Het aantal opnames in de ziekenhuizen is in 1999 vier procent afgenomen t.o.v. die in 1996. Wel is sprake van toename van dagverplegingsdagen, zodat in het totaal 2 procent meer patiënten in een ziekenhuis behandeld werden in 1999. Gezien de vergrijzing en toename van de medische mogelijkheden blijft dit getal achter bij de behoefte. De bestaande wachtlijsten kunnen onmogelijk worden weggewerkt op deze manier. De toename van 5 à 7 procent in aantal huisartsen, specialisten en verpleegkundigen sedert 1996 zal grotendeels opgaan in arbeidsduurverkorting door meer parttimers (vrouwen) in de zorg. Dit betekent geen of onvoldoende uitbreiding van het aantal handen aan het ziekenhuisbed.

De genoemde twintig miljard gulden hebben niet meer behandelcapaciteit opgeleverd, zoals De Kam veronderstelt. Niettegenstaande zijn onjuiste argumenten roept hij terecht om een betere organisatie in de zorg. In het huidige financieringssysteem zijn allerhande remmen ingebouwd om meer te behandelen, maar ontbreekt een gaspedaal. Het wachten is – al zeven jaar – op het zorgplan Borst.