TELLERS GEHEUGEN

Wie ontwierp de waterstofbom? Over wat er allemaal voorafging aan de eerste testexplosie, november 1952 op een eilandje in de Stille Zuidzee, zijn talloze boeken en rapporten gepubliceerd. Volledig zijn die niet: technische details zijn nog altijd militair geheim. Vast staat dat Edward Teller zich de `vader' van de H-bom mag noemen. Maar zonder de hulp van anderen was `Mike', zoals de eerste H-bom gedoopt werd, er niet gekomen.

Wie waren die anderen? Volgens Teller was een sleutelrol weggelegd voor Dick Garwin. Deze experimenteel fysicus, die in Chicago bij Enrico Fermi werkte, verbleef de zomermaanden van 1951 in Los Alamos, het wapenlaboratorium in New Mexico waar tijdens de oorlogsjaren ook de eerste atoombom ontwikkeld was. Garwin, toen 23 jaar oud, zou door Teller gevraagd zijn om op basis van een verbeterd ontwerp van de waterstofbom een experimentele test te ontwerpen. De staf van Los Alamos zou door het werk aan nieuwe atoombommen `opgebrand' zijn.

Teller schoof Garwin naar voren in een verklaring die hij in mei 1979 in Los Alamos aflegde ten overstaan van George Keyworth II, een bevriende fysicus die het later nog tot wetenschapsadviseur van Ronald Reagan zou schoppen. Directe aanleiding voor de ontboezeming, die op de band is gezet, was de hartaanval die Teller eerder die maand had getroffen. In het besef van zijn nietigheid besloot de toen 71-jarige kerngeleerde zijn verhaal over de waterstofbom naar buiten te brengen, voor het te laat was.

Een transcriptie van die getuigenis, twintig bladzijden groot, is onlangs door Keyworth naar de New York Times gestuurd. Afgelopen dinsdag schreef de wetenschapsjournalist William J. Broad er een artikel over. Het blijkt dat Teller in zijn terugblik van 1979 Garwin vooral naar voren schoof om daarmee de rol van Stanislaw Ulam, een van oorsprong Poolse wiskundige, in de ontwikkeling van de H-bom te kleineren. De getuigenis, aldus Broad, was ``één grote weerlegging van het idee dat Ulam ook maar enige rol in de ontwikkeling van de waterstofbom speelde''. Teller liet er geen twijfel aan bestaan dat hij alleen na een arbeid van tien jaar de theoretische doorbraak bewerkstelligde die het pad voor de bom effende. Waarna hij Garwin vroeg een experiment te ontwerpen om zijn idee te testen, aldus Broad.

Broad besteedt in zijn artikel verder nauwelijks aandacht aan het debunken van Ulam. Niettemin was het een achterbakse manoeuvre van Teller die niet strookt met de feiten. Hèt document dat de ontwikkeling van de waterstofbom in al zijn technische details beschrijft is in mei 1952, toen Mike gereed was, opgesteld door de fysicus Hans Bethe (in de oorlogsjaren leider van de theoriegroep in Los Alamos). In 1984 is het na een beroep op de Freedom of Information Act (vergelijkbaar met de Nederlandse Wet Openbaar Bestuur) gedeeltelijk vrijgegeven. Uit Bethe's verslag (zie ook The Bulletin of the Atomic Scientists van jan/feb 1990) blijkt zonneklaar dat Tellers oorspronkelijke idee voor een H-bom, dat al uit de oorlogsjaren dateerde, gewoon niet deugde. Berekeningen van onder anderen Stanislaw Ulam wezen dat in 1950 uit, kort nadat president Truman tot de bouw van de H-bom had besloten.

Dezelfde Ulam kwam met een oplossing voor de problemen: het comprimeren van de waterstof. Teller had daar ook wel eens op gezinspeeld, maar wist niet hoe het te realiseren. Ulam stelde voor een atoombom als ontsteking te gebruiken en de schokgolf die dat opleverde te focusseren, waarna de waterstof zou fuseren en de bom zijn vernietigende kracht zou etaleren. Begin 1951 bracht Ulam tijdens een gedenkwaardige ontmoeting Teller op de hoogte van zijn idee. Teller kwam met een variant, waarna ze samen een intern rapport schreven. Het Teller-Ulam mechanisme werd de basis van de waterstofbom. Later kregen de twee ruzie. Ulam overleed in 1984 in Santa Fe.

Garwin, die jaren voor IBM werkte en zich tot verklaard tegenstander van kernwapens ontpopte, zei in de New York Times dat hij zich als een ``verloskundige'' beschouwde die de bom ter wereld had gebracht. Over zijn rol en die van de reguliere staf in Los Alamos zijn de meningen verdeeld. Maar de bijdrage van Stanislaw Ulam is onomstreden en laat zich door geen ontboezeming wegpoetsen.

    • Dirk van Delft