Vakantiekoorts

Een op de dertig Nederlandse vakantiegangers naar Azië keert besmet met het denguevirus terug. Een op de honderd wordt ziek.

Het aantal landen waar dengue of knokkelkoorts voorkomt groeide sinds 1970 van negen tot meer dan honderd. Zuidoost-Azië behoort tot de grootste infectiehaarden, maar ook in Zuid- en Midden-Amerika rukt het denguevirus snel op: tussen 1995 en 1998 verdubbelde het aantal geregistreerde ziektegevallen er tot meer dan 600.000. Een goedwerkend vaccin is er echter nog niet.

Dengue is een acute infectieziekte, veroorzaakt door een flavivirus dat door bloedzuigende muggen wordt overgebracht. Hoewel de meerderheid van de geïnfecteerden niet ziek wordt, ontwikkelt een grote minderheid een soort zware griep, met hoofdpijn, spierpijn en hevige, lang aanhoudende koorts. Een klein deel, vooral kinderen, krijgt inwendige bloedingen, soms met dodelijke afloop. Geneesmiddelen tegen de ziekte zijn er niet. Het aantal gevallen van dengue nam de laatste decennia explosief toe, deels doordat steeds meer mensen leven in steden waar de belangrijkste overbrenger van de ziekte, de steekmug Aedes aegypti, zich thuis voelt. Anders dan de mug die malaria overbrengt zijn stekende Aedes-vrouwtjes overdag actief. Op veel plaatsen is de bestrijding van muggen verslapt, wat aan de opmars van de ziekte heeft bijgedragen.

toerisme

Ook in Westerse landen duikt dengue steeds vaker op. In Nederland komt de besmettende Aedesmug niet voor, maar migratie uit endemische gebieden en de groeiende populariteit van exotische vakantieoorden zorgen er voor dat het aantal patiënten wel stijgt. Volgens tropenartsen keert ongeveer een op de dertig toeristen uit Aziatische bestemmingen terug met een dengue-virus in het bloed. Een op de honderd krijgt koorts. Veel besmettingen blijven onopgemerkt.

In de Verenigde Staten heeft de Aedes-mug zich inmiddels over veel zuidelijke staten verspreid. Sommige onderzoekers zijn bevreesd dat de komende jaren een Noord-Amerikaanse dengue-golf onvermijdelijk is. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) raken wereldwijd per jaar zo'n vijftig miljoen mensen met dengue besmet, van wie ongeveer één procent in het ziekenhuis terecht komt.

Pogingen een dengue-vaccin te ontwikkelen werden tot nu toe bemoeilijkt doordat er vier virustypen bestaan. Antistoffen tegen het ene virustype lijken het ziektebeeld van latere besmettingen met andere typen te verergeren: patiënten die al eens eerder met dengue zijn besmet krijgen vaak ernstiger symptomen. Een vaccin tegen alle vier virustypen was er tot nu toe niet. En een vaccin gericht tegen virustype 1 zou de gevolgen van een latere infectie met type 2, 3 of 4 juist kunnen verergeren.

Het Franse farmaceutische bedrijf Aventis Pasteur zegt nu `zeer bemoedigende resultaten' te hebben geboekt met een experimenteel vaccin tegen alle vier typen van het denguevirus. In het bloed van Thaise proefpersonen die tweemaal met het vaccin waren ingespoten, troffen onderzoekers antistoffen aan tegen de vier virustypen.

Volgens onderzoekers van het bedrijf zijn de concentraties antistoffen in het bloed waarschijnlijk voldoende om de proefpersonen te beschermen tegen besmetting met alle vier typen dengue-virus. Nadere proeven moeten de komende jaren uitwijzen welke werkzame dosering de minste bijwerkingen geeft, en of een derde injectie met het vaccin de bescherming verder kan verbeteren.

Sceptici wijzen erop dat de groep proefpersonen nog zeer klein is – minder dan tien – en dat niet zeker is of de aanwezigheid van antistoffen in het bloed gevaccineerden tegen besmetting met het virus zal beschermen. ``Pas wanneer een grote groep proefpersonen daadwerkelijk tegen een besmetting beschermd blijkt, geloof ik dat we een werkzaam vaccin in handen hebben'', aldus Huo-Shu Houng van het Walter Reed Army Institute of Research (WRAIR) in Washington. Dit instituut is inmiddels wel begonnen met het besmetten van vrijwilligers met dengue-virus, teneinde hun symptomen straks te kunnen vergelijken met die van gevaccineerde proefpersonen.

Volgens Aventis-onderzoeker J.F. Saluzzo lopen inmiddels vervolgonderzoeken onder ongeveer honderd kinderen in Thailand en 168 volwassenen in Australië. Wanneer alles volgens plan verloopt, hoopt het bedrijf het nieuwe vaccin eind 2002 op grotere groepen vrijwilligers te testen. Een commerciële versie van het vaccin zou op zijn vroegst in 2007 op de markt kunnen zijn.

    • Peter Vermij