Zes hulpverleners vermoord in Congo

Zes medewerkers van het Internationale Rode Kruis zijn in het noordoosten van Congo vermoord. Dit heeft de hulporganisatie gisteren bekendgemaakt.

De zes medewerkers – vier Congolezen, een Colombiaan en een Zwitserse zuster – zouden donderdag zijn doodgeschoten. Hun lichamen werden gevonden bij twee uitgebrande voertuigen op ongeveer dertig kilometer ten noorden van de plaats Bunia, vlakbij de grens met Oeganda.

,,We zijn nog niet helemaal zeketr van de omstandigheden en de toedracht, maar we weten al wel dat zes van onze collega's zijn vermoord'', aldus woordvoerder Michael Kleiner van het Internationale Rode Kruis in Nairobi. ,,Dit is een grote schok voor ons allemaal'', voegde hij er aan toe.

De regio waar de zes om het leven werden gebracht, is in handen van het Oegandese leger. Oeganda steunt in Congo rebellen die strijden tegen de regering in Kinshasa. Volgens de woordvoerder van het Rode Kruis zijn de lichamen door Oegandese militairen gevonden.

De Congolese regering zei, bij monde van haar vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties in New York, Atoki Ileka, dat het ,,meer dan waarschijnlijk is, dat de zes zijn vermoord door de leden van het Oegandese leger die de lichamen hebben ontdekt''.

De medewerkers van de hulporganisatie waren op een routineklus in een regio die zij goed kenden. Het Rode Kruis zegt zeker te weten dat de zes niet het slachtoffer zijn geworden van een ongeval. De organisatie heeft haar humanitaire hulp in de regio opgeschort en overweegt of ze haar activiteiten in de rest van het land voorlopig zal staken. ,,Het is nog te vroeg om te zeggen welke gevolgen dit voorval zal hebben op het werk van het Internationale Rode Kruis in deze regio'', aldus woordvoerder Kleiner.

De dood van de zes hulpverleners in Congo brengt het totaal aantal medewerkers van het Internationale Rode Kruis dat sinds januari 1990 om het leven werd gebracht op drieëntwintig. Veertien van hen werden gedood in Afrika.