GEKLOONDE EMBRYO'S LEVEREN LICHAAMSEIGEN UNIVERSELE STAMCELLEN

Stamcellen die gemaakt zijn via klonen blijken in staat zich tot alle typen weefsels te differentiëren, ook tot geslachtscellen. New-Yorkse onderzoekers van de Rockfeller University en het Sloan Kettering kankerinstituut hebben voor het eerst het bewijs geleverd dat op deze manier geproduceerde stamcellen daadwerkelijk volledig pluripotent zijn. Zij deden dat via een reeks van experimenten met vier verschillende muizenstammen (Science, 27 april). Als de resultaten die nu bij muizen zijn verkregen ook van toepassing blijken op de mens, dan zou therapeutisch klonen als vorm van stamceltherapie in de toekomst mogelijk moeten zijn. De hoop is dat met deze techniek nieuwe cellen gemaakt kunnen worden die degeneratieve ziektes als Alzheimer, Parkinson en diabetes kunen genezen. Door de stamcellen te maken via klonen, kunnen in theorie voor iedere patiënt vervangende cellen gemaakt worden die lichaamsidentiek zijn, zodat er geen afstotingsverschijnselen optreden.

In hun muizenexperiment gebruikten de Amerikanen kerntransplantatie, een techniek die onder meer bekend is van schaap Dolly, om klonen van muizen te maken. Ze injecteerden de kern van een volwassen muizencel (een huidcel uit het puntje van de staart of een cumuluscel uit de eierstok) in een lege eicel. Op deze manier verkregen zij gekloonde embryo's waaruit zij probeerden de begeerde embryonale stamcellen te isoleren. Ze slaagden erin 35 stabiele stamcellijnen te produceren. Erg efficiënt is dat nog niet, want er waren hiervoor meer dan duizend kerntransplantaties nodig. Toch leverde elk van de vier muizenstammen minstens één stabiele stamcellijn op. Dat wijst er volgens de onderzoekers op dat de genetische achtergrond een bescheiden rol speelt bij het winnen van stamcellen.

De onderzoekers maakten voor het produceren van embryonale stamcellen alleen gebruik van (klonen van) zwartogige muizenstammen met een donkere vacht. Dat was van belang bij de volgende stap van het experiment: het implanteren van een stamcel in een embryo van een paar dagen oud. Dat embryo was afkomstig van albinomuizen, en dat maakte het mogelijk om in een oogopslag de bijdrage van de geïmplanteerde stamcel aan de embryonale ontwikkeling te zien. De muizen die uit dit experiment voorkwamen hadden een grijze vacht, een aanwijzing dat hun huidcellen afkomstig waren van de eigen stamcellen èn de geïmplanteerde stamcel.

In de derde stap van het experiment bleek dat de geïmplanteerde stamcel meedoet aan de volledige embryonale ontwikkeling. De grijze muizen werden gekruist met een albinomuis: het nageslacht was deels albino en deels zwart (de dominante vachtkleur). Dat betekent dat ook de geslachtscellen van de grijze muis van gemengde stamcel-oorsprong was. Dat de geïmplanteerde stamcel van kloon-origine in staat is om ook te differentiëren tot geslachtcellen, wordt gezien als een bewijs dat deze cel werkelijk pluripotent is.

De vondst is van belang omdat uit eerdere experimenten van andere onderzoekers was gebleken dat niet alle gewenste celtypen zijn te maken met patiënteigen stamcellen die uit het volwassen lichaam worden gewonnen. De efficiënte productie van dopamine-producerende hersencellen bijvoorbeeld, bruikbaar als therapie tegen Parkinson, bleek tot nu toe alleen mogelijk met zeldzame stamcellen uit de hersenen. Die zijn zo moeilijk operatief bereikbaar dat ze niet gewonnen kunnen worden zonder de patiënt ernstige schade te berokkenen. Een alternatief zou het gebruik zijn van embryonale stamcellen afkomstig uit restembryo's, maar die zijn niet lichaamseigen, en lopen dus het risico van afstoting. Het nieuwe onderzoek laat zien dat men door de combinatie van klonen en stamceltherapie deze beperkingen kan overwinnen.

    • Sander Voormolen