Opmars der ouderen is een serieuze zaak

Met een reus van een recessie bonkend op de voordeur, wordt in het internationale bedrijfsleven radicaal afgerekend met de cultus rondom het fenomeen `jeugd'. Er blijkt alom een groeiende behoefte aan mensen die uit de eerste hand ervaring hebben met tegenspoed en met een koel te houden hoofd, dat best weer `grijs' mag zijn.

Politici, werkgevers, vakbonden en andersoortige beleidsbepalers hebben decennialang de oudjes bij het groot vuil gezet en met vervroegd pensioen gestuurd. Dit dan opgetuigd met allerlei twijfelachtige argumenten en nog dubieuzere motieven.

Oudere werknemers zouden een gevaarlijke rem zijn op de vereiste dynamiek van een onderneming, ze zouden de jeugd en hun carrièremogelijkheden stremmen, terwijl zij zelf niet kunnen meekomen met de kenniseconomie en de nieuwe informatietechnologie. Ouderen zijn natuurlijk ook nogal kostbaar en dus goedkoop te vervangen door ambitieuze jongeren die dan weer garant zouden staan voor flexibele ondernemingen in een dynamische marktomgeving. Enzovoort. Het Duitse weekblad Die Zeit stelde onlangs dat het bedrijfsleven inmiddels tot in de meest obscure uithoeken door velerlei guru's, managementconsultants en ander volk is kapotgeflexibiliseerd. Het evangelie van de jaren negentig gebood immers: slanke, platte, gedecentraliseerde en proces georiënteerde bedrijfsorganisaties. Medewerkers zijn hier eigen ondernemers die met hun rugzakjes vol kakelvers vergaarde kennis swingend en flexend op jacht gaan naar de hoogste top: het doet er niet toe waar en bij welke onderneming, als het maar glittert en voldoende schuift.

Ouderen, zo is de stelling in het guru-wereldje, vertegenwoordigen bovenal de stem van ervaring en dus van een dodelijke behoudzucht.

Voor ervaring is geen plaats in de nieuwe economie van de creatieve chaos. Daar heerst een staccato cultuur waarbij nieuwe ideeën, technologieën en producten opduiken en weer worden opgedoekt met de snelheid van het licht. Ouderen kunnen dat volgens deze leer niet bijhouden en vallen af onder de druk van dagelijks te worden afgerekend op vermeend resultaat: ofwel `targets' in het jargon.

Bluf en overbluf regeert: het `druk, druk, druk'-volkje loungend in hun cabrio's en het Amsterdamse Vak Zuid.

Het zijn kinderen van de gouden jaren, toen de zon altijd scheen en de zegeningen van de informatietechnologie voor eens en voor altijd het klassieke cyclische recessiemodel had verbannen. Na het laatste dipje begin jaren negentig was het alom productiviteitsverbetering, continue economische groei en dankzij de techniek was alles onder perfecte controle.

Het bevestigde een modieus verguizen van alles wat als `oud' te boek stond en de obsessie met de ogenschijnlijk onomkeerbare dynamiek van `vandaag'. Het verhulde ook talloze beleidsmatige blunders, een dolgedraaide kapitaalmarkt en het getolereerde gebrek aan zelfkritiek alsmede een overschatting van techniek en het eigen kunnen. Nu sinds kort de mythe wel érg drastisch is doorgeprikt is de euforie voorbij. Alles blijkt aanmerkelijk minder maakbaar en controleerbaar te zijn en wellicht zijn we bezig geweest het kind met het badwater weg te gooien.

Daar is allereerst het simpele feit dat het `vervutten' van je arbeidspotentieel financieel niet meer haalbaar is: eenderde van de bevolking is niet in staat op termijn het brood en boter, laat staan het beleg voor de hele meute bijeen te scharrelen. Daarnaast is structurele kennis en ervaring vernietigd door het wegsaneren van juist die vaklieden die verantwoordelijk waren voor het vertalen van ideeën en concepten naar de praktijk, naar producten. De meestertimmerlieden zijn naar de camping verbannen en met hen ook een mentaliteit die meer gericht was op vakmanschap dan op het korte termijn scoren. Het mag wat oubollig overkomen maar een loyaal en gedegen middenkader is – om met de Canadese Minzberg te spreken – wél de ruggengraat van iedere onderneming: de brug tussen het bedrijf, de bedrijfscultuur en de markt, de klanten.

Tevens is het een ernstige misvatting om te veronderstellen dat werknemers op hun zestigste zouden zijn opgebrand en uitgeblust. Ze zijn, zo concluderen onder meer studies in Duitsland, veeleer door hun werkomgeving uitgestoten. Met de foutieve aanname dat met het vorderen der jaren bijscholing van die werknemers niet rendabel is, worden deze willens en wetens `verramsjt'. Een allesbehalve constructieve vernietiging van kennis, ervaring, van nog te mobiliseren en te motiveren kwaliteit. Maar het tij keert, en een beetje recessie zal in deze bijzonder helpen. Zo verwacht men in de Verenigde Staten dat de klappen vooral hard zullen aankomen bij de witte boorden op de arbeidsmarkt. Juist deze groep werknemers is in de afgelopen jaren bovenmatig toegenomen. Ze zijn echter vooral ingehuurd om de zegeningen van de nieuwe informatietechnologie te implementeren. Nu echter blijkt dat ICT de beloftes niet waar kan maken – net zoals automatisering deze beloftes in voorgaande decennia ook niet heeft ingelost – zal hier zwaar gehakt worden. De Cisco-schok, de dramatische ineenstorting binnen enkele maanden van investeringen in informatietechnologie, zal wereldwijd doordenderen. Moeilijke tijden voor hijgerig denken en doen, voor die veelbelovende unieke kennis en vaardigheden van de jeugd, die uiteraard zonder ingrijpen ook binnen vijf jaar volstrekt verouderd zijn. Het spreekt overigens voor zich dat de opmars der ouderen een serieuze zaak is. Het heeft dan ook niets van doen met de heren Andriessen en Wiegel die op hun oude dag zijn ingehuurd om als clini-clowns het speeltje van Maurice de Hond cosmetisch te ondersteunen.

Wouter Knapper is marketingadviseur.

    • Wouter Knapper