Zonder nieuwe leider kan Indonesië uiteenvallen

Indonesië verkeert in een toestand van verval en als het leiderschap niet wordt overgenomen door een jongere generatie, is het niet ondenkbaar dat het land uiteenvalt, vindt Pramoedya Ananta Toer.

Hoewel de Indonesische hervormingsbeweging, aangevoerd door de jongere generatie en vooral de studenten, erin is geslaagd om in mei 1998 de toenmalige president Soeharto ten val te brengen, is het toen niet gelukt om echte veranderingen te verwezenlijken. Het is nu bijna drie jaar later, en het land staat er slechter voor dan toen ten gevolge van de strijdige belangen van de politieke partijen die aan de verkiezingen van 1999 deelnamen.

Geweld op grond van etnische en godsdienstige verschillen is nog steeds in het hele land aan de orde van de dag en veroorzaakt de dood van duizenden onschuldige mensen. Na meer dan een jaar en drie maanden bewindvoering, is het de Indonesische president Abdurrahman Wahid kennelijk nog steeds niet gelukt om de situatie meester te worden. Ambon en de noordelijke Molukken verkeren al meer dan twee jaar in een toestand van telkens oplaaiend godsdienstig geweld, en er zijn geen tekenen dat de gewelddadigheden afnemen. In de provincies West- en Centraal-Kalimantan is etnisch geweld tussen inheemse Dajaks en rondtrekkende Madoerezen een alledaags verschijnsel. Het veroorzaakt aan beide zijden de dood van duizenden en de gedwongen verhuizing van tienduizenden. En het is Wahid niet gelukt om de harten van de Atjehers en Papoea's, die zo lang voor onafhankelijkheid hebben gevochten, weer voor Indonesië te winnen.

Bovenstaande etnische en godsdienstige conflicten zijn het werk van mensen die door de activiteiten van de Indonesische hervormingsbeweging hun macht en voorrechten zijn kwijtgeraakt en nu proberen dat alles terug te krijgen. Het is geen toeval dat deze en andere vormen van geweld zich meteen na Soeharto's gedwongen aftreden gingen voordoen. Als er geen verbetering in deze situatie komt, wordt het uiteenvallen van Indonesië een zeer reëel gevaar.

Het volk gelooft niet meer in gerechtigheid en begint nu het recht in eigen hand te nemen. Meer dan honderd politiebureaus zijn al door woedende menigten overvallen. Gebeurtenissen als deze kunnen uitmonden in een maatschappelijke revolutie.

Toen de grondvesters van de staat op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van Indonesië uitriepen, hadden ze het beeld voor ogen van een vrij, democratisch en modern land. Dat is het Indonesië van tegenwoordig geenszins. Alle problemen worden opgelost door het doden van de tegenstander. De democratie heeft er nooit wortel willen schieten en in plaats ervan is het systeem gebleven van vriendjespolitiek en begunstiging, of `panutanisme'.

De hervormingsbeweging lijkt de weg te hebben vrijgemaakt voor machtsbeluste, hypocriete politici die zich alleen inzetten voor hun eigen partijbelangen, ten koste van het welzijn van hun kiezers en de eenheid van het land. Ze waren allen getuige van de bloedbaden die Soeharto's Nieuwe Orde in tweeëndertig jaar aanrichtte en deden niets om die te voorkomen.

Deze politici, naar eigen zeggen voorstanders van hervormingen, zijn het product, sterker nog, het restant van de Nieuwe Orde en hebben niet het morele overwicht om het land te regeren. President Wahid, vice-president Megawati Soekarnoputri, de voorzitter van de Raadgevende Vergadering (MPR) Amien Rais, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden (DPR) Akbar Tandjung en andere politieke leiders waren allen ook onder Soeharto lid van de MPR en of de DPR.

Wahid is een leider zonder visie en maakt regelmatig buitenlandse reizen zonder een duidelijke taakomschrijving. Als president is hij verantwoordelijk voor het bepalen van de regeringspolitiek en heeft hij niet de taak om buitenlandse reizen te maken of zijn aandacht te concentreren op irrelevante kwesties als het in staat van beschuldiging stellen van vermeende omkopers.

Hij is er echter in geslaagd om, ten minste voorlopig, de macht van het Indonesische leger te in te perken. Andere leiders zouden daartoe niet de moed hebben gehad en een compromis hebben gesloten met de legerleiders.

Megawati, die ook voorzitster is van de Strijdende Indonesische Democratische Partij die in 1999 met 153 parlementsleden als overwinnaar uit de verkiezingen kwam, heeft haar politieke carrière te danken aan de Nieuwe Orde. Ze is in feite een politica van de Nieuwe Orde. Toen ze tijdens het bewind van Soeharto lid was van de MPR, waagde ze het niet om te strijden voor de rechten van haar vader Soekarno, de eerste president van Indonesië.

Daar staat tegenover dat Rais president wil worden, en alles wat hij doet is daarop gericht. En wat Tandjung betreft, hij is voorzitter van de voormalige staatspartij Golkar, Soeharto's politieke claque.

Indonesië heeft leiders nodig met een sterke persoonlijkheid die de toetsing door de geschiedenis hebben doorstaan. Helaas werd geen van de huidige politieke leiders hier zelfs maar aan onderworpen, laat staan dat ze deze toetsing hebben doorstaan.

Dat geldt wel voor de jonge voorzitter van de Democratische Volkspartij (PRD) Boediman Soedjatmiko. Hij verbleef in 1997 en 1998 op grond van zijn politieke overtuigingen in de gevangenis. Toen voormalig president Baharuddin Jusuf Habibie hem in 1998 gratie verleende, wees hij die hartstochtelijk van de hand omdat hij naar zijn mening op geen enkel punt fout was geweest.

Er is geen hoop voor het huidige bewind. Het zou van het toneel moeten verdwijnen en plaats maken voor een jongere generatie om te voorkomen dat het land uiteenvalt.

De jeugd van Indonesië wordt vaak als onervaren beschouwd, maar ze heeft één ding bewezen: ze kon een zeer gevreesde dictator ten val brengen – en dat is een historische tien met een griffel voor deze onervaren jongeren.

De studenten zouden niet moeten wachten tot de regering het leiderschap aan hen overdraagt. De jongeren van Indonesië kunnen, ondanks hun zwakke punten, veranderingen teweegbrengen, want in schril contrast tot de Nieuwe Orde zijn hun handen niet bevlekt met het bloed van massamoorden, zijn hun buiken niet rond gegeten aan de nationale koek en hun zakken niet gevuld door corruptie.

Pramoedya Ananta Toer is schrijver. ©IPS

    • Pramoedya Ananta Toer