De ziel? Nou ja

Ik heb maar één lichaam, en dat is het huis van mijn ziel, zei Edgar Davids. Ik dacht meteen aan de zwarte kousendominee van Kootwijkerbroek: prima zin in de mond van een zwartrok, aan de rand van een massagraf voor dode kalfjes. Semi-religieus geneuzel voor desperado's.

De belaagde stervoetballer had ook seculier kunnen zeggen: `Ik heb maar één lichaam en daar moet ik het mee doen.' Maar ja, eens godenzoon, altijd godenzoon. Op die hoogte wordt álles verspiritualiseerd. Dan hebben we het niet meer over een buikgriepje, maar over de dans der ingewanden. God danst mee.

Je zal maar ziel zijn in een voetballichaam.

Edgar Davids zei ook nog dat hij geen wijn drinkt bij het eten en geen chocola snoept, om het huis van zijn ziel niet te beschadigen. Een leven zonder wijn en chocola: waar is de pil van Drion? Je wilt toch geen dertig worden zonder een slokje Chablis bij de lunch en een reepje Praliné van Côte d'Or voor het slapen gaan. In een zure appel bijten doen we overdag wel. Op naar het feest, zeg – dan maar zonder ziel.

Geen misverstand: ik heb veel respect voor de `erg vaste principes' van Edgar Davids. In een tijd dat voetbalbenen, `met het vandalisme van de achteloosheid', voor de ronde som van 67 miljoen van de hand gaan, is een voetballer–met–principes een hoopgevend curiosum. Iedere dissident van de marktwaarde in het pantheon Manchester, Juventus en Real Madrid verdient een standbeeld. Juist het voetbal schreeuwt om een nieuwe Marx, om ideologie versus kapitalisme. Maar laat het daar dan ook bij. Maak van jezelf geen ziel op noppen. Zeg niet dat fair play in de sport het eerste van de tien geboden is – zeker niet als je een beroepstackelaar bij geboorte bent.

Onschuld heeft vele maskers. Van de geloken blik tot het professorale brilletje en de kinderlijke schijn van analfabetisme. Een kind leest geen bijsluiters, nietwaar? Dat doet een moeder, of een voogd. En soms een vrouw die heel veel van je houdt. Topclubs als Juve zijn luxueuze weeshuizen: de ontferming voltooit het succes, nooit omgekeerd. Een voetballer van de Oude Dame staat er buiten het veld alleen voor. Hij mag juichen namens het algemeen (lees: het verdwaasde syndicaat van geld, emotie, aanbidding en beursgenoteerd populisme), in het persoonlijke falen zijn de anderen de hel: stoïcijns onschuldig. Ergo: volstrekt onverschillig. Een niet onverstandig man als Davids had dat kunnen weten.

Edgar Davids mist nu de balsem en de vergevingsgezindheid van het peloton. Toen Erik Dekker betrapt werd met een te hoge hematocrietwaarde was er niemand in het universum van de sport die de Rabo-renner aan het kruis wilde nagelen. Het tegendeel gebeurde: professoren lieten zich inhuren om het mysterie van het verhoogde rode bloedcellenpotentieel te reduceren tot een te strak aangebonden arm, Jan Raas hield het op bedorven kip, Museeuw en Tsjmil spraken van een depressie na een ongeluk in de liefde. Het hele peloton, van renners tot soigneurs, van Hein Verbruggen tot fervente supporters als Dries van Agt, sloot zich als een oester. Dekker was een slachtoffer, misschien wel van de weersomstandigheden. Wie weet van een raar soort pluis in de lucht.

Davids is een dader. Daar heeft hij het zelf naar gemaakt. Altijd die zonnebril, altijd die hooghartige grijns, altijd dat religieus getinte goeroesyndroom, altijd die minachting voor de polder en voor andijviestamppot. Nog erger: een voetballer die geen wijn drinkt bij het eten, heeft geen vrienden in Italië. Edgar Davids koos voor het isolement, bang als hij was om gelijkvormig te zijn met de groep. Op die superieure attitude zal hij nu worden afgerekend. Door de media, door de labofreaks van Coni, door zijn club Juventus, door het koor van poldernationalisten.

Een mens gaat niet ongestraft met een zonnebril door het leven. Zoals hij ook niet ongestraft het beeld oproept van terminale immuniteit voor alles wat zich buiten de tempel van zijn geest afspeelt. De tragiek van Edgar Davids is dat hij nooit erkend zal worden als slachtoffer. Bij Overmars, de Boertjes, Stam en Van Bommel, ja zelfs bij Kluivert wil de vox populi nog weleens rekenen in misverstanden. Nandrolon? Welnee, foute tandpasta. Voor Davids bestaat geen mededogen, geen erbarmen, geen ongeloof. Niets is hem overkomen. De duisternis waarin hij nu verkeert, heeft hij zelf aangemaakt.

Wellicht in naam van de ziel.

    • Hugo Camps