Annemarie

Frits zocht nog een plekje voor de auto, Annemarie liep al naar de voordeur. Iris ging opendoen en het volgende moment stonden ze te gieren van het lachen, die twee. Toen ik vroeg wat er zo leuk was, wisselden ze een blik van verstandhouding. En toen begonnen ze nog veel harder te lachen. Als ze elkaar niet overeind hadden gehouden, waren ze op dat moment in onmacht gevallen van plezier.

Annemarie doet niet moeilijk over humor. Ze verwacht gewoon dat je iets grappigs gaat zeggen, en dat doe je dan ook. Ze geeft je het vertrouwen dat het wel goed komt met de dingen die je zegt. Lukt het niet meteen, dan helpt ze je met een tussenzinnetje om er alsnog een grappige draai aan te geven. In feite gebruikt ze jou om zichzelf aan het lachen te maken. Ze maakt je geestiger dan je bent.

Er zijn ook mensen die je gemener maken dan je bent. Ze verwachten gewoon dat je iets denigrerends gaat zeggen, en jawel. Je kunt jezelf wel voor het hoofd slaan, je had helemaal geen denigrerende bedoelingen. En met verontschuldigingen maak je het alleen maar erger. In elke aarzeling zien deze mensen een bevestiging van het dédain dat ze bij je vermoeden.

En er zijn mensen die je dommer maken dan je bent. Ze verwachten gewoon dat je iets stompzinnigs gaat zeggen, en ook aan deze verwachting is gemakkelijk te voldoen. Ze hoeven maar een wenkbrauw op te trekken of je begrijpt al dat geen van je beweringen stand zal houden. Eigenlijk zou je je mond moeten houden om deze mensen zelf iets doms te laten zeggen. Maar nee, daar zijn zij nou juist zo goed in.

Je denkt dat het aan die mensen ligt. Je ziet jezelf als de constante factor. Ik ben ik. Maar als je doordenkt: je bent bij de één werkelijk zo geestig en bij de ander werkelijk zo gemeen of dom. In het maatschappelijk verkeer ontstaat de meervoudige persoonlijkheid geheel vanzelf.

(Voor een volgende keer: hoe Annemarie, toen iedereen nog in Nijmegen woonde, toen iedereen nog links was, toen we nog tot diep in de nacht zaten te klaverjassen, bij het schudden van de kaarten altijd net zo lang doorging tot ze als een fontein uit haar handen sprongen.)

    • Koos van Zomeren