Holle Bolle Gijs

Na het afschaffen van die dienstplicht is er nog maar één instelling waardoor iedereen zijn volk beter kan leren kennen. Dat is het openbaar vervoer. De dienstplichtige kreeg zijn oproep, kwam bij zijn onderdeel terecht en trof daar Groningers en Limburgers, boeren en stedelingen, arm en rijk, leerde Zeeuws en Amsterdams verstaan en was aan het einde van de `eerste oefening' die zes weken duurde, allround. Dat is voorbij. Nu stap je in bus, tram of trein en, volkenkundig gesproken, volg je een cursus zolang de rit duurt.

Deze tram in de ochtendspits van vrijdag was vol. Aanhoudende buien en opgebroken straten, opstoppingen en omleidingen hadden de stad tot een modderige chaos gemaakt. De mensen hadden er geen zin meer in. Ze zwegen. In deze betrekkelijke stilte klonken alleen het gekras van een paar walkmannen en het gekraak van een zakje, een nadrukkelijk, regelmatig terugkerend kraken dat gevolgd werd door een zacht smekken. Als je je ogen dicht deed, zou je kunnen denken dat het een stukje muziek was, van het genre dat op maandagavond door Radio Vier in de rubriek Supplement wordt uitgezonden.

Het krak-en-smek werd veroorzaakt door een dikke man van een jaar of dertig. Dik is het woord niet. Postmodern dik zoals je in Amerika ziet, tragisch dik, zo dik dat degene die het is, altijd wijdbeens moet zitten. Deze passagier had dan ook een tweepersoons bankje nodig. En ik, achteruit rijdend op een éénpersoons bankje zittend, had het volle uitzicht op hem. De geweldige bolronde hand verdween in het zakje – krakkrak – haalde er een paar chips uit en stopte die in de mond, die bij het kauwen open bleef. Het zakje was leeg. Hij tastte in zijn jas, haalde een nieuw zakje tevoorschijn en zette zijn werk voort, waarbij hij geconcentreerd in het niets staarde.

Mensen die regelmatig in het openbaar vervoer zitten, weten het. Ook in Nederland komen er steeds meer dikke mensen bij. Minister Borst maakt zich zorgen. In deze tram dacht ik plotseling aan Holle Bolle Gijs. Hij kon schrokken! Grote brokken! Een koe en een kalf, een heel paard half. Een hok vol schapen. En nog kon Gijs van de honger niet slapen! Het is een oud kinderrijmpje dat weer verrassend actueel begint te worden. Gijs is van deze tijd. Gijs stelt, louter door zijn aanwezigheid, de vraag: wat scheelt de mensen die niet genoeg kunnen krijgen?

Bill Gates, meldde ook deze kwaliteitskrant, is met zijn 130 miljard niet meer de rijkste man op aarde. Hij is verdrongen door Sam Robson Walton van de Wal Mart supermarkten die hem met 28 miljard achter zich heeft gelaten. Stel je voor dat geld in lichaamsomvang kon worden uitgedrukt en dat je met Bill en Sam in de tram zat. Zou je niet meteen aan de noodrem trekken? Toen de optieregelingen voor hoge managers onmetelijk veel geld gingen opbrengen, sprak minister-president Kok van `onbeschaamde verrijking', of gebruikte woorden van die strekking. Vorige week werd bekend dat de bestuurders van een of andere bank hun eigen salaris hadden verdubbeld. De Volkskrant gebruikte in zijn kop de uitdrukking zinloos rijk. Voor het eerst dat ik die twee woorden in combinatie heb gezien. Het gesprek van de dag ging over de ex-Philips-directeur die met voorkennis in een aandelenhandel een half miljoen zou hebben verdiend.

Kan een mens zinloos rijk zijn? De dokter kan met behulp van een paar gegevens over lengte en leeftijd bepalen of je te dik bent. Wil je gezond blijven, dan moet je afzweren wat je misschien wel heel lekker vindt. Kersenbonbons, boterkoekjes, de Magnum Classic. De meeste mensen zijn tot een dergelijke beperkte abstinentie wel in staat. Met geld is het blijkbaar anders. Van meer geld hoef je niet per se minder gezond te worden. Nee, integendeel. De heer Boonstra ziet er gezond uit, die bankdirecteuren ook. Afgelopen week hebben we gelezen dat arme mensen gemiddeld tien jaar korter leven dan rijke. Dat werpt een ander licht op het vraagstuk.

Es ist des Menschen nacktes Recht auf Erde, da er doch nur kurz lebt, glücklich zu sein, schreef Bertold Brecht (Driestuivers Opera). Om een in zekere mate van geluk te leven hebben de meesten een zekere hoeveelheid geld nodig. De armen worden tweemaal bestraft: ze leven korter en zijn ongelukkig. De rijken worden tweemaal beloond: ze leven langer, en in die tien jaar extra zijn ze wel gelukkig. Tot zover dit objectieve onrecht. Maar dit is geen politieke beschouwing. De vraag is of er met geld, zoals met voedsel, een bepaald maximum is dat de mens nog kan verwerken, waarna hij uitelkaar klapt zoals in La grande bouffe, maar dan psychisch. Blijkbaar niet.

Mij dunkt: met geld moet je iets kopen waarvan je plezier hebt. Daaraan is een maximum. Je kunt maar in één Bentley tegelijk rijden, maar één landhuis tegelijk bewonen, aan drie knechten heb je genoeg, de vierde loopt je in de weg. Er komt een ogenblik waarop je geen tijd van leven meer hebt om plezier te hebben van alles wat je je voor je plezier hebt aangeschaft. Dan heb je niet meer geld nodig. Het surplus dat je niet aan kunt, vormt je zinloze rijkdom.

De praktijk bewijst dat het toch weer anders is. Er zijn mensen die rijker willen worden om het rijker worden, zoals er mensen in de tram zitten, die met hun monsterachtige derrière twee zitplaatsen bezet houden en met hun krakende zakjes en smekkend eetorgaan de rest van de passagiers hinderen. Dat is geen politiek of economisch of sociaal probleem. De Holle bolle Gijzen zijn een esthetische kwelling, een onbeschofte infiltratie in de betrekkelijke privacy van hun medepassagiers.