Schade voor HBG `100 miljoen mark'

Bouwbedrijf HBG moet voor de helft opdraaien voor de schade die in 1993 is ontstaan bij de overstroming van het nieuwe keldercomplex van het Duitse parlementsgebouw in Bonn. Dat heeft het gerechtshof in Keulen gisteren bekendgemaakt.

Hoewel de Duitse rechter zich niet uitsprak over de hoogte van de schade, gaat HBG ervan uit dat de veroordeling zal uitdraaien op een schadepost van 100 miljoen mark (112 miljoen gulden) zowel voor het bouwbedrijf als voor de Duitse overheid. Die laatste eist een schadevergoeding van circa 400 miljoen mark van HBG, maar de rechter ging in een eerder stadium uit van een totale schade van 200 miljoen mark

Verder heeft het gerechtshof in een eerdere zitting een schikking voorgesteld die voor HBG zou neerkomen op een betaling van ruim 100 miljoen mark. Op grond van dat vonnis ,,zou het HBG niet verbazen'' wanneer de rechter besluit dat de schade van 200 miljoen mark over beide partijen verdeeld zou worden.

Bestuursvoorzitter C. Reigersman van HBG ziet de uitspraak als ,,een stap in de goede richting, want ook de Duitse overheid wordt nu schuld toebedacht''.

Nadat HBG in 1993 het keldergedeelte van het nieuwe Schürmann-complex opgeleverd had, trad de Rijn buiten haar oevers. Daardoor kwam het complex blank te staan en werd de kelder van het gebouw beschadigd.

De opdrachtgever, het Duitse ministerie van Bouwzaken, achtte HBG schuldig aan de schade. De bouwer zou zijn vergeten een beschermmuurtje op te trekken. Het Schürmann-complex, gevestigd aan de Rijn, was bedoeld als het nieuwe Bondsdaggebouw. Inmiddels is het Duitse parlement verhuisd naar Berlijn.

HBG is verzekerd tegen mogelijke claims en zegt dat ,,een zeer aanzienlijk deel'' van de mogelijke schadepost van 100 miljoen mark gedekt wordt door de verzekering.

De bouwer maakte vorig jaar nog een verlies van 67 miljoen euro, bijna 150 miljoen gulden. HBG zegt de verwachting dat in 2001 90 miljoen euro winst wordt gemaakt, niet bij te willen stellen naar aanleiding van de schadevergoeding.

HBG blijft van mening geen schuld te hebben aan de schade. De bouwer besluit na bestudering van het arrest of tegen de uitspraak in cassatie zal worden gegaan. ,,Voor HBG behoort bouwen, en niet juridische steekspelen, tot de kernactiviteiten'', zegt een woordvoerder.