Twee drummers, twee bassisten

In Chicago bloeit een circuit van bands die house, hardcore en rock mengen met jazz. `Muziek maken op een cornet of een Powerbook, dat maakt niet meer uit.'

Tortoise maakt liefst geen woorden vuil aan zijn muziek. Daar zit een vorm van consequentie in: de muziek van deze toonaangevende `postrock'-groep is vrijwel altijd instrumentaal. Dat geldt ook voor de meeste andere groepen en projecten waarmee de leden van Tortoise zich bezighouden. De band is het zichtbare middelpunt van een bijzonder vruchtbare scene in Chicago, een verwante groep muzikanten en bands die gretig en stijlvol graaien uit wat allerlei verschillende soorten muziek maar te bieden hebben.

Traditionele scheidslijnen bestaan voor deze bands niet meer, een houding die leidt tot vruchtbare kruisbestuivingen en nevenactiviteiten. Gitarist Jeff Parker komt uit de jazz, een genre dat hij nog steeds in wisselende combinaties beoefent. Doug McCombs, die in Tortoise voornamelijk bas speelt, leidt het combo Brokeback en is nog altijd lid van gitaarrockgroep Eleventh Dream Day. John McEntire drumt in The Sea And Cake, de band die drijft op de liedjes van Sam Prekop (ontwerper van enkele Tortoise-hoezen), en produceert en remixt daarnaast heel wat af. De overige leden klussen bij in verschillende meer of minder jazzy groepen, zoals Trikolor, Isotope 217 en de groep die, afhankelijk van de bezetting, opereert als Chicago Underground Duo, -Trio, -Quartet of -Orchestra.

Initiatiefnemer van dit underground-circus is cornettist Rob Mazurek, ook lid van Isotope 217 (waarin drievijfde van het ledenbestand van Tortoise) en geregeld in de studio en op het podium te gast bij Tortoise. Waarom zou je jezelf beperken tot één stijl of één band, zegt Mazurek. ,,Wat deze scene samenbindt, is dat we allemaal naar veel verschillende soorten muziek luisteren en elkaar daarmee laten kennismaken. We hebben heel uiteenlopende achtergronden: de een komt uit de jazz, de ander uit de hardcore en de derde heeft een verleden in de house-scene van Chicago.''

Door die diverse achtergronden ligt het voor de hand dat het vocabulaire van de muzikanten al even sterk uiteenloopt. Tenslotte is de verwachting dat jazzmuzikanten, zoals Mazurek zelf en gitarist Jeff Parker, technisch gesproken op een hoger peil opereren dan mensen die uit de hardcore voorkomen. Maar Mazurek rapporteert geen problemen op dat front. ,,Toen ik mensen uit de hardcore leerde kennen, bleek dat ze al die platen van jazzartiesten die ik zo bewonder het Art Ensemble Of Chicago, John Coltrane, Miles Davis ook in de kast hadden staan. Ze waren misschien nog niet in de gelegenheid geweest om dat soort muziek te spelen, maar ze kenden het wel. Dus maakt het deel uit van hun referentiekader. En met een open geest voor nieuwe ideeën kom je een heel eind, als je samen gaat spelen.''

Als tiener raakte Mazurek diep onder de indruk van de wilde jazzklanken van Miles Davis in de jaren zeventig en de late John Coltrane. De verbeeldingrijke, soms beangstigend intense muziek die trompettist Miles Davis maakte in zijn eerste elektrische periode, zo tussen '69 en zijn voorlopige afscheid in '75, blijkt een belangrijk rolmodel te zijn – voor Tortoise, de Chicago-scene en in het bijzonder Isotope 217. ,,Ik was een jaar of vijftien toen ik die muziek ontdekte. Het was alsof ik in een andere wereld belandde. Overweldigende muziek, niet te bevatten. Hoe kun je daar nou niet door beïnvloed raken?''

Blue Note

Desondanks volgde Mazurek als actief jazzmuzikant aanvankelijk de meer traditionele, op het legendarische Blue Note-label gebaande paden van de hardbop, in welk genre hij een handjevol verdienstelijke platen maakte. Maar toen hij een jaar of zes geleden in aanraking kwam met Jeff Parker en de kringen rond Tortoise, gingen zijn ogen open. Dankzij hen kwam Mazurek in aanraking met muziek waarvan hij het bestaan amper vermoedde: de door stevige baslijnen en bizarre geluidseffecten gestutte dubreggae, de radicale hardcore van Bad Brains, elektronische dansmuziek. ,,Wat een wonderbaarlijke wereld! In al die stijlen herkende ik hetzelfde soort abstractie en minimalisme als in de muziek van de moderne componist Morton Feldman, een grote favoriet van mij. Die soberheid probeer ik me in mijn eigen muziek ook eigen te maken. Volgens mij geldt dat voor de meeste mensen in de scene waar we nu over praten.''

Dat is ook een manier om het beheerste, onderkoelde karakter van de muziek van Tortoise te verklaren. Hun nieuwe cd Standards, op de hoes versierd met een stevig bewerkte Amerikaanse vlag, opent met een onkarakteristiek wilde passage, waarin de woest rondzingende gitaar zowel freejazz-held Sonny Sharrock in herinnering roept als Jimi Hendrix' brute verkrachting van het Amerikaanse volkslied, bedoeld als protest tegen Amerika's oorlogszuchtige bemoeienissen met Vietnam.

Wat volgt is een stuk minder wild. Tortoise klinkt beheerst en geconcentreerd, en verwijst nog altijd volop naar andere soorten muziek. Standards is wel compacter en minder bedachtzaam dan de voorganger TNT, die voor een groot deel per computer geconstrueerd heet te zijn. Hoe behendig de ritmepatronen ook uitvallen, er is deze keer zweet aan te pas gekomen, eerlijk werkmanszweet. Tortoise kan rocken, nog steeds. Maar altijd klinkt het besef door dat er meer is dan het keurslijf van de rock.

John Herndon en Doug McCombs, drummer en bassist van origine, begonnen Tortoise als tegenwicht voor de veel conventionelere bands waarin ze tot dusverre speelden. Bas en drums, dat moest genoeg zijn: de emancipatie van de ritmesectie. Geleidelijk aan werd de groep uitgebreid, maar de instrumentatie blijft tot op de dag van vandaag opmerkelijk. Twee drummers, twee bassisten: dat is geen uitzondering bij deze groep, waarvan de leden ook op het podium constant van instrument wisselen. De bodem van het geluidsspectrum is altijd goed vertegenwoordigd, een ferme knik naar de ritmische kracht van de dub. Niet zozeer post- als wel antirock (op Standards zijn ze dan ook niet erg prominent aanwezig) lijkt wel de ferme inbreng van vibrafoons en marimba's, waaruit de mannen steevast herhalende figuren à la de minimal music-componist Steve Reich timmeren.

Computer

Deze instrumenten worden steevast bespeeld door Herndon en John McEntire, de andere drummer – al is hij net zo vaak achter de toetsen en verdere elektronica te vinden. Binnen de operatie-Tortoise heeft hij een belangrijke rol, wegens zijn kennis van de technieken en strategieën in de elektronische muziek. Hij heeft, niet alleen binnen Tortoise overigens, de rol van producer, de man die de uiteindelijke vorm van de stukken bepaalt. Dankzij de computer gaat dat tegenwoordig wat gemakkelijker en zijn de mogelijkheden schier eindeloos, zoals op het kaleidoscopische TNT ('98) bleek. Op Millions Now Living Will Never Die, de doorbraakplaat van twee jaar eerder, moest hij een en ander nog een stuk omslachtiger, via geluidsband, aan elkaar plakken en knippen.

Vooral door de inbreng van gitarist Jeff Parker, die kan bogen op een gedegen jazzopleiding, neigt de muziek van Tortoise, hoe gestructureerd ook, af en toe naar jazz. Chicago heeft een rijke jazz-historie, en Parker heeft eraan geroken. Sinds de jaren zestig is er de AACM actief, de Association for the Advancement of Creative Musicians: een vruchtbare paraplu-organisatie, met het Art Ensemble Of Chicago als bekendste vertegenwoordiger, die een eigen, meer gecomponeerde en onderkoelde draai gaf aan de verworvenheden van de free jazz uit de jaren zestig. Ook dat klinkt nog altijd na op de platen van Tortoise en de `satellietbands'.

Ook Mazurek had, zoals hij het zelf uitdrukt, `de eer' om te spelen met veteranen uit het AACM-kamp, zoals Fred Anderson en Ernest Dawkins. ,,Heel inspirerende ervaringen. Op bescheiden schaal vinden dit soort kruisbestuivingen de hele tijd plaats.'' Hoezeer Mazurek zelf is opgeschoven sinds zijn dagen als hardbopper blijkt uit zijn soloproject Orton Socket, waarvan de debuut-cd over enkele maanden uitkomt. Als Orton Socket bespeelt Mazurek vooral elektronische apparaten: een Powerbook-computer, geliefd onder de huidige elektronica-voorhoede, een Moog-synthesizer. ,,Dat is een andere manier van werken dan wanneer ik gewoon op mijn cornet blaas, natuurlijk. Maar inmiddels heb ik me die spullen behoorlijk eigen gemaakt. Ik beschouw mezelf niet langer als Rob de cornettist, maar als Rob, degene die lucht aan het trillen brengt en zodoende muziek maakt. Met cornet of Powerbook, dat maakt niet meer uit.''

Voor Mazurek draait het allemaal om de mensen en om wat zij met de muziek voorhebben. ,,We vormen met zijn allen een soort uitwisselingsbeurs van ideeën. Daar komt altijd wel iets vreemds en interessants uit voort. Dat is voor mij van levensbelang. Als muzikant en als mens ben ik steeds op zoek naar vreemde dingen, nieuwe ervaringen.'' En dan werpt hij enig licht op die verminkte Amerikaanse vlag op Standards, al had hij met die plaat niets van doen. ,,De Amerikaanse cultuur is zo walgelijk, je wordt werkelijk gebombardeerd door bullshit en crap. De enige strategie om dat te overleven is op zoek te gaan naar vreemde, wonderbaarlijke dingen.''

Tortoise en The Sea And Cake spelen maandag in De Effenaar, Eindhoven. Standards (Warp WARPCD 81) is verschenen bij PIAS.

    • Jacob Haagsma