Huisartsen stuurloos door ramkoers LHV

De huisartsen hebben zowel de oorlog verklaard aan minister Borst als aan de zorgverzekeraars, maar dit zal de inwinning van hun eisen niet dichterbij brengen, meent Quirien van Koolwijk.

De huisartsen gaan staken tenzij de ledenvergadering van hun vakbond, de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV), de komende dagen weer bij zinnen komt en de zegeningen telt. Voor de huisartsen levert het overleg in het kabinet over de voorjaarsnota immers vrijwel zeker 220 miljoen gulden extra op, geld dat is bestemd voor een hogere vergoeding van hun praktijkkosten en voor de financiering van de regeling van de diensten buiten de kantooruren. Dat is weliswaar bij lange na niet het bedrag (ruim 1,3 miljard gulden) dat de LHV eiste maar het komt wel overeen met hetgeen de zorgverzekeraars hiervoor realistisch achten.

De kans is echter klein dat de LHV met deze uitkomst voorlopig tevreden is. Door al enige tijd te kiezen voor een `ramkoers', waarvan het al op voorhand duidelijk was dat deze niet tot het gewenste resultaat leidt, is de vakbond in feite stuurloos geworden. De hakken staan in het zand en in de gekozen strategie heeft de LHV de mogelijkheden voor een realistisch compromis uitgesloten. Met haar eisen, die neerkomen op een stijging van het budget meer dan 50 procent, heeft de LHV zich buiten de maatschappelijke realiteit geplaatst en daarmee zichzelf op een `nederlaag' getrakteerd. De driedaagse staking en de andere acties (zoals het opzeggen van de contracten met de ziekenfondsen) waarmee de LHV dreigt brengen de huisartsen niet dichter bij hun doel en brengt ze uiteindelijk vooral zelf schade toe.

Alle eerdere claims van minister Borst (Volksgezondheid) ten spijt afgelopen weken lag er in de onderhandelingen met minister Zalm (Financiën) over de financiële speelruimte voor de zorgsector een bedrag van zes miljard gulden op tafel zal het voor de minister nog een hele toer worden om de drie miljard gulden binnen te halen die de zorgverzekeraars eerder met enige slagen om de arm als `voldoende' en `controleerbaar' kwalificeerden.

In de brief aan Borst van de zorgverzekeraars waarin deze hun claim verantwoorden sluiten ze niet uit dat zelfs ook nog met een iets lager bedrag zou kunnen worden volstaan: door de korte voorbereidingstijd konden niet alle claims uit de zorgsector goed tegen het licht worden gehouden en de kans is groot dat een deel daarvan alsnog een onvoldoende scoort, aldus Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

De verzekeraars hebben zich met die opstelling niet geliefd gemaakt bij een deel van de sector. De huisartsen, die al geruime tijd steggelen over onder andere de kosten van de praktijkvoering, hebben de verzekeraars de oorlog verklaard. Vorige week bezetten zo'n vijftig huisartsen zelfs enige tijd het hoofdkantoor van Zorgverzekeraars Nederland in Zeist. Maar ook de ziekenhuizen en medisch specialisten hebben weinig begrip voor het standpunt van ZN. Van de claim van ruim twee miljard die zij hadden ingediend bleek al vrij snel dat minder dan een miljard voor ZN gerechtvaardigd was. En dat bedrag (958 miljoen gulden) is dan ook bij Borst ingediend.

De zorgverzekeraars hebben zich kortom niet als `veredelde brievenbus' laten gebruiken, zoals ZN-voorzitter Wiegel deze week opmerkte. Zoals ze ook niet gezwicht zijn voor de verleiding om, met behulp van de claims uit de zorgsector, het beschikbare budget voor de zorg maximaal op te rekken. Daar zouden ze op langere termijn baat bij hebben kunnen gehad nu is besloten om hun totale uitgaven aan een maximum (budget) te binden. De houding van de verzekeraars hoort bij de rol die de politiek hen voor de toekomst toedicht, namelijk die van regisseur van de zorgsector.

Los daarvan dient de gekozen opstelling uiteraard ook het eigenbelang. Het extra geld voor de zorgsector waarover het kabinet vandaag of uiterlijk volgende week beslist, is immers afkomstig uit de premies voor ziekenfonds, AWBZ en particuliere verzekeringen. Hoe meer Zalm tegemoet komt aan de wens van Borst het bestedingskader te verruimen, hoe meer ook de premies op 1 januari moeten. Voor het ziekenfonds en de AWBZ bepaalt de politiek de premiehoogte (en deze kan de stijging beperken door meer belastinggeld naar de sector over te hevelen), maar voor de particuliere polis draaien de verzekeraars zelf op. De claim van Borst, zes miljard gulden erbij, zou een extra stijging van de premie met meer dan 10 procent hebben betekend – naast een al verwachte verhoging van de premie die door inflatie en eerdere toezeggingen van bijna 10 procent. Een premiestijging waar de verzekeraars rond 1 januari ongetwijfeld door minister en Kamer fel voor zouden worden bekritiseerd. Ze zullen worden neergezet als ondernemers voor wie alleen geld telt en die zich weinig gelegen laten aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. In zo'n beschadiging van hun imago hebben ze geen zin – en al zeker niet in een greep in hun kassen waar dan al snel om zal worden geroepen.

Quirien van Koolwijk is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Quirien van Koolwijk