Debat-Enschede: hoop wol, weinig actie

Wethouders in Enschede traden af na de vuurwerkramp. Haagse politici menen dat het beter is om te `leren van je fouten'. Ze voelen het niet, vinden Enschedeërs.

Het is de voelbare emotie die volgens betrokkenen in Enschede het verschil heeft gemaakt in het debat dat de gemeenteraad eerder voerde en de Tweede Kamer deze week. Waar het debat in Enschede over het rapport van de Commissie-Oosting leidde tot het aftreden van twee wethouders – nog voordat er moties van afkeuring konden worden ingediend – bleven moties van een zelfde strekking in Den Haag zonder gevolgen.

De reden ligt voor de hand. Enschedese politici leven en werken in een stad die nog dagelijks met de vuurwerkramp wordt geconfronteerd. De Haagse politici die deze week aan het Binnenhof het woord voerden hebben hooguit een keer een bezoek gebracht aan het rampgebied, als ze dat al hebben gedaan. ,,Het klinkt misschien hard'', zegt PvdA-raadslid en oud-partijvoorzitter M. van Hees, ,,als deze ramp zich in Den Haag had afgespeeld en niet in Enschede, was het een heel ander debat geworden.''

D66-Kamerlid Scheltema-de Nie merkte in de tweede termijn van het debat op dat de bewindslieden ,,heel diep door het stof zijn gegaan'' wat betreft het falend overheidsbeleid. Minister De Vries (Binnenlandse Zaken) verklaarde bovendien dat het kabinet ,,diep begaan'' is met het lot van Enschede. Dat neemt niet weg dat zeker Enschedese politici deze week de Haagse betrokkenheid misten. ,,Zij kunnen zich niet voorstellen wat voor impact zo'n ramp heeft op de stad'', zei de afgetreden wethouder E. Koopmans (VVD) na afloop van het debat in de Tweede Kamer. ,,De emotie in Den Haag was er in het begin van het debat zeker even, maar smoorde snel in technische uitleg'', aldus voorzitter A. Vasse van de Belangenvereniging Slachtoffers Vuurwerkramp. Als voorbeeld noemt hij het technocratische optreden van minister Pronk (VROM). ,,Als je ziet hoe kommaneukerig hij zich verweert, dan heb je ieder contact met de werkelijkheid verloren.''

Hoewel met name de fracties van D66, GroenLinks en SP de acht betrokken bewindslieden nadrukkelijk in overweging hadden gegeven hun zetel af te staan, was al meteen gebleken dat daar geen denken aan was. Het `brengen van een offer' aan de gedupeerden van Enschede in de vorm van het opstappen van één of meer bewindslieden, zoals Scheltema dat noemde, bleek niet de inzet van het kabinet. Vorig jaar vielen er op 13 mei 22 doden, duizenden mensen raakten gewond en een woonwijk ging de lucht in, mede als gevolg van een falend beleid van de rijksoverheid, maar dat moest volgens De Vries niet worden gecompenseerd door het vertrek van bewindslieden. Hij haalde daarbij het voorbeeld aan van de Portugese minister Coelho, die door deze krant is geprezen omdat hij na het instorten van een brug onder het gewicht van een brug onverwijld zijn biezen pakte. ,,Ik heb die lof niet begrepen'', zei De Vries. Hij bepleit in zo'n geval ,,dat de minister naar de volksvertegenwoordiging gaat om uit te leggen hoe het in vredesnaam mogelijk is dat dit is gebeurd. Ik vind het niet de goede manier als men zegt: ik ga weg''.

Waar de Enschedese wethouder Buursink (PvdA) bij zijn aftreden stelde dat het niet zo kon zijn dat iedereen na de ramp weer over gaat tot de orde van de dag, bleek Den Haag daar anders over te denken. De Vries stelde de vertrouwensvraag niet aan de orde: ,,Het gaat niet om de persoon maar om het ambt'', waarmee hij een indirect verwijt zond naar de Enschedese wethouders Buursink en Koopmans die wel zijn `weggelopen'. Dat is in elk geval bij Koopmans slecht gevallen. ,,Buursink en ik zijn niet weggelopen. Wij hebben juist onze verantwoordelijkheid genomen'', zegt Koopmans.

Daarmee is duidelijk geworden dat het begrip politieke verantwoordelijkheid in Den Haag anders wordt uitgelegd dan in Enschede. Als verklaring kan worden gegeven dat de directe politieke verantwoordelijkheid in Enschede veel duidelijker lag dan in Den Haag. De schuldvraag werd op lokaal niveau neergelegd bij Buursink en Koopmans, als portefeuillehouders van milieu en bij burgemeester Mans, als hoofd van de brandweer. Het zwartepietenspel was daarmee een stuk overzichterlijker dan in Den Haag, waar acht bewindslieden achter de regeringstafel zaten.

In Den Haag botsten twee opvattingen over zuiver staatsrechtelijke verhoudingen, die volgens De Vries bijeenkomen in het leerstuk van `de zingeving'. Het was `het offer' van Scheltema-de Nie en de rest van de oppositie tegenover `het leren van je fouten' van De Vries. Wat heeft de voorkeur: een minister die opstapt omdat hij elk vertrouwen verloren heeft bij de burger, of een minister die fouten heeft begaan, maar daarom als geen andere weet hoe ze in de toekomst te vermijden ? Het staatsrecht gebiedt, volgens De Vries, dat het `erbij neergooien van het bijltje zín moet hebben'.

In de Tweede Kamer werden de ministers wel ter verantwoording geroepen.

PvdA-woordvoerder Wagenaar richtte haar kritiek vooral op minister De Grave (Defensie,VVD), terwijl VVD-woordvoerder Van den Doel zijn pijlen richtte op Pronk (VROM,PvdA). D66-woordvoerster Scheltema-de Nie gaf alle bewindslieden in overweging om af te treden, maar had van haar partij enkel minister Borst (Volksgezondheid) achter de regeringstafel, die hooguit iets op het punt van ambulance-vervoer kon worden verweten. In Den Haag moest een stevige inbreng voor het debat dus van de oppositie-fracties komen. In Enschede heeft het Haagse debat weinig indruk gemaakt.

,,Een hele hoop wol, weinig actie'', vatte Koopmans drie dagen debatteren samen. Enschedeërs en slachtoffers van de ramp in het bijzonder putten nu hoop uit het enige concrete dat het debat heeft opgeleverd: een Kamerbreed verzoek om ook immateriële schade te vergoeden. En daar bleek minister De Vries precies niets van te willen weten.