Column

Allure aan de Maas

Deze week sta ik in de prachtige Bourla Schouwburg in Antwerpen, een magistraal theater. Als publiek is het een feest om daar te gaan zitten. Ik hoor het voor aanvang door het speakertje in mijn kleedkamer. Het is gezellig in de zaal. Het publiek heeft er zin in. Dat komt voor een groot deel door de ambiance. De warmte van de zaal. Als toeschouwer is het ook heerlijk om Carré binnen te gaan, net als de Groninger Schouwburg of die van Leiden of Zwolle. Het is als artiest lekker om in dat soort theaters te staan. Aan het begin van de voorstelling is het al opgewarmd. Het scheelt de helft. Ik kan me nu al verheugen op eind december. Dan sta ik eenmalig met het Orkest van het Oosten in het Amsterdamse Concertgebouw. Je hebt als publiek een hoop te kijken in zo'n zaal. Misschien heeft de verdachte ex-Philips-topman Cor B. daarom zijn afscheidsreceptie daar gegeven. Er was genoeg reden om de aanwezigen goed af te leiden.

Naast de Bourla ligt de werkelijk gruwelijke Antwerpse Stadsschouwburg, een wanstaltige betonnen oostblokbunker uit de jaren zestig, die van binnen nog lelijker is. En als je voor het gebouw staat, denk je: dat kan niet. Maar het kan wel degelijk. Welk stadsbestuur heeft ooit de moed om dit verschrikkelijke gebouw te slopen? Het is een schande voor de stad en een gevaar voor je ogen.

Theater moet gespeeld worden in een goede ambiance, de zaal moet donker zijn, zodat je als toeschouwer een traantje ongezien kan laten biggelen. En de zaal moet donker zijn zodat je je volledig kunt concentreren op het toneel. Daar gebeurt het. Onlangs speelde ik in het nieuwe theater van Schiedam en dat is gewoon te licht van binnen. De muren reflecteren te veel. Ik moest tijdens het spelen best vaak aan mijn crematie denken. Aula's bij crematoria ademen vaak die sfeer. De sfeer van de Anton Philipszaal in Den Haag.

Het is moeilijk om nu een theater te bouwen dat èn eigentijds is èn aan de klassieke theaterwetten voldoet. In Amersfoort is dat gelukt. De oude Flint was een bakstenen tuttent, maar na de brand (graag gedaan!!) heeft men er een zaal met allure neergezet. Als publiek zit je goed en als artiest is het een feest om daar te staan. Het lacht weldadig.

Een van mijn favoriete zaaltjes is Geert Teis in Stadskanaal. Een heerlijk cabaretzaaltje. Je kan de achterste rij een hand geven. De sfeer is daar altijd binnen de kortste keren goed. Ik heb er een aantal dampende voorstellingen gegeven, waar ik regelmatig grinnikend aan terugdenk. Onlangs hoorde ik dat dit theater ook de voorkeur van Wim Kan had. Is geen toeval.

Vanavond opent de koningin in Rotterdam het Nieuwe Luxor aan de voet van de Erasmusbrug, een puur amusementstheater met vijftienhonderd stoelen. Het oude Luxor was op. De oude dame aan de Kruiskade mag nog een paar maanden kuchen en krijgt dan haar drionnetje. Afgelopen dinsdag kreeg ik van directeur Rob Wiegman een rondleiding door het Nieuwe Luxor en je kan zeggen dat Rob met recht apetrots is. Het Nieuwe Luxor is namelijk fantastisch. Het ligt magistraal aan de Maas en heeft een paar schitterende glazen foyers, waardoor je schitterend over de stad heen kijkt. Het probleem van die foyers is dat het uitzicht zo adembenemend is dat je bijna de zaal niet in wilt. Zou ik wel doen. Die is namelijk ook prachtig. Hartstikke groot en toch klein. Door de twee balkons zit je er als publiek toch redelijk dicht op. Prachtige toneelopening, prima zichtlijnen en van Mini en Maxi, die daar de komende maanden hun programma City spelen, heb ik inmiddels begrepen dat de akoestiek helemaal top is. Het straalt wat uit. Als je er langs rijdt dan voel je dat daar binnen

Theater wordt gemaakt. Theater met een grote T. Rotterdam kan trots zijn op Rob Wiegman, die een magistraal theater heeft gebouwd. En ik zal bekennen dat ik sta te trappelen om er volgend seizoen een week of vijf te mogen spelen. En dat heb ik niet gauw met nieuwe zalen.