Monetair machismo

ARGENTINIË VERKEERT in crisis. De economie is al drie jaar in recessie, de munt staat onder zware druk. Een infuus van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) van een slordige honderd miljard gulden, eind vorig jaar, en de terugkeer in de regering van de man die het land tien jaar geleden redde uit het economische ravijn, zijn niet voldoende gebleken om het vertrouwen te herstellen. Deze week was er sprake van paniek – geruchten dat Argentinië zijn schulden niet meer kon voldoen, joegen de financiële markten in de gordijnen.

Domingo Cavallo, de voormalige en huidige minister van Economische Zaken, bracht in 1991 rust in de chaos van de hyperinflatie door de waarde van de Argentijnse peso wettelijk vast te koppelen aan de dollar. Voor iedere peso die de centrale bank in omloop brengt, moet een dollar in de reserves van de centrale bank aanwezig zijn. Dit beleid hielp begin jaren negentig de inflatie te bezweren en leidde na jaren van stagnatie tot economische bloei. Nu is de peso-dollarkoppeling de bron van de huidige crisis en groeit de verwachting dat een aanpassing van dit wisselkoersregime onafwendbaar is, met de dag.

DE TIJD VAN `la plata dulce', het `zoete geld', is terug in Argentinië. Om de peso aantrekkelijk te houden ligt de rente op pesos meer dan tien procentpunten boven die op dollars. Zolang de regering vasthoudt aan de garantie dat iedere peso bij de bank kan worden ingewisseld voor een dollar, is het risicoloos speculeren op de Argentijnse geldmarkt. Wie toch meer vertrouwen heeft in de dollar dan in de peso, wisselt zijn geld om. Als de peso onverhoopt devalueert, is de winst veiliggesteld. Zo speelt het Argentijnse kapitaal in een jackpot die altijd uitbetaalt.

De keerzijde van deze financiële draaimolen is dat de looptijd van leningen steeds korter wordt, de rente op de peso omhoog moet om de wisselkoers te handhaven, de vlucht in de dollar steeds grotere vormen aanneemt, waardoor de hoeveelheid pesos die in omloop is, afneemt en de economie verder inkrimpt.

De regering van president De la Rúa had gehoopt dat de benoeming van Cavallo tot minister van Economie, eind maart, het hoognodige herstel van vertrouwen zou brengen. Dat is niet gebeurd. Cavallo heeft een plan tot verbetering van het concurrentievermogen aangekondigd, waarmee hij de handelsbetrekkingen met Brazilië – dat zijn munt wél heeft gedevalueerd – op scherp heeft gezet. Verder zei Cavallo dat de peso op den duur niet alleen aan de dollar, maar aan de dollar en de euro gekoppeld moet worden. Daar valt veel voor te zeggen. Maar aangezien één euro op het ogenblik minder waard is dan één dollar, werd dit voornemen uitgelegd als het begin van capitulatie voor een devaluatie.

DE AFGELOPEN DRIE jaar zijn Thailand, Indonesië, Zuid-Korea, Rusland en Brazilië, al dan niet afgedwongen door de financiële markten, tot het inzicht gekomen dat kunstmatig hoog gehouden wisselkoersen op den duur onhoudbaar zijn. Het moment dat dit besef in Argentinië doorbreekt, komt naderbij. Zolang het monetaire machismo van een harde munt voortduurt, blijft de financiële tango spelen. Maar vroeg of laat stopt de muziek.