ANTI-HASJPIL LIJKT GOED TE WERKEN TEGEN MARIHUANAVERSLAVING

Het effect van het roken van met marihuana gevulde sigaretten kan worden verminderd met een stof die in de hersenen de receptoren voor cannabinol blokkeert. Zo'n middel zou een rol kunnen spelen bij de behandeling van verslaving aan hasj (Archives of General Psychiatry, april).

De werkzame stof van marihuana, tetrahydrocannabinol (THC), maakt gebruikers high door receptoren te activeren op de buitenkant van cellen in het brein. De meeste cannabinol-receptoren zitten in hersendelen die zijn betrokken bij bewuste denkprocessen, het geheugen, de concentratie en de besturing van spierbewegingen. Eerder onderzoek in de reageerbuis wees echter uit dat de receptoren kunstmatig kunnen worden geblokkeerd door SR141716, een stof ontwikkeld door de Franse medicijn-fabrikant Sanofi. Het middel hecht zich aan de receptoren zonder ze te activeren, en maakt het zo voor cannabinol-moleculen onmogelijk hun werk te doen.

Om te onderzoeken of SR141716 de gevolgen van hasj-gebruik kan beïnvloeden, lieten onderzoeker Marilyn Huestis en collega's van het Amerikaanse National Institute on Drug Abuse (NIDA) zestig geroutineerde marihuana-gebruikers in het laboratorium een flinke joint of nep-joint roken – een sigaret die ruikt en smaakt alsof er hasj in zit, maar die toch geen THC bevat. Sommige proefpersonen kregen twee uur tevoren SR141716 toegediend, anderen slikten een identiek ogende placebo. Alle gebruikers beschreven het effect van hun joint. Ook hun hartritme werd continu gemeten.

De resultaten van de proef zien er overtuigend uit. Joint-rokers die tevoren een hoge dosis SR141716 hadden geslikt, scoorden 38 procent lager op een schaal die aangaf hoe stoned ze zich voelden, vergeleken met mensen die de placebopil slikten in combinatie met hun THC-dosis. Op de vraag hoe high ze waren en hoe sterk de joint was, daalde de score 43 procent. Waar bij gewone hasj-rokers het hart per minuut gemiddeld dertig keer vaker klopt, bleef bij SR141716-slikkers de stijging beperkt tot maar twaalf hartslagen per minuut.

In een reactie op de uitkomst stelt NIDA-directeur Alan Leshner dat de resultaten `de weg wijzen naar mogelijke behandelingen voor marihuanaverslaafden, en wellicht behulpzaam kunnen zijn bij het vinden van effectieve behandelingen van andere aandoeningen die verband houden met het cannabinoïde hersensysteem.'

Met het laatste verwijst Leshner naar de hoop dat SR141716 kan helpen behandelingen te vinden tegen schizofrenie, omdat er aanwijzingen zijn dat afwijkende reacties van het cannabinoïde hersensysteem bij deze ziekte betrokken zijn.

De vraag of marihuana verslavend is, is echter onderwerp van voortgaand debat. Hoewel stoppen met hasj-gebruik doorgaans niet leidt tot lichamelijke ontwenningsverschijnselen, meent Leshner dat veel gebruikers wel degelijk afhankelijk van het middel worden. In oktober vorig jaar publiceerde zijn instituut onderzoek waaruit bleek dat aapjes, wanneer ze daartoe in staat worden gesteld, zichzelf dertig keer per dag een injectie met THC geven. Daarmee bereiken ze een dosis vergelijkbaar met mensen die één joint roken (Nature Neuroscience, okt. 2000). Zulke dierproeven worden bij andere genotsmiddelen, zoals nicotine en alcohol, doorgaans gebruikt als bewijs voor de potentie van lichamelijke verslaving. Bovendien wijst Leshner op het feit dat zich bij Amerikaanse verslavingsklinieken jaarlijks honderdduizenden mensen melden die zeggen dat hasj het meest door hen gebruikte middel is.

Het NIDA in Baltimore is een Amerikaans overheidsinstituut dat onderdeel uitmaakt van de National Institutes of Health (NIH). Naast wetenschappelijk onderzoek verzorgt het instituut ook publiciteitscampagnes om het gebruik van verdovende en stimulerende middelen terug te dringen. Voor zijn financiering is het instituut afhankelijk van het Amerikaanse Congres.

    • Peter Vermij