Waterstad

In zijn afscheidsrede, vorig jaar september, lanceerde de Delftse hoogleraar Frits Schoute een opvallend plan. ``De tijd is rijp om de zee te koloniseren'', zei hij en hij schetste een drijvende woonwijk, een drijvend surf-eiland en een drijvend Olympisch dorp. Schoute staat niet alleen met zijn visioen. Architecten en bouwers zijn momenteel op kleinere schaal hard bezig om drijvende bouwsels te ontwikkelen. Met steun in de rug van de recente vijfde nota ruimtelijk ordening, die voorziet in het teruggeven van land aan het water, zijn zij bezig met het tekenen en bouwen van drijvende constructies, die de druk van de woningbouw op het land moeten verlichten.

Stabiliteit, dat is het streven van de waterbouwers, en golven zijn hun grootste vijand. Hun drijvende constructies moeten dan ook in de beschutting een plaats krijgen. Golven mogen niet hoger zijn dan 20 centimeter, aldus bouwer Ooms, die al enkele drijvende woningen en kantoren heeft gerealiseerd. De watergebouwen tellen verscheidene verdiepingen, en hoge golven brengen het gevaar van kapseizen met zich mee.

``De ervaring leert dat veel grote constructies op het water vroegtijdig kapot gaan. Eén, twee zware stormen en het is gebeurd'', aldus Schoute. De golven, zo staat hem voor ogen, moeten worden gedempt door een ring van drijvers, die onderling met kabels zijn verbonden. De drijvers liggen in concentrische cirkels van ten minste een kilometer doorsnee rondom het drijvende eiland. Komen er golven aanrollen, dan wordt hun energie door de verbindingskabels geabsorbeerd. ``Misschien dat je die energie zelfs nog kunt gebruiken'', zegt Schoute hoopvol. Hij denkt daarbij aan het opbouwen van een waterdruk, waardoor water door het membraan van een ontziltingsinstallatie kan worden geperst. Zo kan uit zeewater drinkwater worden gemaakt.

Om de resterende deining op te vangen, moet het platform zelf over actieve stabilisatoren beschikken, vergelijkbaar met het systeem dat bij een aardbeving wolkenkrabbers rechtop houdt. Door grote hoeveelheden water door een buis te verplaatsen, kan de constructie in evenwicht blijven.

IJBURG

Binnengaats zijn ideeën voor wonen en werken op het water al verder uitgesponnen. Op het Amsterdamse IJburg zijn 300 waterwoningen gepland, een belangrijk deel van de bebouwing van het Steigereiland. De contouren ervan zijn zichtbaar, in de omgeving zijn het bezoekerscentrum en enkele kantoren van aannemers al afgemeerd. Bouwer Ooms licenseerde de techniek voor deze kantoren van de Canadese International Marine Floatation Systems. Kern van het drijflichaam is een laag piepschuim (polystyreen) van ongeveer een meter dik. Het piepschuim is rondom en de bovenop afgesloten door een laag beton. Door het gebruik van polystyreen is het platform onzinkbaar, ``zelfs als er een binnenvaartschip tegenaan vaart'', beweert Ooms.

De kunst van het ontwerp van zo'n waterwoning zit in de balans. Platform en woning moeten precies op elkaar worden afgestemd. De dikte van de betonlaag op het drijflichaam varieert – van 12 tot 18 centimeter – om de asymmetrische gewichtsverdeling van de woning te compenseren. Daarnaast is het platform voorzien van vier verschillende trimtechnieken om het helemaal recht te leggen. Zo zijn er stabiliserende watertanks aangebracht en gewichten die verschoven kunnen worden. Nuttig als je bijvoorbeeld in de kamer een piano tegen de buitenmuur neerzet. Het platform zakt ongeveer een centimeter per 1.000 kilo. Het `waterpas liggen' is ook essentieel als bij grotere constructies verschillende platforms aan elkaar moeten worden gekoppeld, zoals de kantoren bij IJburg. Ze moeten precies op elkaar aansluiten.

Niet alleen woningen, ook kassen kunnen op het water een plaats krijgen. Bouwer DuraVermeer ontwerpt ze. De drijvende kassen, gekoppelde bakken van elk vijf bij tien meter, vormen onderdeel van een plan voor de zuidelijke Haarlemmermeer. De bakken, die iets weg hebben van drijvende schoenendozen, zijn betrekkelijk eenvoudige betonnen constructies die wat zwaarder zijn uitgevoerd om de waterdruk te kunnen weerstaan. Ze zijn gekoppeld met flexibele rubberen verbindingen, zodat ze onafhankelijk kunnen bewegen.

Door de nabijheid van water kunnen de kassen in de zomer eenvoudig gekoeld worden. Het luchten is dan niet meer nodig, wat het voordeel biedt dat veel CO2, gunstig voor de plantengroei, binnenboord blijft. Drijvende kassen kunnen naar believen van en naar de zon worden gedraaid. In oogsttijd worden ze naar een speciale steiger gesleept waar het transport kan beginnen.

VICTORIAMEER

Maar hoe grootser de plannen, des te sterker de weerstand. Een tuinder heeft al gauw een hectare nodig om te kunnen bestaan. Wat zijn de gevolgen als zo'n groot deel van het water wordt afgedekt? ``Daarvan weten we nog onvoldoende'', zegt Peter Glas, bioloog bij het Waterloopkundig Laboratorium in Delft. ``Toen het Victoriameer bedekt raakte met waterhyacinten, ontstond een groot gebrek aan zuurstof. Je ziet hetzelfde in slootjes met veel kroos. De vegetatie sterft, gaat rotten en stinken.'' Glas denkt dat een deel van de problemen kan worden opgelost door de waterstroom op gang te houden en door niet het hele wateroppervlakte vol te leggen. Dat houdt voldoende zuurstof in het water. ``Maar om het echt te weten, moet je er eerst goed aan rekenen en het daarna proberen op praktijkschaal. Het is een ingewikkeld samenspel van chemie, biologie en stroming. In een schaalexperiment kan je dat moeilijk simuleren.''

    • Bram Vermeer