De vrijzinnigheid is een hellend vlak

Met het presenteren van agnosticisme als een vorm van geëvolueerd geloof – als vrijzinnig christendom – wordt niemand een dienst bewezen, vindt Peter van Walsum.

De discussie die door de reactie van dominee Ter Linden in deze krant van 14 april op mijn boek Verder met Nederland is losgemaakt, heeft een merkwaardige wending genomen. Briefschrijvers prijzen mij omdat ik op grond van mijn twijfel aan de opstanding de kerk vaarwel heb gezegd, en verwijten Ter Linden dat hij met dezelfde twijfel predikant is gebleven. Omdat dit de indruk wekt dat in het `debat' tussen Ter Linden en mij de briefschrijvers aan mijn kant staan, wil ik er eerst aan herinneren dat ik het met Ter Linden – en niet met de briefschrijvers – eens ben dat de opstanding en de hemelvaart als historische gebeurtenissen weinig plausibel zijn. Waar Ter Linden en ik het niet over eens zijn, is hoe wij met dat gegeven om moeten gaan.

In mijn boek heb ik beschreven hoe voor mij het probleem acuut is geworden door mijn doopbelofte mijn oudste zoon een christelijke opvoeding te geven. Nadat ik dat beloofd had, ben ik mij gaan afvragen wat het precies betekende, en zo kwam ik op de vraag wat ik dacht dat na de kruisiging van Jezus werkelijk gebeurd was.

Ik til zwaar aan de historische werkelijkheid, al besef ik dat die niet altijd met zekerheid te achterhalen valt. Volgens mij zit er ,,iets absoluuts, iets heiligs, in de simpele vraag wat er werkelijk gebeurd is.'' Ik kon niet accepteren dat de christelijke opvoeding waartoe ik mij had verplicht, van mij verlangde dat ik bij mijn kinderen de indruk wekte dat ik iets voor waar hield waar ik in mijn hart aan twijfelde.

Ik zou willen weten hoe de briefschrijvers die nu mijn kant kiezen en tegen Ter Linden te hoop lopen, dit probleem met hun kinderen hebben opgelost. Hebben ze gezegd: `De historische werkelijkheid doet niet ter zake; dit is de kern van ons geloof' of: `Zo is het echt gebeurd, en historici die dat in twijfel trekken hebben het mis.'

In het eerste geval waren ze, misschien zonder het te beseffen, niet al te ver van een metaforische uitleg verwijderd; in het tweede geval vraag ik mij af met hoeveel respect voor de wetenschap in het algemeen hun kinderen tenslotte zijn opgegroeid.

Ter Linden ziet een metaforische uitleg van opstanding en hemelvaart voor een moderne gelovige als de enige weg om het geloof in de boodschap van de bijbelse getuigenissen te behouden. Zijn kritiek op mij is dat ik eerst op een letterlijke interpretatie van deze getuigenissen insisteer om ze vervolgens op die enge basis als ongeloofwaardig van de hand te wijzen. Daardoor ontkom ik volgens hem aan de confrontatie met hun eigenlijke boodschap: de vraag naar de betekenis van Jezus van Nazareth voor de geschiedenis der mensen en – dus ook – voor ons persoonlijk leven.

Ik ken deze kritiek en weet dat het ook anders kan. In mijn boek maakte ik al melding van ,,vrienden die de kerk trouw zijn kunnen blijven doordat hun geloof zich geëvolueerd heeft. De bijbel is voor hen geleidelijk overdrachtelijker maar daardoor, als ik hen geloven mag, bepaald niet minder waardevol geworden''.

Maar daarna heb ik ook proberen uit te leggen waarom dat recept voor mij niet werkt. Mijn probleem met de vrijzinnigheid is dat ik die als een hellend vlak ervaar. Waar houdt de overdrachtelijke uitleg op? Werkt de metaforische uitleg van opstanding en hemelvaart zo bevrijdend dat het ons gemakkelijker valt in deze moderne tijd in God te geloven? Of smaakt deze metaforische uitleg alleen maar naar meer, en is de voor de hand liggende volgende stap de metaforische uitleg van God zelf? Is God de metafoor voor al het verborgene en onvatbare, voor alles wat ons begrip te boven gaat?

Voor iemand die, zoals ik, het wel als zonneklaar beschouwt dat er een realiteit is die ver boven de onze uitgaat, maar niet kan geloven in 1. een God die gebeden verhoort – of besluit niet te verhoren –, in 2. een God die dingen laat gebeuren, en in 3. een God die consequenties verbindt aan wat mensen geloven of niet kunnen geloven, zou die volgende stap nog wel te doen zijn. Maar ik zie dan geen wezenlijk verschil meer tussen metaforische uitleg en ongeloof.

Ik blijf graag in gesprek met de hedendaagse theologie, maar ik denk dat ik niemand een dienst bewijs door mijn agnosticisme als een vorm van geëvolueerd geloof – als vrijzinnig christendom – te presenteren.

De tot dusver gepubliceerde brieven hebben in ieder geval wel duidelijk gemaakt dat orthodoxe christenen veel liever horen dat iemand tot zijn spijt niet meer kan geloven, dan dat iemand aan een overdrachtelijke uitleg te danken heeft dat hij zijn geloof heeft kunnen behouden.

Mr. A.P. van Walsum is oud-ambassadeur.