Verbod op strippen van dividend

Het via derden aftrekken van de dividendbelasting (`dividend-stripping') is sinds gisteren per direct verboden. Een wettelijke maatregel zal nog worden uitgewerkt, maar deze zal met terugwerkende kracht gelden.

Dat heeft de ministerraad gisteren op voorstel van staatssecretaris Bos (Financiën) besloten.

Van `dividendstripping' is sprake als degene die het dividend (de winst op het aandeel) ontvangt, niet de uiteindelijk gerechtigde is van dat dividend, omdat het geheel of gedeeltelijk ten goede komt aan een ander, zonder dat de aandelen daadwerkelijk van eigenaar wisselen.

Daarvan is bijvoorbeeld sprake als een buitenlandse aandeelhouder omstreeks de uitkeerdatum van het dividend zijn aandelen voor korte tijd onderbrengt bij een Nederlandse onderneming. Deze onderneming ontvangt dan wel het dividend maar is niet de uiteindelijke gerechtigde. Dat is in dit geval nog steeds de buitenlandse eigenaar van de aandelen.

Omdat alleen Nederlandse ondernemingen betaalde dividendbelasting (25 procent) mogen verrekenen met de winstbelasting lekt via dividend-stripping jaarlijks voor enkele tientallen miljoenen guldens aan belastingeld weg naar het buitenland.

Bos had sinds de invoering van het nieuwe belastingstelsel (1 januari jongstleden) harde maatregelen in petto om dividendstripping tegen te gaan. Deze maatregelen zouden echter ,,ernstige onbeoogde bijgevolgen voor het beursklimaat in Nederland'' hebben en zijn daarom nog niet van kracht. Vorige week kreeg Financiën het vermoeden dat een grote beursgenoteerde onderneming toch had meegewerkt aan het dividendstrippen. Bos heeft toen gedreigd de harde maatregelen alsnog snel in te voeren. Dit leidde prompt tot onrust bij de grote beursgenoteerde ondernemingen, die vreesden de dupe te worden van het wangedrag van anderen.

De kabinetsmaatregel is getroffen na overleg met alle betrokken partijen.