Een samenzweerderig ding

Het ANC van Zuid-Afrika bevindt zich in een van de diepste crises van zijn bestaan, met aanhou- dende berichten over zelfgenoegzaamheid, corruptie, machtsmis- bruik en interne tegenstellingen. De partij is een web van intriges en verdachtmakingen.

Kameraden waren het. Zij aan zij stonden ze in `de strijd', de leden van het Afrikaans Nationaal Congres. Geen twijfel over de vijand: het vermaledijde systeem van apartheid. Geen meningsverschillen over het doel: omverwerping van de blanke hegemonie. En vastbesloten over de uitslag: de aanstaande overwinning was zeker. Op golven van internationale solidariteit zegevierden de kameraden uiteindelijk inderdaad over het kwaad, de apartheid verdween, Zuid-Afrika werd een democratie.

Gisteren was het zeven jaar geleden dat de republiek op triomfantelijke wijze haar eerste vrije verkiezingen hield. Maar van triomf was weinig meer te merken, na een week waarin de interne vuilnisbak van het ANC werd omgekieperd en de rottende inhoud op straat lag.

President Thabo Mbeki onthulde dinsdag in eigen persoon op de televisie dat er een samenzwering in het ANC tegen hem gaande was. In zijn gebruikelijke wollige taalgebruik heette het ,,een samenzweerderig ding''. Hij noemde geen namen, gaf geen details. Dat deed zijn minister van Openbare Veiligheid, Steve Tshwete, die bekend staat om zijn grof geschut, daarna. Tshwete, met zijn door whisky en sigaretten gebruinde stem, bromde de namen van een ,,bende van drie''. Het gaat om vooraanstaande leden van het ANC: Cyril Ramaphosa, Tokyo Sexwale en Mathews Phosa. De drie zouden, afzonderlijk dan wel gezamenlijk, met het aanleggen van fondsen en het verspreiden van ,,valse geruchten'' president Mbeki onderuit hebben willen halen.

Volgend jaar houdt het ANC zijn vijfjaarlijkse partijcongres. Daar wordt over het leiderschap gestemd en volgens informatie waarover Tshwete zei te beschikken, zou de bijeenkomst kunnen uitlopen op ,,een bloedbad''. De bewindsman voegde er aan toe dat hij de politie opdracht had gegeven de zaak in handen te nemen, omdat het leven van de president in gevaar was.

Een van de meest frappante aantijgingen waarmee Tshwete kwam, was dat de drie `verdachten' Thabo Mbeki's naam in verband hadden gebracht met de moord, acht jaar geleden, op Chris Hani, de secretaris-generaal van de Zuid-Afrikaanse Communistische Partij (SACP). Hani was toen binnen het ANC, dankzij een toegestaan dubbellidmaatschap, een van de belangrijkste concurrenten van Mbeki voor de positie van tweede man, onder de onbetwiste nummer één Nelson Mandela. Op 10 april 1993 maakten drie kogels een einde aan het leven van de zeer populaire Hani. De Poolse immigrant Janusz Walus had gewacht op Hani's thuiskomst en bij de oprijlaan toegeslagen. Walus werkte samen met een voorman van de Conservatieve Partij, Clive Derby-Lewis. Hun motief zou zijn de opkomst van de radicale Hani te dwarsbomen en de onderhandelingen tussen ANC en de blanke regering over een democratische overgang tot stilstand te brengen. Dader en medeplichtige zitten voor de moord levenslang uit.

In blanke rechtse kringen werd destijds al meteen geopperd dat de dood van Hani bepaalde kringen in het ANC erg goed uitkwam, maar die beschuldigingen werden alom afgedaan als onderdeel van een pro-apartheidscampagne. Maar het is nu uitgerekend in het ANC zelf dat de verdachtmakingen over Mbeki's betrokkenheid bij de moord weer opduiken. Minister Tshwete kondigde deze week aan dat de politie ook hiernaar een onderzoek zal instellen. De naam van Mbeki moet voor eens en altijd worden gezuiverd, zei hij.

Hofhouding

Is er werkelijk sprake van een samenzwering? Zijn er binnen het ANC inderdaad mensen bereid hun eigen leiders uit de weg te ruimen? Of zijn de beweringen over een complot juist bedoeld om eventuele oppositie tegen Mbeki in het ANC het zwijgen op te leggen? Het gaat de fantasie van vrijwel iedere analist in Zuid-Afrika te boven dat Thabo Mbeki in 1993 zou hebben samengewerkt met extreemrechts om Chris Hani uit te schakelen.

Veel waarschijnlijker is het volgende scenario: de hofhouding van de president maakte bekend dat Mbeki door Ramaphosa, Sexwale en Phosa wordt genoemd als brein achter de moord op Hani, terwijl de drie zelf daar niets over hebben gezegd. In de presidentiële staf bevinden zich adviseurs die er geen moeite mee zouden hebben een dergelijk spel van `cloak and dagger' te spelen.

De belangen zijn groot. Op het partijcongres van 2002 wijst het ANC zijn leider aan, de zittende of een nieuwe. De `president' heet dat en in de hiërarchie is dit de persoon die boven de secretaris-generaal en de voorzitter staat. De partijpresident is automatisch degene die bij de algemene verkiezingen (in 2004) lijsttrekker is en in de Zuid-Afrikaanse verhoudingen, met vooralsnog een overweldigende meerderheid voor het ANC, houdt dit ook in dat hij/zij ook de staatspresident wordt.

Van de drie `verdachten' is bekend dat elk de ambitie koestert voor het hoogste ambt van het land. Qua leeftijd zijn ze in de kracht van hun politieke leven, alledrie zijn ze bijna vijftig. Stuk voor stuk kregen ze echter de afgelopen jaren bij hun opmars naar de top het lid op de neus. Cyril Ramaphosa was begin jaren negentig de belangrijkste onderhandelaar namens het ANC met de blanke minderheidsregering voor de politieke overgang. De nieuwe grondwet die Zuid-Afrika in 1996 kreeg, is voor een belangrijk deel zijn werk. Nelson Mandela wilde Ramaphosa, net als hij advocaat, in 1994 wel als vice-president in zijn kabinet opnemen, maar facties in de partij voorkwamen dit en schoven Mbeki naar voren. Ramaphosa stapte daarna over naar het bedrijfsleven, maar smaakte in 1997 wel het genoegen in het partijbestuur van het ANC te worden gekozen met verreweg de meeste stemmen van alle kandidaten.

Dan is er Tokyo Sexwale, een voormalige medegevangene van Nelson Mandela op Robben Eiland. Hij was tot 1997 premier in de provincie Gauteng en in die hoedanigheid zeer populair. Thabo Mbeki, toen vice-president onder Mandela, liet in 1997 een onderzoek instellen naar Sexwale's vermeende betrokkenheid bij criminele activiteiten. Voor de gekwetste Sexwale was dit het teken de politiek eveneens te verruilen voor zaken. Hij bezit nu een onderneming in platina. Mathews Phosa ten slotte, eveneens advocaat, was tot 1999 premier van de provincie Mpumalanga, en werd in dat jaar genoemd als een van de kandidaten voor het vice-presidentschap onder Mbeki. Maar over Phosa kwam daarna een stroom van berichten op gang over malversatie, corruptie en machtsmisbruik. Waar of niet waar, ook Phosa gaf de brui aan de politiek, hij werkt inmiddels onder meer voor KPMG.

Van de drie is bekend dat ze hun politieke ambities niet hebben opgegeven, ze wachten betere tijden af. Zoals mocht worden verwacht ontkenden Ramaphosa, Sexwale en Phosa deze week in alle toonaarden dat ze zouden samenspannen tegen Mbeki. Phosa, donderdagavond op de televisie: ,,Het zijn krankzinnige aantijgingen. Ik heb zowel Ramaphosa als Sexwale al meer dan twee jaar niet meer gezien.''

Maar ook uit onverdachte hoek klonk ongeloof en verbijstering door over de `onthullingen' van Mbeki en Tshwete. Het opvallendst was de reactie van de top van het partijbestuur van het ANC, die kennelijk in het geheel niet op de hoogte was gebracht. Zowel partijvoorzitter Mosiuoa `Terror' Lekota als de secretaris-generaal Kgalema Motlanthe gaf het volste vertrouwen aan de drie `kameraden'. De communistische partij en de vakcentrale Cosatu, de twee strategische partners van het ANC in de zogenoemde tripartite alliantie, distantieerden zich openlijk van Mbeki en Tshwete en meenden dat er sprake is van een ,,gevaarlijke situatie'', waarmee niet het vermeende complot werd bedoeld, maar het verspreiden van de geruchten daarover. De meest spectaculaire interventie kwam van Nelson Mandela himself die op donderdag onomwonden steun gaf aan de drie. ,,Ik acht hen zeer hoog, laat ons niet op de zaken vooruitlopen'', zei Mandela.

In de pers klonk vooral onbegrip door over zoveel intrige en dommigheid in het ANC. De kwaliteitskrant Business Day sprak onder de kop `Malice in Wonderland' over ,,de sinistere manier waarop het vermoeden van concurrentie voor het leiderschap in het ANC tot een zaak van de politie is gemaakt''. En het Afrikaanstalige dagblad Beeld schreef: ,,Dit is een schandvlek op de naam van Zuid-Afrika, een cynisch machtsspel dat zich afspeelt in het ANC, terwijl het landsbestuur dringend om aandacht vraagt.''

Xhosa nostra

Zuid-Afrika is een land met tientallen etnische groepen. Op zijn best verhouden die zich ten opzichte van elkaar als Friezen en Groningers, Zeeuwen en Brabanders, maar in slechte tijden is het hommeles. Begin jaren negentig hadden in de townships bittere gevechten plaats tussen verschillende stammen, waarbij duizenden mensen om het leven kwamen. In de politiek vertaalt zich dit in etnisch georganiseerde formaties (de Inkatha Vrijheidspartij is een Zoeloe-bolwerk) en in tribale kongsi's binnen partijen. De Xhosa's vormen in het ANC een buitengewoon sterke groep, de meeste vooraanstaande leiders van de partij in heden en verleden zijn voor het merendeel Xhosa's, onder wie Mandela, Mbeki en Toni Yengeni, de fractievoorzitter in het parlement. Critici spreken daarom vaak spottend over de `Xhosa Nostra' van het ANC. Ramaphosa, Phosa noch Sexwale behoort tot de Xhosa's en dat zou een reden kunnen zijn dat ze niet tot de top zijn doorgestoten. Ook partijkanonnen Lekota en Motlanthe, die deze week net zo verbaasd waren als buitenstaanders over `het nieuws', zijn geen Xhosa's.

De socioloog Leslie Dikeni wijst er op dat het beeld ingewikkelder is. ,,Etnische afkomst is lang niet altijd van belang. Wat binnen het ANC nog altijd een grote rol speelt is de overgang van een bevrijdingsbeweging naar een gewone politieke partij. Er zijn verschillende facties, al naar gelang hun vroegere positie tijdens de strijd. Zo heb je de groep ex-ballingen rondom Thabo Mbeki, dan de voormalige politieke gevangenen met mensen als Sexwale en verder degenen die destijds in Zuid-Afrika bleven, maar niet in de gevangenis zaten. Ramaphosa behoort tot de laatste groep. Ze hebben allemaal een andere strategie voor hoe het verder moet met dit land.''

Etnische twisten en factiestrijd is niet het enige probleem voor het ANC, al geruime tijd wordt de partij geplaagd door corruptieschandalen op bestuursniveau. In acht van de negen provincies – de West-Kaap is de uitzondering – en in het overgrote deel van de gemeentebesturen van het land deelt het ANC de lakens uit. De provincie Oost-Kaap, thuisland van de Xhosa's, staat bekend als het gebied met de ergste corruptie. In deze provincie, de armste van het land, verdwijnt elk jaar voor vele miljarden aan randen (1 gulden is drie rand) in zakken waar ze niet horen. De top van het ANC is zich terdege bewust van de corruptie en maant leden en openbare vertegenwoordigers bij herhaling dat ze zich niet moeten verrijken.

Probleem is dat de schandalen tot hoog in de partijtop voorkomen. Een van de meest in het oog springende zaken is de kwestie van smeergeld dat zou zijn betaald aan politici door wapenfabrikanten. Zuid-Afrika plaatste in 1998 een wapenorder van historische omvang (42 miljard rand) bij Europese fabrikanten en alles wijst er nu op dat daarbij onder tafel fikse premies zijn betaald. ANC-fractievoorzitter Tony Yengeni, toen voorzitter van de commissie van defensie, zit sindsdien – op onverklaarbare wijze – dik in de slappe was. Hij leidt het leven van een Arabische prins, heeft twee Mercedessen, grote huizen en draagt uitsluitend chique maatpakken. Een parlementscommissie heeft Yengeni om uitleg gevraagd, maar dat heeft hij tot nu toe achterwege gelaten. Het radicale Pan Afrikaans Congres (PAC) zegt een heel dossier te hebben aangelegd over corrupte ANC'ers. Maar PAC, dat drie zetels in de volksvertegenwoordiging heeft (op een totaal van 400), durft uit angst voor repercussies niet met namen te komen.

Bloemfontein

Partijstrijd loopt als een rode draad door de geschiedenis van het ANC, opgericht 8 januari 1912 in Bloemfontein, de hoofdstad van de voormalige boerenrepubliek Oranjevrijstaat. De partij was vanaf het begin een amalgaam van botsende meningen, die meestal binnenskamers bleven met het oog op de gemeenschappelijke vijand: het blanke regime.

Het ANC was, zoals het woord congres ook aanduidt, in feite veel eerder een beweging dan een partij. Communisten drukten vanaf de jaren veertig hun stempel op het ANC en hebben intern sindsdien een sterke positie behouden. In het ANC spreekt men elkaar consequent aan met `kameraad'. In de jaren tachtig sloten het ANC, de SACP en Cosatu hun alliantie, een verbond dat nog steeds bestaat. Niemand doet moeilijk over het dubbellidmaatschap van SACP en ANC, hooggeplaatste apparatsjiks wisselen heel eenvoudig van pet, al naar gelang de vergadering waarin ze zijn beland. De SACP neemt niet zelf aan verkiezingen deel, maar plaatst kandidaten op de lijst van het ANC. Onder de huidige 266 ANC-parlementariërs bevinden zich naar schatting 100 communisten. De partij staat niet bepaald bekend als orthodox, vooraanstaande leden van de SACP, zoals Cosatu-leider Zwelinzima Vavi, komen eerder over als sociaal-democraten.

Thabo Mbeki was voorheen ook lid van de SACP, maar zowel partij als president doet nu geheimzinnig over zijn partijboekje. In de omgeving van de president bevinden zich invloedrijke communisten. De belangrijkste is Essop Pahah, de onbetwiste Raspoetin in het kabinet en lid van het centraal comité van de SACP. Pahad is wel een diehard van de oude stempel, gepokt en gemazeld in de Sovjet-traditie. Pahad en Mbeki zijn twee handen op één buik sinds de jaren zestig, toen ze elkaar in ballingschap ontmoetten in Londen. Speciaal voor zijn buddy creëerde Mbeki een nieuwe ministerpost: Pahad heet `minister in het kantoor van de president', een cryptische functie. Niemand, behalve Mbeki en Pahad weten precies wat hij doet. Het staat vrijwel vast dat Essop Pahad de afgelopen dagen een groot aandeel had in de campagne tegen `de bende van drie'.

Hoewel Mbeki na dinsdag probeerde de schade binnen de perken te houden, was al gauw duidelijk dat Pahads listige opzetje een averechtse werking had. In plaats van sympathie oogstte het presidentiële kamp hoon. En voor het ANC is op onthutsende manier naar buiten gekomen hoe gebrekkig de partij intern functioneert, hoeveel moeite men heeft met procedures als het verkiezen van een leider. ,,Dit is niet de manier om met interne concurrentie om te gaan in een moderne, moderniserende democratie'', aldus Business Day, ,,politie-inspecteurs dienen zich niet bezig te houden met onderzoek naar partijpolitieke opponenten van het staatshoofd.''

Het Afrikaans Nationaal Congres staat op een kritische tweesprong. De partij zal moeten wennen aan goed bestuur en democratische procedures, waarbij concurrentie om de macht geen bedreiging is, zoals de bangelijke, paranoïde president Mbeki het nu opvat, maar een vanzelfsprekendheid. Thabo Mbeki benutte de nationale feestdag van gisteren, Vrijheidsdag genoemd, om uit te waaien in de Noordprovincie, daar waar de ANC-aanhang het allergrootst is. Even weg van het landelijk machtscentrum, weg van de geruchtenmachine, veilig tussen oude kameraden.

    • Lolke van der Heide