Sanering van Britse landbouw

De mond- en klauwzeercrisis komt neer op een koude sanering van de Britse landbouw. Veel boeren met gedood vee zullen als de quarantaine voorbij is niet opnieuw met hun bedrijf beginnen. Dat blijkt uit een enquête van het vakblad Farmers Weekly.

Zes procent van de ondervraagden zegt het boeren er na de crisis aan te zullen geven. Dat is drie keer zoveel als in een gewoon jaar, aldus het blad. Zo'n 36 procent zegt met een veel kleiner aantal koeien, varkens of schapen opnieuw te zullen beginnen. Veertig procent gelooft dat het tussen de vijf en tien jaar duurt voor hun bedrijf zakelijk dezelfde positie heeft als voor de crisis, al gelooft ook bijna de helft dat de overheid ze ,,adequaat'' heeft gecompenseerd voor het verlies van hun vee. Het blad citeert Kenneth Chalmers, een boer in Cumbria wiens kudde vleesrunderen vorige maand werd geslacht. Hij zegt zich voortaan op kleinschaliger melkveeproductie te richten, omdat hij gelooft dat ,,boeren milieubewuster'' zullen worden en het landbouwbeleid kleine boeren die zichzelf kunnen bedruipen zal bevorderen. Farmers Weekly ondervroeg 128 boeren en zegt dat die steekproef representatief is voor de 1.482 bedrijven waar de ziekte is gevonden.