Volksopvoeder

In alle stilte is afgelopen maandag in zijn woonplaats Naarden Hans Dirk de Vries Reilingh (92) begraven. Met hem is de laatste grondlegger van de volkshogeschoolbeweging in Nederland overleden. De volkshogeschool moet niet verward worden met de volksuniversiteit. Terwijl de volksuniversiteit academische kennis overdroeg aan een overwegend stedelijk publiek, had de volkshogeschool haar wortels op het platteland. Ze mikte op volksopvoeding: persoonlijkheidsvorming en stimulering van gemeenschapszin onder jongeren.

De eerste volkshogeschool ging in 1932 open in het Friese Bakkeveen. Reilingh was er vanaf het begin bij betrokken. Het was hartje crisistijd en van heinde en verre kwamen werkloze jongeren aangefietst om er enkele weken of maanden cursussen te volgen, te discussiëren over grote maatschappelijke thema's, en barakken te timmeren op het volkshogeschoolterein. Een van de duizenden cursisten was Hotze de Roos, de latere schrijver van de Kameleon-boeken. De Roos leerde er verhalen schrijven, daartoe aangemoedigd door Reilingh. ,,Zonder de Volkshogeschool had de Kameleon niet bestaan'', aldus Paul Steenhuis in zijn boekje over De Roos, Helden zonder zee. Reilingh kon zich desgevraagd, een paar maanden voor zijn dood, De Roos nog herinneren als een begaafde cursist. Maar hij benadrukte in het gesprek vooral zijn pragmatische idealen: het was mooi als mensen na en door het volgen van een cursus in Bakkeveen betaald werk vonden. In 1938 en in 1947 was hij mede-oprichter van volkshogescholen in Markelo en Eerbeek. Tussen de bedrijven door promoveerde hij in 1945 op een gezaghebbende en dikke studie over de volkshogeschool in Europa.

Reilingh studeerde tussen 1926 en 1932 in Amsterdam sociale geografie bij de grondlegger van de sociale wetenschappen in Nederland, professor S.R. Steinmetz. Hij zou in 1950 onverwacht op Steinmetz' leerstoel terechtkomen, na het overlijden van Ter Veen, die in 1933 Steinmetz was opgevolgd. Erkende `Steinmetzianen' als Kruijt, Hofstee en Groenman hadden voor de eer bedankt. Dat hij niet de eerste keus was, heeft Reilingh nooit geheim gehouden. Het belette hem niet om met succes de sociale geografie en Steinmetz' sociografie te verdedigen tegen de opmars van een nieuwe wetenschap: de sociologie. Jonge sociologen als Van Doorn – hij was nog assistent bij Reilingh – hadden geen hoge pet op van de beschrijvende, theorieloze sociografie en presenteerden hun `wetenschappelijke' sociologie als haar `natuurlijke opvolger'.

In 1971 ging Reilingh, worstelend met zijn gezondheid, met vervroegd emeritaat. Hij was erelid van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap.