GIFTIGE TROPISCHE BLAUWWIER DOET NU OOK NEDERLAND AAN

De giftige tropische blauwwier Cylindrospermopsis raciborskii is wereldwijd in opmars. In 1999 en 2000 verscheen hij massaal in de Amstelveense Poel, tussen Amstelveen en het Amsterdamse Bos (H2O nr. 7, 2001). Het Hoogheemraadschap Rijnland waarschuwt collega-waterbeheerders voor algenbloei van deze tropische blauwwier, omdat sommige populaties van C. raciborskii zeer toxisch kunnen zijn. Op Palm Island in het Australische Noord Queensland trad een uitbraak van leverontsteking op nadat het drinkwater met kopersulfaat was behandeld om algenbloei in te dammen. Kopersulfaat veroorzaakt `lysis' bij blauwwieren, waarbij gifstoffen vrij kunnen komen. In het waterreservoir was C. raciborskii aanwezig.

Het Hoogheemraadschap Rijnland onderzoekt al enige tijd hoe men de waterkwaliteit kan verbeteren en van de overdadige algengroei af kan komen. Medewerkers van het hoogheemraadschap die in dat kader uitgebreid chemisch en biologisch laboratoriumonderzoek deden, kregen min of meer bij toeval de tropische blauwwier in het vizier. C. raciborskii blijkt de oorspronkelijke voor veenplassen karakteristieke blauwwierdraden massaal te verdringen. Vorig jaar juli en augustus bestond 50 tot 80 procent van het fytoplankton (de algenmassa) in de Amstelveense Poel uit C. raciborskii. In september verdwijnt de tropische soort en keren de inheemse blauwwieren terug.

De nieuwkomer is een draadvormende blauwwier, die onder de microscoop gemakkelijk herkenbaar is aan twee karakteristieke typen cellen. Aan één of beide uiteinden van de draadwier bevinden zich heterocysten, speciale cellen, die stikstof kunnen binden in aanwezigheid van zuurstof. Andere kenmerkende cellen, ook dichtbij de uiteinden van de draadwier, zijn de `akineten': ovale of cylindervormige cellen, waarmee het organisme kan overwinteren of ongunstige omstandigheden kan overbruggen. Deze akineten kunnen bijvoorbeeld door watervogels worden verspreid. Ook verspreidt de soort zich met veel succes via de waterwegen. Hij heeft een uitstekend drijfvermogen, dankzij gasblaasjes in zijn cellen. Verder kan hij met weinig licht toe, bindt zelf stikstof en weet aan voldoende fosfaat te komen. Bij algengrazers zoals watervlooien valt hij niet in de smaak. Zo wint hij snel terrein.

C. raciborskii werd zo'n 100 jaar geleden ontdekt in een poeltje op Centraal-Java en is daarna wereldwijd aangetroffen. Recentelijk worden steeds meer vindplaatsen in gematigde streken gemeld. Na Griekenland, Spanje, Frankrijk, Oostenrijk, Hongarije en Duitsland is nu ook Nederland aan de beurt. De blauwwier voelt zich thuis in water van 20 graden Celsius of warmer en sommigen brengen zijn opmars in verband met het broeikaseffect. Een andere mogelijkheid is dat de noordelijke populaties geleidelijk aangepast raken aan lagere temperaturen.