ROSS-VAN DORP

Mevrouw Clémence Ross-Van Dorp (W&O, 7 april) heeft een tweedegraads onderwijsbevoegdheid voor Nederlands en Engels, maar ``had het idee dat ze nog iets moest presteren in de maatschappij. Als je het onderwijs ingaat ben je meestal voor je leven verkocht.'' Ze ging Chinees studeren en werd politiek actief.

Het feit dat mevrouw Ross niet onmiddellijk inziet welk een drogredenering ze hier toepast, wat een bizar krenkende kwalificatie ze hier alle onderwijsgevenden toevoegt, mag ter diskwalificatie van deze `onderwijswoordvoerder van het CDA' gelden. En wanneer mevrouw Ross-Van Dorp zegt dat ze ``de laatste'' is ``om te jubelen over het verleden, het onderwijs heeft echt een slag gehad. Maar goed, de bezuinigingen hebben niet altijd geleid tot slechter onderwijs'', bedoelt ze dan werkelijk dat de bezuinigingen (tot stand gekomen onder CDA-verantwoordelijkheid) eigenlijk hun doel (i.c. slechter onderwijs) hebben gemist?

``Ook al heb je geen cent op zak, dan nog moet je een visie hebben, kunnen enthousiasmeren.'' Mevrouw Ross-Van Dorp moet, als onderwijswoordvoerder van de CDA-fractie kunnen begrijpen dat `een goed idee' misschien een ideaal begin is, maar dat daarna de ordinaire `centen op zak', zeer belangrijk worden omdat noch idealistische schoolmeesters, noch hun scholen, van lucht kunnen leven.

In de laatste alinea blijkt overduidelijk (``ouders en leraren doen het werk van conciërges. Dit is minstens zo belangrijk als een hoger salaris. De school moet uitstralen dat het een professionele werkomgeving is''), dat het een juiste beslissing is geweest van mevrouw Ross-Van Dorp om geen taalonderwijs te gaan geven. Maar het lijkt mij zeer twijfelachtig of de (onderwijs)politiek door deze beslissing is verrijkt.

    • Drs. Albert Bijker Leraar Engels Winterswijk