Homohuwelijk

Er heerst nog steeds een groot misverstand rondom het homohuwelijk. Zo begint Onno Hoes van het COC zijn ingezonden brief in NRC Handelsblad van 14 april `met het wegnemen van een misverstand', terwijl hij juist een misverstand creëert. Hij schrijft namelijk dat homo's hetzelfde huwelijksbootje ingaan als hetero's en dat er geen verschil is. Dit is onjuist. Juridisch is er een zeer groot verschil: het homohuwelijk heeft – anders dan het heterohuwelijk – geen afstammingsrechtelijke gevolgen. Dit betekent dat er pas afstammingsrechtelijke gevolgen voor kinderen zijn als de twee mannen of de twee vrouwen het kind hebben geadopteerd, althans één van hen wanneer de ander al de eigen ouder van het kind is. Het homohuwelijk voegt dus niets toe aan het geregistreerd partnerschap, behalve de naam `huwelijk'.

Dat de meeste homo's het helemaal niet erg vinden dat het homohuwelijk geen afstammingsrechtelijke gevolgen heeft, is een geheel andere zaak. Zij zijn al tevreden met de naamgeving van het nieuwe instituut; voor hen is het familierecht geen recht, maar emotie.

Dezelfde `toeters en bellen' als bij het heterohuwelijk hadden de homo's al, toen in 1998 het geregistreerd partnerschap werd geïntroduceerd (voltrekking op het gemeentehuis, getuigen enz.).

De Wet openstelling huwelijk is één grote etikettenplakkerij en begripsvervuiling. Ik vind dat het homohuwelijk zo snel mogelijk tezamen met het geregistreerd heteropartnerschap moet worden afgeschaft, zodat alleen het heterohuwelijk en het geregistreerd homopartnerschap overblijft.

Dát is pas juridische zuiverheid, en ook internationaal loopt Nederland dan niet langer uit de pas. Hetero's en homo's zijn niet gelijk, maar gelijkwaardig. Hetero's en homo's moeten in gelijke gevallen gelijk worden behandeld (zoals in het vermogensrecht en het erfrecht), maar mogen in ongelijke gevallen ongelijk worden behandeld naar de mate van ongelijkheid (zoals in het huwelijksrecht en het afstammingsrecht).

    • Prof. Mr. André Nuytinck