LEERSTRAF ALS LAATSTE HALTE

Wat doe je met hardnekkige spijbelaars? Veroordeel ze tot een leerstraf met een gedragstraining. In Den Haag werkt het prima. Het plan wordt nu landelijk.

Aan elke vinger draagt ze een ring, in haar oren grote oorringen en in haar neus een gouden hangertje. Lizzy heet ze. Ze is 15 jaar en is al sinds de grote vakantie niet meer naar school geweest. Ze is lang en slank, heeft twee vlechten en een naveltruitje. En om de haverklap wrijft ze de twee lokken die haar gezicht omlijsten naar achteren. Lizzy wil haar verhaal wel vertellen, in tegenstelling tot haar groepsgenoten, die al `nee' beginnen te roepen zodra ze een pen en een blocnote in de buurt zien komen. Maar Lizzy wil dan ook beroemd worden, als actrice of danseres. En dat ze `hier' nu zit komt alleen maar door gym.

`Hier' is de dagopvang van het Leger des Heils in Den Haag, waar sinds het begin van dit schooljaar het spijbelproject Basta loopt. De betrokkenheid van het Leger des Heils komt voort uit de afdeling reclassering. Wie bij Basta terechtkomt heeft het bont gemaakt, want deelname aan het project wordt door de rechter opgelegd als leerstraf, nadat de leerplichtambtenaar proces-verbaal heeft uitgeschreven. Basta bereidt jongeren tussen de twaalf en zeventien jaar voor op een terugkeer naar school. Daarmee is het project de laatste strohalm voor Lizzy en haar groepsgenoten, de laatste halte met uitzicht op een diploma.

De leerstraf duurt drie weken (zestig uur), maar er is een vervolg mogelijk van maximaal tien weken. Het project is niet zonder succes. Van de 22 jongeren die Basta hebben gevolgd zijn er zeventien doorgestroomd naar het onderwijs en twee naar een jeugdhulpverleningsprogramma. De drie uitvallers zijn terugverwezen naar de rechter, maar geen van hen is nog voorgeleid, dus het is nog niet bekend welke sanctie hun wacht.

De Raad voor de Kinderbescherming is bezig Basta landelijk in te voeren. Daarbij gaat het alleen om de drie weken leerstraf, het gedeelte dat door de Raad gefinancierd wordt. Of ook het vervolgtraject zal worden aangeboden is afhankelijk van de betreffende gemeenten, want zij moeten het bekostigen. ``Jammer'', vindt Basta unitmanager Wim Verhoeven. ``Want in drie weken verander je iemand niet. Het is te kort om je doel, doorstromen naar een opleiding, te bereiken.''

Dit jaar kunnen 32 jongeren terecht bij Basta. Allemaal hebben ze hun eigen verhaal waarom het mis ging. ``Vaak is de problematiek groot'', zegt leerplichtambtenaar Nynke Riemersma, die niet zomaar een proces-verbaal uitschrijft, maar dat pas doet als kinderen ``echt hun hakken in het zand zetten". ``Ik kwam altijd te laat op school'', vertelt spijbelaar Lizzy. Ze woont bij haar moeder, samen met twee jongere zusjes. En ook al was het maar vijf minuten lopen naar school, haar moeder bracht haar altijd met de auto. En daardoor kwam ze te laat. Op school, vmbo uiterlijke verzorging, haalde Lizzy verder geen rottigheid uit, zegt ze. Wel had ze een hekel aan gym. En dus ging ze er niet meer naar toe. ``Het waren toch vaak de laatste twee uur.'' Toen kreeg ze op een kwade dag te horen dat ze in één week elf keer gym moest inhalen. Maar omdat het ook nog een proefwerkweek was ging dat gewoon niet. En dus bleef Lizzy zitten, omdat ze het verzuim voor gym niet inhaalde, vertelt ze. ``En ik wilde niet het hele jaar overdoen vanwege gym.''

Samen met haar moeder zocht Lizzy een andere school die haar wilde aannemen, maar zonder succes. En dus bleef ze thuis, ging ze naar de stad, naar vriendinnen. Pas nu, ruim zeven maanden later, zit ze bij Basta. ``De lange termijn tussen het opmaken van een proces-verbaal en het daadwerkelijk plaatsen bij Basta is een knelpunt'', zegt Riemersma. ``Maar'', voegt ze er aan toe, ``dat komt ook omdat het nieuw is. Justitie werkt er hard aan dit te versnellen.'' Ze is tevreden over het Basta-project. ``Ze zijn in staat jongeren aan zich te binden en ze binnen te houden. Jongeren raken in korte tijd toch weer gemotiveerd en dat is bijzonder als je bedenkt dat sommigen al lange tijd thuiszitten. Dankzij Basta heeft het zin om een proces-verbaal uit te schrijven. Vroeger leverde dat een geldboete of een taakstraf op, maar daarmee kreeg je de jongeren niet terug op school. Nu wordt er daadwerkelijk gewerkt aan hun motivatie en terugkeer.''

Lizzy heeft het inderdaad naar haar zin bij Basta, vertelt ze. ``Hier ben ik nog nooit te laat gekomen. Hier wil ik me gewoon voor inzetten, weet je, want hier is het leuk. Wat ik hier leer? Ik leer me goed te gedragen tegenover mensen. Niet zeggen `kloterechter', maar rustig iets kunnen uitleggen. En we gaan ook kijken naar mijn leerdoelkeuze, wat het beste bij mij past. Ik wil verder met dansen en toneel, of mijn middenstandsdiploma halen en een cursus nagelverzorging doen. Ik zal er iets harder voor moeten werken dan mensen die meteen een diploma halen, je moet stevig in je schoenen staan, maar dat sta ik dus wel.''

Je goed leren gedragen, dat is de kern van het programma van Basta, volgens Lizzy. `Gedragstraining' heet dat officieel, vertelt Annelies Aantjes, een van de vier gedragstrainers van Basta. De methode is ontwikkeld door het Paedologisch Instituut in Duivendrecht, waar de trainers ook zijn opgeleid. ``Wij praten eerst met iedere deelnemer over hoe zijn of haar dagen er uit zien, waarom hij of zij spijbelde en we maken een competentieanalyse, om iemands vaardigheidstekorten in beeld te brengen. Daar gaan we vervolgens aan werken.''

Kenmerk van Basta is de positieve benadering van de jongeren. Aantjes: ``Ook als ze rottig doen. Dat vond ik best moeilijk in het begin. Maar als iemand vervelend doet en roept dat hij niet mee wil doen aan die flauwekul, zal ik altijd eerst zeggen dat ik het waardeer dat hij zijn mening geeft.'' Verhoeven knikt. ``Deze kinderen dragen vaak een negatief stempel. Ze voelen zich een loser en ontwikkelen gedrag waar veel mensen niet mee om kunnen gaan. Die spiraal willen wij doorbreken. Wij benaderen de jongeren met respect. Wij veroordelen hun gedrag niet, maar laten zien wat de gevolgen van hun leef- en handelwijze zijn voor henzelf. En dat ze er dus zelf ook iets aan kunnen veranderen. Daar moeten ze de motivatie uit putten om te wíllen veranderen. Eigen verantwoordelijkheid leren nemen is belangrijk. Als je hier niet op tijd komt en je belt niet even op, dan krijg je een gele kaart. Vier gele kaarten is rood en dan vlieg je er uit. De keuze is aan de jongeren.''

Naast individuele gesprekken bestaat het Basta-project uit groepstrainingen en `onderwijs & educatie', waarin de link met `leren' wordt hersteld. Bijvoorbeeld door een opstel te schrijven over wat wel en niet leuk was aan school. In de groepstraining gaat het vooral om het oefenen van sociale vaardigheden.

Vandaag wordt er een gezelschapsspel gespeeld, waarin de opdrachten allemaal te maken hebben met luisteren, kritiek geven en nee zeggen. Op grote plakkaten op het magneetbord staan tips: `Luisteren: let op je houding, kijk de ander af en toe aan, knik zo nu en dan en zeg hm, hm, vraag wat je niet begrijpt of wat je wilt weten en zeg wat je er van vindt.' Als Lizzy moet luisteren naar haar tegenspeler die vertelt hoe hij die ochtend naar Basta is gekomen, ontstaat er even onenigheid in de groep of Lizzy nu wel of niet `hm, hm' heeft gezegd. De medespelers moeten namelijk beoordelen of degene die aan de beurt is zich wel aan de regels houdt. Spelleider (en trainer) Vincent hakt de knoop door: Lizzy heeft het goed gedaan en verdient twee fiches.

Als Lizzy's buurvrouw daarna een leraar moet spelen die een ongeïnteresseerde leerling wil vertellen dat hij beter zijn best moet doen, wordt ze geconfronteerd met activiteitenbegeleider Edwin, die terwijl zij praat opzettelijk alle kanten op kijkt, behalve de hare. Na twee zinnen stopt ze. ``Als je zo doet, kan ik écht niet met je praten.''

Na afloop van Basta is het aan de leerplichtambtenaar om de leerlingen op een school te plaatsen en te blijven volgen. De plaatsing van leerlingen is niet zonder problemen omdat het gros van hen niet meer terecht kan op zijn of haar oude school. In theorie moet iedere leerling ingeschreven blijven bij die school, totdat hij of zij elders geplaatst is. De scholen zijn zelfs verplicht om moeite te doen de leerlingen elders te plaatsen. Maar die hulp blijft vaak uit.

``Voor spijbelen alleen kan een school een leerling niet verwijderen'', vertelt Riemersma. Maar in de praktijk blijken veel leerlingen al zo lang weg te blijven van school, dat ze niet meer ingeschreven staan. Ook in andere extreme gevallen, waar geweld, agressie en diefstal in het geding waren, weigeren scholen hun `ex-spijbelaars' terug te nemen. In al deze gevallen moet een andere oplossing gezocht worden, zoals een plaats op het Regionaal Opleidingen Centrum voor beroepsonderwijs als ze zestien jaar of ouder zijn. Het leuren met leerlingen, of doorverwijzen naar een onderwijsvervangend programma, leidt vaak tot lange wachttijden. Reden te meer dus voor Verhoeven om te pleiten voor eerder ingrijpen. ``Bijvoorbeeld door al preventief bepaalde onderdelen van onze training op school aan te bieden aan leerlingen die veel spijbelen. Maar dat moet dan wel geïntegreerd worden in het onderwijsprogramma. Zo gaat het Overbosch College in Den Haag starten met een `opluchtklasje' voor kinderen die al vroeg in het schooljaar dreigen af te haken. Zes weken krijgen zij een speciale training.''