Zes Duitse mark voor de `service'

De voorstanders van een onafhankelijk Montenegro zijn het roerend met elkaar eens. Toerisme zal het nieuwe Montenegro rijk maken. Het land heeft de bezoeker immers van alles te bieden: hij kan zwemmen in de blauwe zee, kanoën op de groene rivieren, skieën op de besneeuwde bergen en wandelen in de bloeiende valleien. Is dat natuurschoon niet genoeg, dan zal Montenegro overleven dankzij de komst van belasting- en casino-toeristen. ,,Montenegro wordt een tweede Monte Carlo'', zegt een kennis vol overtuiging. En het mooie is, de werkschuwe Montenegrijnen hoeven er niet eens veel voor te doen. De Duitse marken zullen hen de portemonnee in waaien.

Dat toerisme meer vereist dan azuurblauwe zeeën en schitterende vergezichten daar zijn ze nog niet achter in Montenegro. Hotel Crna Gora bijvoorbeeld, het grootste hotel in de hoofdstad Podgorica. In de aanloop naar de parlementsverkiezingen van afgelopen weekeinde steeg de prijs van een tweepersoonskamer naar vijfhonderd gulden. In het Amsterdamse Amstel hotel heb je daar een prachtige kamer voor, in hotel Crna Gora kun je niet eens contact maken met je internet-provider in Servië. Bovendien sneeuwt het op de televisie en is het brood aan het ontbijtbuffet oudbakken.

Natuurlijk kun je na tien jaar oorlog en sancties niet te veel verwachten. Maar een beetje service mag je toch wel krijgen? Nadat ik tien minuten vergeefs naar de drie obers heb zitten zwaaien, komt een van hen eindelijk naar de tafel. ,,Ja?'' Een mixed hors d'oeuvre, zeg je, alstublieft, en twee bier. ,,Wass? Een hor wass? U bedoelt sir i sunka!'' Ja, schokschouder je dan, doe maar kaas en worst. De hapjes arriveren, de rekening na lang wachten ook. Het hors d'oeuvre mag op de kaart veertien Duitse mark kosten, op de rekening staat zesenzestig mark inclusief zes mark voor de `service'.

,,De Montenegrijnen begrijpen er niets van'', zegt Zack. Eind jaren tachtig werkte de Montenegrijn als entertainer in de toeristenindustrie, eerst met Italianen en Duitsers, later met Britten. Daarna begonnen de oorlogen en meden de toeristen Joegoslavië. Turkije nam het goedkope kust-vertier over.

,,De mensen begrijpen niet dat toerisme meer vergt dan een mooie natuur'', aldus Zack. Zelf probeert hij een watersport-bedrijfje op te zetten: raften, kanoën en meer van dat soort sporten. ,,De snelst stromende rivieren en de diepste kloven van Europa'', adverteert Zack. ,,Kun je daar niet eens een artikel over schrijven?''

Eerlijk is eerlijk, Montenegro is niet het enige Balkan-land dat geld hoopt te verdienen aan toeristen. Bulgarije, Kroatië, Macedonië, zelfs het kapotgeschoten Bosnië; ze gokken (onder andere) op het toerisme om hun vastgelopen economieën weer op gang te krijgen. Maar in de afgelopen anderhalf jaar heb ik sterke staaltjes anti-toerisme meegemaakt. In Kroatië eisten de grenswachten baar geld, anders kwam ik toch echt de grens niet over. In Bulgarije verdwaalde ik voortdurend omdat de wegwijzers ontbraken. Later bleken zigeuners de borden van de palen te schroeven om als oud ijzer te verkopen. In Zuid-Servië betaalde ik, buitenlander, vijf keer zoveel voor een kamer dan een Serviër, honderd mark maar liefst. De koffie bij het ontbijt kwam daar nog eens bovenop.

Het is een overblijfsel van het communisme, zeggen vrienden en kennissen. Onder het communisme was iedereen gelijk. En was service een vies woord. Bedienen, dan liet je iemand voor je kruipen, dat deden ze in het kapitalistische Westen. Sommige gewoonten zijn nu eenmaal moeilijk af te leren.

Toeristen laten zich vooralsnog mondjesmaat zien, alleen Kroatië lijkt redelijk te boeren. In de overige landen komen af en toe avonturiers, ook uit Nederland. Zo trok een oudere man uit Nederland vlak na het einde van de NAVO-luchtoorlog om Kosovo naar de getroffen Joegoslavische provincie. Hij wilde al die Journaal-beelden wel eens met eigen ogen aanschouwen. Binnen een paar dagen was hij beroofd van papieren en geld.