Lont uit kruitvat aan vooravond G7

Ruzie over het rentebeleid, over noodhulp voor Turkije, en een paleisrevolutie in Japan. De spanning liep de afgelopen week behoorlijk op voor de bijeenkomsten van het IMF en de G7.

Even goede vrienden. Dat is het devies waarmee de financiële toppers van de wereldeconomie dit weekeinde van bijeenkomsten en vergaderingen in gaan. Vandaag ontmoeten de ministers van financiën en centrale bankiers van de zeven grootste industrielanden elkaar, morgen volgt de halfjaarlijkse vergadering van het Internationale Monetaire Fonds en maandag de Wereldbank.

Anders dan vorig jaar, toen ruim tienduizend anti-globaliseringsdemonstranten Washington omtoverden in een vesting onder beleg, zullen er ditmaal hoogstwaarschijnlijk geen ontwrichtende demonstraties komen. De beweging verschoot vorige week haar kruit tijdens de inter-Amerikaanse handelstop in het Canadese Quebec, en bewaart haar energie voor de IMF-jaarvergadering in oktober.

Ook zonder demonstranten beloofden de vergaderingen aanvankelijk explosief te worden. In de weken voorafgaand aan de ontmoetingen liepen de spanningen en irritaties op. De Amerikaanse minister van financiën, Paul O'Neill, maakte zich vorige week vrijdag nog openlijk druk over de weigering van de Europese Centrale Bank om met een verlaging van de eurorente haar steentje bij te dragen aan de verbetering van de snel verslechterende internationale economische omstandigheden. Hij toonde zich ,,verbijsterd'' over de Europese houding dat Europa de groeivertraging in de VS zonder problemen zou doorstaan. De dag daarop antwoordde ECB-president Duisenberg dat er kennelijk ,,misverstanden bestaan aan de kant van de Amerikanen'' over Europa – waarin hij het volste vertrouwen had dat het de storm doorstaat. Later drong ook directeur Horst Köhler van het IMF aan op renteverlagingen in Europa, en zijn chef-econoom Michael Mussa maakte afgelopen donderdag duidelijk dat de ECB daar wat hem betreft al een maand mee achterliep. Diezelfde dag verlaagde de ECB de rente niet en gooide extra olie op het vuur.

Eerder had O'Neill aangekondigd dat het afgelopen moest zijn met het enkel op beloftes van hervormingen toekennen van grote IMF-leningen aan landen die in financiële problemen verkeren. Eerst bewijs, dan pas geld, luidde voortaan de boodschap uit Washington. De Europese landen maakten zich daarop zorgen over Turkije, dat in acute nood van zo'n 16 miljard dollar verkeerde om zijn financiële crisis te bestrijden.

Als klap op de vuurpijl werd in Japan de buitenstaander Junichiro Koizumi premier. Koizumi liet weten daadwerkelijke herstructureringen en hervormingen in Japan te willen doorvoeren, na tien jaar dralen door zijn voorgangers. Japan en de buitenwereld moesten er dan wel rekeningen mee houden dat het land noodzakelijkerwijs opnieuw in een recessie komt. Die boodschap was niet helemaal welkom. Hervormingen worden toegejuicht, maar nieuwe Japanse economische zwakte, inclusief een verzwakking van de yen, komt conjunctureel nu wel erg ongelegen.

Drie lonten zaten er in het kruitvat, maar twee zijn inmiddels gedoofd en de andere wordt niet aangestoken. De ECB zag zich donderdag in zijn beleid gesteund door flink hogere inflatiecijfers in zowel Duitsland (2,9 procent) als in Italië (voorlopig 3,1 procent) over april. Daardoor zal de inflatie in de hele Eurozone ongetwijfeld in april hoger uitkomen dan de toch al te hoge 2,6 procent in maart.

In de Verenigde Staten bleek gisteren de economische groei over het eerste kwartaal (2 procent) dubbel zo hoog uit te komen als werd verwacht. Dat hoeft, zo onderstreepte Köhler gisteren, niet te betekenen dat de verwachtingen voor de Amerikaanse economie dit jaar automatisch zijn verbeterd. Wel berooft het O'Neill van munitie om de Europeanen het vuur aan de schenen te leggen over het rentebeleid. IMF-topman Köhler viel gisteren bovendien openlijk zijn chef-econoom Mussa af, met de opmerking dat diens gevoel voor theater maakt dat zijn opmerkingen soms niet al te letterlijk moeten worden genomen.

De tweede lont is ook gedoofd. Ondanks de eerdere Amerikaanse bedenkingen gingen de aandeelhouders van het IMF, inclusief grootaandeelhouder de VS, donderdag akkoord met een pakket van 10 miljard dollar voor Turkije. Dit weekeinde kan duidelijk worden hoeveel bilaterale hulp daar nog bij komt. De Amerikaanse eis om de `conditionaliteit' rond IMF-leningen onder de loep te nemen, is daarmee zijn meest acute karakter ontnomen. Voor strategisch gelegen NAVO-lidstaten is een pragmatischer benadering kennelijk beter.

De lont van de Japanse kwestie maakt kans niet eens te worden aangestoken. Gisteren ging in Washington het gerucht dat de prille regering-Koizumi nog geen kabinetslid zou kunnen afvaardigen naar de G7-top. Bovendien werd bevestigd dat centrale bankier Hayami denkt over aftreden. Dat heeft tot gevolg dat de G7 vandaag op zijn best met een lamme Japanse delegatie vergadert.

Voordeel is wel dat de bijeenkomsten, beroofd van mediagenieke scoringkansen, ruimte geven voor rustig en diepgaand overleg. Al zullen de discussies minder explosief zijn, de onderwerpen op tafel zijn er niet minder belangrijk om.

    • Maarten Schinkel