Vluchten

Maandag is het Koninginnedag, en de eerste vluchtelingen hebben Amsterdam al verlaten. Het waren vooral vijftigers en zestigers, uitgezwaaid door hun begrijpende kinderen. Er werd weinig gehuild. De gezichten van deze oudere Amsterdammers stonden moedeloos, maar vastberaden. Ze voelden zich verdreven, maar ze wisten dat ze geen andere keuze hadden als ze aan de ijzeren knoet van het feestregime wilden ontkomen.

Zelf heb ik besloten te proberen nog één keer stand te houden als de invasie van jong en oud vanuit de provincie op gang komt. We hebben nog twee dagen om de laatste hand te leggen aan onze verdedigingslinie. Dat moet voldoende zijn voor het opvangen van de eerste aanvalsgolven.

Lieden die van plan zijn Amsterdam lallend en met blote buik te veroveren via van bierpompen voorziene bootjes, wacht een vreselijk lot waarover ik nog niet in details mag treden. De mannelijke wildplassers kan ik er wel vast op wijzen dat onze pikhouwelen adequaat zijn aangescherpt. Ook de vrouwelijke wildplassers – een oprukkend fenomeen – staan onaangename maatregelen van chirurgische aard te wachten.

Verder zien we wel. Vluchten kan altijd nog.

In het artikel van Hans Moll over Koninginnedag, gisteren in deze krant, trok een Duitse journalist de vergelijking met carnaval. Hij noemde Koninginnedag `het carnaval van boven de rivieren'. Goed gezien. Voordat ik drie jaar geleden in Amsterdam kwam wonen, had ik er nog geen Koninginnedag meegemaakt. Ik liep (pardon, schuifelde) de eerste keer door de stad en moest steeds denken: net carnaval.

Wat de Amsterdamse Koninginnedag vooral met carnaval gemeen heeft, zijn de drie grote z's: Zuipen, Zingen & Zeiken. Ik heb enig inzicht in de overeenkomst omdat ik in Limburg ben opgegroeid als kind van ouders die `uit het westen' afkomstig waren. Wij vierden carnaval mee, zo goed en zo kwaad als dat ging, want een import-Limburger wordt nooit een échte Limburger.

Ik vond het in die jaren een leuk feest. En ik blijf erbij dat het een leuk feest is voor jongeren. De ontmoeting van de geslachten vindt er ongedwongener plaats dan in welke disco dan ook. Zeker in het preutse Limburg van mijn jeugd was dat mooi meegenomen.

Maar met de oudere carnavalsvierder heb ik altijd veel moeite gehad. Het heeft iets indecents, die ploeterende lijven van mensen die eeuwig jong willen blijven en zich met drank moeten volstouwen om voldoende moed te verzamelen. Het wordt aanstellerij. Gelukkig zien veel ouderen dat op den duur ook wel in. Daarom kennen Limburg en Brabant tijdens hun carnavalsdagen al sinds jaar en dag het verschijnsel van ouderen die wegvluchten.

Misschien zou dat de redding kunnen zijn voor Koninginnedag in Amsterdam: een leeftijdsgrens voor bezoekers. Wie ouder is dan 25 komt er niet meer in. De ouderen hebben de toekomst, de jeugd heeft het feest.

    • Frits Abrahams